De tijd staat even stil in Moskou

De ramp is groter dan de Russische autoriteiten wilden doen geloven. 25 jaar later herdachten oud-spelers en fans van Haarlem zaterdag in Moskou de vele doden. Bij het monument werd door nabestaanden gehuild en wodka gedronken.

Een bloemendeken bij het voormalige Leninstadion in Moskou, waar in 1982 een ramp plaatsvond tijdens het UEFA-Cupduel Spartak Moskou-Haarlem. Foto Poppe de Boer Nabestaanden leggen bloemen op monument Fotoburo Poppe de Boer bv

Een sprei van bloemen ligt op het monument ter nagedachtenis aan een van de grootste rampen in de historie van het voetbal. Oude en jonge Russische vrouwen, stoere Russische mannen, jonge meisjes en jongens, nette heren en oud-voetballers van FC Haarlem zijn in gedachten bij de ramp die op 20 oktober 1982 in het toenmalige Leninstadion, nu Loezhnikistadion, plaats had. Een camera van een Russische televisiezender registreert emoties, terwijl rondom Russische militairen waakzaam toekijken hoe een paar honderd mensen herdenken wat volgens officiële annalen niet zo tragisch was als de aanwezigen willen doen geloven.

Niet meer dan 66 supporters van Spartak Moskou zijn, getuige de ingebeitelde namen op het monument, 25 jaar geleden tegen het einde van de UEFA-Cupwedstrijd Spartak Moskou - FC Haarlem omgekomen in gedrang bij de uitgang van Vak C. Dat, na zo’n tien jaar later bleek, 360 mensen door het tumult op de trappen zijn gestorven, wordt door de autoriteiten en officiële instanties nog altijd betwist – en liever ontkend.

Dat de militie op die donkere herfstavond het hek van Vak C slechts op een kier zette om daarmee wraak te nemen op de Spartaksupporters die na jaren van onderdrukking (geen uitbundig vlagvertoon, geen openlijke adoratie) besloten de handhavers van gezag met sneeuwballen te bekogelen, wordt liever verzwegen. Weinigen hebben het geweten, ook de voetballers van Spartak en Haarlem niet. Tientallen ambulances reden die avond af en aan met loeiende sirenes, zo herinneren mensen zich nog, maar nooit mocht in de openbaarheid worden gebracht waarom. Zelfs de doden werden naar verschillende mortuaria gebracht, bleek later.

Het moet haast wel waar zijn, dat er écht meer dan 66 supporters zijn omgekomen. Dankzij de journalisten van het televisieprogramma Andere Tijden, Thomas Blom en Jan Pieter Tuinstra, en van auteur Iwan Tol die Drama in het Leninstadion schreef, is er veel meer duidelijk geworden. Ze vonden ooggetuigen en nabestaanden. Tegelijkertijd voelden de broers Edwin en Michael Struis – Haarlemsupporters sinds hun jeugd – dat er toch iets gedaan moest worden met de memorabele voetbalwedstrijd van 20 oktober 1982 die zij destijds op een beeldscherm in de Kennemer Sporthal volgden.

Onderzoek van deze journalisten, mede als gevolg van de eerste berichtgevingen van Sovjetski Sport eind jaren tachtig, leidde tot een heel ander verhaal dan de Russische autoriteiten wilden doen geloven. Waarom mocht niet wereldkundig worden dat er een voetbalramp was gebeurd die groter was dan Heizel in 1985 (39 doden) en Hillsborough (90 doden)? In het boek van Iwan Tol wordt door verklaringen van nabestaanden veel duidelijk. Het is zo geweest, echt waar. Zo wordt ook duidelijk in de film van Andere Tijden.

En dan is er de herdenking, 25 jaar later, bij het monument aan de voet van het Loezhnikistadion. Militair vertoon, toch weer. Nabestaanden wordt de toegang geweigerd tot het monument. Pas door invloed van Nederlandse journalisten mag het honderdtal mensen met bloemen en kransen door. De sfeer blijft grimmig. Nederlanders worden door Spartaksupporters begroet met ‘Heil Hitler’. Nabestaanden en nieuwsgierigen mogen het beruchte Vak C van 20 oktober 1982 niet zien en er geen bloemen leggen. Het is er niet leuk, het is triest.

De voetballers van Haarlem die destijds met 2-0 verloren raken geëmotioneerd. Piet Keur, de stoere spits van destijds, loopt verdwaasd rond en weet niet wat hem overkomt. Martin Haar en Edward Metgod waren er toen bij als aanvoerder en doelman. Ze zijn nu assistent van AZ-coach Louis van Gaal. Ze mogen er in Moskou bij zijn van Van Gaal. Haar: „Van Gaal aarzelde geen moment. Ik zal hem eeuwig dankbaar blijven.” Net als al die andere spelers van toen spelen ze mee in de Memorial Match tegen het Spartak van destijds. Iedereen van toen is erbij, behalve de ernstig zieke coach Hans van Doorneveld, diens assistent Jan Jongbloed wegens vliegangst, Luc Nijholt die als trainer van Stormvogels Telstar werk te doen heeft, en de inmiddels overleden Gerrie Kleton, destijds de spelmaker. Daarom is er ook geen shirt met rugnummer 10. De jonkies Barry van Galen en Arthur Numan zijn de invallers. Ted Immers vervangt trainer Van Doorneveld.

Ze spelen zaterdag op het kunstgras van Loezhniki. De Russen van toen zijn er ook bijna allemaal bij, zelfs de legendarische doelman Rinat Dassajev. Het wordt een gelijkspel (2-2, toen 2-0), vooral dankzij het uitmuntende werk van doelman Edward Metgod. „Ik voelde me destijds schuldig aan het tweede doelpunt van Spartak. Dat zou me niet nog eens overkomen. Telkens ging die wedstrijd door mijn hoofd. Ik moest wat goedmaken.”

Nog altijd verklaren de Russen dat het tweede doelpunt vlak voor tijd de oorzaak was van het tumult. Supporters die al vertrokken waren, keerden terug en stuitten op supporters die het vak verlieten.

Tijdens de ontvangst van het Haarlemgezelschap op de Nederlandse ambassade, vrijdag, verklaart de Spartakvoorzitter dat er mensen in de verdrukking zijn gekomen na het tweede doelpunt. Zelfs de maker gelooft er nog in. Hij staat met een glas wodka in de hand te huilen, zo schuldig voelt hij zich.

De Stichting To Moscow with Love, het initiatief van de broers Struis, overhandigt Spartak een bedrag ter verbetering van het monument. De voorzitter maakt bekend dat de recette van de Memorial Match eveneens bestemd is voor het herstel. Maar, voegt hij er aan toe: het is een monument ter herinnering aan alle voetbalrampen in de wereld. Wéér die aarzeling.

De emoties blijven. Toen Martin Haar het veld betrad, zo zei hij later, keek hij even naar het vak waar ‘het’ was gebeurd. „En tijdens de wedstrijd dacht ik bij vlagen aan 25 jaar geleden. Hoe het was en waarom ik hier nu liep. Dan dacht ik aan al die mensen ’s morgens bij het monument. Die vrouwen en kinderen.” Piet Huijg, de verdediger van toen, moest er tijdens de wedstrijd voortdurend aan terugdenken. „Dat dit kon gebeuren en dat het nooit is toegegeven.” Hij is ervoor gegaan deze middag, zijn knieën zijn na afloop bebloed door de slidings op het kunstgras.

De ramp krijgt deze zaterdagmiddag een gezicht, zei de geëmotioneerde initiatiefnemer Edwin Struis, die zelf nog even heeft mogen meevoetballen omdat enkele oudjes het geen uur volhielden.

Op de tribunes zaten een paar duizend toeschouwers. Meegereisde Haarlemsupporters (het hele gezelschap telt bijna honderd mensen) zaten tot hun teleurstelling hoog in het stadion. Maar ze leefden mee en dachten terug aan die avond 25 jaar geleden toen ze in Haarlem voor een groot beeldscherm hun club aanmoedigden.

Na de Memorial Match loopt het stadion vol, Spartak speelt voor de competitie tegen FC Moskou. Buiten lopen nog steeds mensen naar het monument. Aan de voet ligt een deken van bloemen, een krans van de Spartakfans en een krans met een sjerp met de tekst Democratische Partij Rusland. Vrouwen serveren wodka. Er wordt zacht gepraat, soms gehuild. Pelotons militairen marcheren voorbij. Even staat op het Loezhnikicomplex de tijd stil.