Verdonk omhelst de preverbale kiezer

Redacteur NRC Handelsblad

Het was een gezellige drukte in het Hyves-clubhuis van Rita Verdonk. Zodra de oud-VVD-minister van immigratiezaken haar eigen politieke beweging ‘Trots op Nederland’ had aangekondigd, ontstond een uitgelaten sfeer. Ze was ook nog jarig, dus Verdonk kon weer niet meedoen aan het werk van de Tweede Kamer. Net als bij de meeste andere debatten die haar aangingen het afgelopen jaar.

Met Rita Verdonks definitieve keuze voor een solocarrière in de politieke arena, neergelegd in haar uitgesproken ambitie premier te worden, belandt Nederland in een nieuw hoofdstuk van het handboek democratie. Wel vaker kozen Kamerleden die zich beknot voelden, de vrijheid boven de fractie. Geert Wilders verliet dezelfde VVD en leidt nu een fractie van negen. Pim Fortuyn heeft laten zien dat je ook als eenling zonder Kamerzetel het hele systeem kan uitdagen.

Verdonks zelflancering luidt de fase in waarin iemand massaal vertrouwen vraagt voor weinig meer dan haar persoon en een mentaliteit. Daadkracht. Daarbij vergeleken was Pim Fortuyn een wonder van denkkracht, nuance en bestuurlijke ernst. Hij had door hoe beleid tot stand komt, hij had boeken gelezen, hij wist wat Weber had geschreven over bureaucratie als bijproduct van rationalisatie. Fortuyn was een hofnar in de klassieke zin van het woord: een buitenstaander die de vorst een spiegel voorhoudt.

Vergelijk dat met het oeuvre van Rita Verdonk. Zij heeft op Justitie de vreemdelingenwet van Job Cohen uitgevoerd. Met een mate van vasthoudendheid die in Den Haag ongebruikelijk was. Haar rechtlijnigheid sloeg bij de paspoortkwestie van Hirsi Ali om in een explosief mengsel van amateurjuristerij en gevoelsarm boekhouderswerk. Het leverde haar de populariteitsbonus op die haar wapen zou worden in de strijd om de VVD-leiding.

Een kantje boord verloren voorzittersrace, een half jaar sabotage van de gekozen leider Rutte en toen die ruim 620.000 stemmen in november 2006. Dat was 65.000 meer dan Rutte. Sindsdien waande Verdonk zich de echte winnaar en vond zij dat de halve VVD-fractie haar schatplichtig was. In het parlement zou zij zich bezighouden met onderwijs en jeugdbeleid. In de Handelingen van de Tweede Kamer zijn amper bijdragen van haar te vinden. De grote visie op deze voor haar nieuwe terreinen heeft zij niet ontvouwd.

Des te meer aandacht trok Verdonk met vraaggesprekken waarin zij Rutte als links en de VVD als stuurloos typeerde. Haar campagneapparaat bleef in staat van paraatheid. De doe-het-zelf opiniepeiling van Maurice de Hond suggereert dat zowel binnen de VVD als in wijde kring daarbuiten meer mensen Rutte verwijten maken over de breuk dan Verdonk. Zij heeft haar slachtofferschap goed georkestreerd, maar belangrijker is waar zij nu voor staat.

Op de sociale netwerksite van Verdonk staat één steunbetuiging die veel samenvat. Letterlijk gekopieerd: „Je hebt zo van die zeldzame dagen dat je een politici geloofd. Ik geloof geen member van de PVDA, dat is zeker daarentegen geloof ik Balkenende wel. Ik bots alleen met dat enorme conservatisme met die patreanale houding van hem. En ik geloof u. U bent voor mij het enige alternatief op rechts ik hoop dat u dat blijft zodat ik op kan stemmen over drie jaar. Groet Dick”.

In basisschooltermen is dit ongeveer AVI 4. Die mensen hebben ook stemrecht. Maar deze en andere omhelzingen illustreren wat een grillig bezit het hart van de preverbale kiezer is. Als je geen traditie en geen uitgekristalliseerde ideeën deelt, alleen maar wrokflarden en de belofte van stevigheid, dan kan de populariteit iedere dag weer wegwaaien. Dit is toeschouwersdemocratie in optima forma.

Balkenende zal er wel van opkijken dat hij volgens Dick te conservatief is, verergerd door een ‘patreanale’ houding – geen idee wat dat betekent. Maar het zal een geruststelling voor de premier zijn te lezen dat Verdonk een alternatief op rechts is. Balkenende is misschien links-conservatief. Deze etikettenverwarring bevalt Rita Verdonk. Niet links, niet rechts. Zij is de zoveelste politicus die het gedoe van de bestuurlijke elite beu is en naar ‘de mensen in het land’ luistert. Maar zij mogen geen lid worden en haar niet lastigvallen met moties. Zij kiest voor een beweging en geen partij. ‘Om de mensen stem te geven die zich niet vertegenwoordigd voelen.’

Stemmen mogen zij, op Verdonk, en verder zwijgen. Hier een gironummer, daar een Hyves, vandaag samen klagen in een zaaltje, morgen scoren in de talkshow. Maar nooit een partijprogramma over alle grote thema’s, vooral geen serieus interview in Netwerk.

Wilders’ PVV volgt hetzelfde model. Hij, en ook Pim Fortuyn, die dichter bij het Torentje stond dan enige andere systeemuitdager, hebben ervaren hoe moeilijk het is om als charismatisch boegbeeld medestrijders van voldoende kwaliteit te vinden. Voor Pims reputatie is het waarschijnlijk een redding dat het kabinet-Fortuyn er nooit is gekomen.

Verdonk zou een stille politieke dood sterven als eenvrouwsfractie met een beperkte boodschap. Als de Kamer een sterk en zelfbewust orgaan van volkssoevereiniteit was. Maar de Tweede Kamer deinde ook deze week weer eens op de baren van de opwinding. Om het volksgevoel te verwoorden werden spoeddebatjes gehouden. Over de 900 keer modaal waarmee ABN Amro-topman Rijkman Groenink zijn successen thuis gaat overdenken. En over het gerucht dat afschaffing van de basisbeurs voor studenten de 1,1 miljard moet opbrengen om leraren aan een beter salaris te helpen. In het eerste geval ging de minister er niet over. In het onderwijsgeval was er geen sprake van een voorstel.

Het Tweede Kamerlid Van der Staaij (SGP) zei het bondig: „Wij zijn bezig ons parlement om te vormen in een politiek café waar elke avond met een minimum aan kennis en een maximum aan stemmingmakerij de hype van de dag wordt gevoed.”

Kamerleden zijn er zelf bij. Net als met roken, iedere dag kan de eerste zijn om te stoppen. Die Barend en Van Dorp-democratie met de Tweede Kamer als groot uitgevallen voorronde-lokaal leidt tot partijen zonder leden. Dat zijn broedplaatsen voor de dictatuur.

opklaringen@nrc.nl