Broederschap Koerden onder druk

Na een nieuwe hinderlaag van de PKK, waarbij gisteren twaalf Turkse soldaten sneuvelden, lijkt een Turks optreden in Noord-Irak nabij. Krijgen de Koerden nu hun zin?

Waar zijn de Koerdische rebellen van de PKK in hemelsnaam op uit? Mehmet Kaya, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Industrie in Diyarbakir, een overwegend Koerdische stad in het zuidoosten van Turkije, zegt het niet te weten.

„Soms zeggen ze dat ze van Turkije een federatie willen maken (met een apart gebied voor de Koerden), dan weer willen ze een staat-in-de-staat worden. En soms roepen ze alle Koerden in de regio (ook buiten Turkije) op om een Koerdische staat te vormen”, legt hij uit.

Dan, vertwijfeld: „Denken ze eigenlijk wel?”

De voorzitter van de Kamer van Koophandel uitte zijn verzuchting nog maar enkele dagen geleden. Sinds gisteren is zijn noodkreet alleen maar urgenter geworden. Een Turkse militaire operatie in Noord-Irak lijkt dichterbij dan ooit nadat aanhangers van de PKK bij de grens met Irak twaalf Turkse militairen in een hinderlaag doodden. Na spoedoverleg gisteravond kwamen de Turkse autoriteiten met een harde verklaring. Daarin zeggen zij de „territoriale integriteit” van Irak te respecteren maar voegen daar direct aan toe „elke prijs” te willen betalen om Turkije te beschermen en het terrorisme te verslaan. De Verenigde Staten zijn tegen een Turkse inval in Noord- Irak en hebben Ankara gewaarschuwd voor de gevolgen.

Minister van Defensie Gönül zei gisteravond dat de Turkse strijdkrachten een inval „voorbereiden”. Maar hij voegde daar direct aan toe dat zo’n operatie „niet onmiddellijk” zou plaatshebben.

Dat mag zo zijn, in Diyarbakir is men alles behalve gerust op de dingen die gaan komen. Voorzitter Kaya van de Kamer van Koophandel en Industrie is niet de enige die moeite heeft de motieven van de PKK te doorgronden. Vorige week woensdag nog nam het Turkse parlement een resolutie aan waarin de regering toestemming kreeg voor een militaire operatie in Noord-Irak. Enige weken geleden nog waarschuwde PKK-commandant Murat Karayilan dat, als Turkije Noord-Irak binnenviel, de PKK wel eens aanvallen zou kunnen uitvoeren op belangrijke oliepijpleidingen.

Uit zijn opmerkingen zou de conclusie kunnen worden getrokken dat de PKK geen Turkse operatie in Noord-Irak wil. Maar, als dat het geval is, dan zou je verwachten dat de extremisten zich na het besluit van woensdag zouden terugtrekken in het onherbergzame landschap van Noord-Irak en vijandelijkheden met het Turkse leger zouden vermijden. Dat deden ze evenwel niet: de PKK koos voor de frontale aanval en daarmee lijkt een Turkse militaire operatie dichterbij dan ooit. Wil de PKK wellicht dat het Turkse leger Noord-Irak binnentrekt?

Ook in de media wordt driftig gespeculeerd over wat de PKK precies wil.

Vervolg TURKIJE: pagina 4

turkije

De regio blijft in armoede steken

Vervolg van pagina 1

Een breed gedragen opvatting is dat de Koerdische extremisten hebben geconcludeerd dat de steun voor hen in Zuidoost-Turkije vermindert. Bij de verkiezingen van afgelopen zomer deed de AK-partij van premier Erdogan het buitengemeen goed in die regio. Om die trend te keren, zou de PKK het gebied weer in een situatie van oorlog willen leiden. Als het oorlog wordt, zal de kloof tussen de bevolking en de Turkse staat steeds groter worden, zo luidt deze interpretatie, met als gevolg dat de Koerdische bevolking, net als in de jaren 90, als een blok achter de PKK zal staan.

Niemand weet of deze interpretatie correct is, maar zij onderstreept een van de meest verontrustende aspecten van de huidige crisis: uiteindelijk zullen de Koerden in Turkije, van wie velen het geweld van de PKK afwijzen, de rekening voor deze crisis gepresenteerd krijgen. Dat geldt natuurlijk in eerste instantie voor de inwoners van de regio. Het gaat goed met de economie van Noord-Irak. Het gebied zou als economische magneet kunnen fungeren voor het verarmde zuidoosten van Turken. Nu al werken veel Turkse Koerden in Noord-Irak. Maar als Turkije Noord-Irak binnenvalt, zullen die economische banden zwaar op de proef worden gesteld en zal Zuidoost-Turkije in zijn armoede blijven steken.

Maar ook voor Koerden in andere steden heeft de huidige crisis gevolgen. Het racisme tegen de Koerden in Turkije is sinds de spanningen met de PKK toenamen, weer flink groter geworden. Zo moest de politie in de stad Erzurum gisteren een menigte tegenhouden die van plan was naar een wijk in de stad te marcheren waar voornamelijk Koerden wonen. Dat ook de autoriteiten zich zorgen maken over deze ontwikkeling bleek gisteren toen zij een oproep deden aan alle inwoners van dit land om de ‘broederschap’ tussen de inwoners van Turkije niet ter discussie te stellen.

Of extremistische nationalisten die oproep ter harte zullen nemen, staat nog te bezien. Mocht de PKK, zoals in het verleden, aanslagen gaan plegen in West-Turkije, dan zal dat racisme tegen Koerden alleen nog maar groter worden.

De vraag is dan ook hoe lang de regering in Ankara nog de roep van de publieke opinie om actie naast zich neer kan leggen. Overal in Turkije gingen gisteren woedende en geschokte burgers met vlaggen de straat op. In de stad Erzurum wilde een groep betogers verhaal halen bij een wijk waar voornamelijk Koerden wonen. In Istanbul kwamen betogers naar het centrale Taksim-plein en scandeerden daar de bekende Turkse leuze dat „martelaren” niet sterven en het vaderland nooit opgedeeld zal worden.

Gezien deze sterke reactie van de publieke opinie zal de regering-Erdogan daadkrachtig moeten optreden, tenzij de VS en Irak nu direct actie ondernemen tegen de PKK. Premier Erdogan belde gisteren met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rice. Naar verluidt reageerde Rice sympathiek en vroeg zij Erdogan haar „een paar dagen” te geven.

De Iraakse president Talabani, zelf Koerd, zei gisteren opnieuw dat de PKK de wapens moet neerleggen. Doet zij dat niet, dan moet zij Irak verlaten, aldus Talabani. Maar de Iraaks-Koerdische leider Barzani sloeg een andere toon aan. Hij zei dat „wij” niet betrokken willen worden bij een oorlog tussen de PKK en het Turkse leger. Hij voegde daar aan toe dat als „Koerdistan” onder vuur komt, „wij onze burgers zullen verdedigen”.