Wie klikt is gehersenspoeld

Snitchen is collaboreren met de blanke.

Wie aan de zwarte kant van Washington getuige is van een moord, wat zo gemiddeld om de dag kan gebeuren, loopt kans met zijn familie te moeten verhuizen naar Iowa.

Tenminste, wie besluit om met de politie te praten. Dat is in zuidoost-Washington zo gevaarlijk, dat getuigen meteen in een getuigenbeschermingsprogramma worden opgenomen. Dan volgt een verhuizing naar de andere kant van de stad of, vaak, naar een andere, verre staat. Iowa wordt veel genoemd, door politiecommissaris Diane Grooms.

Een kostbare operatie, zou je denken. Maar dat valt relatief mee. In zuidoost-Washington wordt het na de meeste moorden, ook op kinderen en zelfs op klaarlichte dag met tientallen omstanders, beklemmend stil. Bijna niemand wil getuigen.

De oorzaak is niet alleen angst voor vergelding. De reden is vaker dat niemand een ‘snitch’ wil zijn. In wit Amerikaans betekent ‘snitchen’ klikken. Maar in zwart Amerikaans is de lading ingewikkelder. Snitchen, zoals zwarten het zelf omschrijven, is voor huisslaven. Hielenlikkers van de blanken. Liever blijven ze slaaf in het veld.

Dat geldt zeker op de zwarte Howard University, een paar straten verwijderd van waar ze stijgende moordcijfers produceren.

De eerste zwarte Nobelprijswinnaar (Ralph Bunch, voor de vrede, in 1950), werkte op Howard en de universiteit heeft een stroom van burgerrechtenstrijders voortgebracht. De mensen die deze avond samenstroomden voor een discussieavond over snitchen, hebben kansen en blaken van zelfvertrouwen.

Snitchen komt vaak neer op collaboreren, vindt een meerderheid. Snitchen is meewerken aan witte suprematie. Aan een systeem dat zwarte mannen doelbewust in de gevangenis zou werken om blanken aan de top te houden.

In de oren van een blanke klinkt dat idioot. Een zwarte dame van het type dat je wel vaker ziet rond Howard (fier, mooi in kostuum of Afrikaanse jurk, een kroon van kroeshaar) loopt op me af, kijkt me streng aan en zegt zonder verdere plichtplegingen: „Het beste dat witte vrouwen voor het zwarte ras kunnen doen, is ophouden de zwarte penis na te jagen.”

Goedenavond en exit zwarte dame, een ernstig geval van witte-suprematiedenken.

Maar er is ook grond voor de argwaan. Het bekendste voorbeeld is het verschil in de strafmaat voor het bezit van crack of voor cocaïne in poedervorm.

Wie in Amerika voor het eerst schuldig is bevonden aan het bezit van vijf gram crack, de gekookte cocaïne die kansloze zwarten roken of verkopen bij gebrek aan een echte baan, krijgt vijf jaar cel. Een dealer in het bezit van honderd keer zoveel cocaïne, de poedervorm die vaker door de neus van blanken gaat en ook vaker door blanken wordt verhandeld, krijgt precies evenveel. Vijf jaar cel voor vijfhonderd gram.

In het forum zitten onder anderen vrijdenkster Amira Williams in Afrikaanse jurk; hiphop-ster Freeway uit Philadelphia, politiecommissaris Diane Grooms („Het spijt me dat ik laat was. Er was nog een vijftienjarig meisje in haar gezicht geschoten”) en de zwarte aanklager Albert Herring. „Wat anderen onder burgerschap verstaan noemen wij snitchen”, zegt hij. „Dat is hersenspoeling.”

Rock Johnson hoeft nauwelijks iets toe te voegen aan zijn massieve aanwezigheid. Hij is voormalig lid van de L.A. Crips, een van de beruchtste gangs van het land. Toen zijn dochter werd vermoord in het milieu dat hij zelf had geschapen en hij na zeventien jaar celstraf vrijkwam, heeft hij de Crips verlaten. Nu draagt hij een ruitjesoverhemd en een leesbril. Zoals het voltallige forum dringt hij aan op getuigen. „Start snitching”, is het devies.

Maar achter de microfoon staat een stoet van boze mannen. Alles is de schuld van de witte hiphopindustrie, die het zwarte gangsterbeeld idealiseerde. Alles is de schuld van de stadsvernieuwing – hier heerst de stellige overtuiging dat zwarten uit opgeknapte stadsdelen worden geloosd via gevangenisstraffen. Alles is de schuld van de witte man met de macht.

„Bro! Bro!”

„I hear you!”

Tussen al die mannen staat een meisje. Een tenger, vastbesloten meisje, met de handen stijf in de zakken van haar regenjas.

„Ik ben hoog opgeleid maar ik voel het N-woord nog dagelijks”, begint ze slim. N staat voor nigger dus nu luisteren de mannen. Luidkeelse instemming. „You got it. O yeah.”

„Maar verdorie!”, roept het meisje dan. „Het gaat toch niet om de witte man? Niet om wat die ons heeft aangedaan? Het gaat erom wat we onszelf aandoen! We moorden elkáár uit!”

Er zitten dus honderden mensen in de zaal. Zoveel, dat politiecommissaris Grooms eerder ongeveer een kwart aanwees en zei: „Volgend jaar bent u, zeg maar, allemaal dood. Dat is ongeveer de situatie. En niemand gaat daarna voor u bij de politie getuigen wie de daders waren.”

En niemand valt het meisje bij.