De actualiteit van ‘Hair’ is voorgoed voorbij

Voorstelling: Hair, door Seaside Productions. Regie: Marcus Azzini. Gezien: 20/10 Chassé Theater, Breda. Tournee t/m 14/4. Inl. 0900-9203, www.hairmusical.nl

Dachten die hippies veertig jaar geleden nou echt dat er een heel nieuwe wereld zou komen? En dat die wereld vervuld zou zijn van vrede, vrije seks en de zoete geur van pretsigaretjes?

Ja, dat dachten ze echt. Alles zou voortaan anders en beter zijn – of, zoals het in de eerste Nederlandstalige versie van de musical Hair heet: „Nooit meer oorlog, haat en nijd.”

Maar omdat dat misschien moeilijk is te geloven voor wie er niet bij was, begint deze voorstelling met een geestig gemonteerde reeks uitspraken van lui die er wel bij waren. Ze vertellen, gelukkig niet zonder zelfspot, hoe het was. Waarna een van de jongeren op het toneel de onontkoombare conclusie trekt: „Die hippietijd heeft echt bestaan!”

Geen wonder dat de nieuwe Hair, die zaterdagavond in première ging, een ondertitel met twee jaartallen heeft gekregen: 1967-2007.

Er valt heel wat uit te leggen. Hair is nu eenmaal niet meer te spelen zoals veertig jaar geleden. De tijdgeest is totaal veranderd, de belofte dat the times they are-a changin' heeft geen utopische betekenis meer en zelfs de titel is zijn lading kwijt nu iemands haarlengte geen maatschappijvisie meer verraadt.

De scène waarin hoofdpersoon Claude het leger in moet en dus zijn haar moet laten afknippen, is allang niet schokkend meer. In deze productie gaat zijn haar er niet eens meer af.

Des te meer aanleiding om nieuwsgierig te zijn naar de manier waarop regisseur Marcus Azzini (pas vier jaar na de oerpremière van Hair geboren) deze ode aan „kralen, bloemen, vrede, vrijheid” zou ensceneren. Als een terugblik, om te beginnen, waarin een ensemble van 21 twintigers zich verbaasd afvraagt wat die hele hippietijd eigenlijk heeft opgeleverd.

Af en toe richten de spelers zich even tot het publiek met een verklarend zinnetje of een monkelend terzijde. Maar al heel snel speelt iedereen zijn rol zonder er ooit nog uit te stappen.

En dan blijkt opnieuw dat Hair welbeschouwd altijd meer een happening dan een musical is geweest. Want ga maar na: het enige echte plotje (over Claude, die hier Kloot heet) komt pas na een uur op gang. De rest is zang en dans op de veelal opzwepende rockmuziek van Galt MacDermot en de demonstratieve zangteksten van Gerome Ragni en James Rado.

Alle eerdere Hair-producties die in Nederland te zien waren, werden in het Engels gespeeld. Nu hebben Ronald Giphart en Gérard van Kalmthout de speelscènes levendig bewerkt, terwijl Jan Rot de liedteksten vertaalde. Voortreffelijk, voor zo ver ze te verstaan zijn althans. ‘Flow it, show it, long as God can grow it, my hair’ werd: ‘Waag het, draag het, lang is lekker, vraag 't aan háár’, waarmee het woordje haar een mooie dubbele betekenis heeft gekregen. „Geen haar op mijn hoofd gelooft in de schaar,” is eveneens een treffend zinnetje.

Maar op de première-avond gingen heel wat van zijn taalkundige vondsten verloren door de balans tussen zang en muziek – ondanks de gespierde rockstemmen van de meeste spelers en de stevig aangezette, funky klanken van de achtkoppige begeleidingsgroep in de gevarieerde arrangementen van Jan Tekstra en Fons Merkies.

Hair speelt zich af in een parkachtig toneelbeeld met een achtergrond van horizontale luxaflexschermen waarachter de muzikanten zitten. Van de spelers vallen vooral Jelka van Houten (al zong ze zaterdagavond wel erg nasaal), Jorrit Ruijs, Oren Schrijver en Marcel Veenendaal op, omdat ze zich uiteindelijk toch zonder reserves - en zonder ironische afstand - vereenzelvigen met de hippies die hun ouders hadden kunnen zijn.

Maar verder kreeg ik toch het gevoel dat deze show een beetje tussen de wal en het schip valt. Te zielloos voor wie uit is op pure retro-nostalgie en lang niet aanstekelijk genoeg voor wie wel eens zou willen weten waarom Hair destijds zo opwindend was.