Van deze tijd

1417

Van ver achter de horizon, uit noordelijke richting, klinkt verward geschreeuw. Ik spits mijn oren. Eigenaardige uitdrukking: je oren spitsen. Ik ken geen zoogdier dat zichtbaar zijn oren kan spitsen. Een spits is een puntig voorwerp of een voetballer die goed doelpunten kan maken. Wie zijn oren spitst doet zijn best, zo scherp mogelijk te luisteren. Dat kun je aan zijn gezicht zien. Mens of ander zoogdier, dat maakt geen verschil. Honden en katten kunnen goed hun oren spitsen. Het is een pleziertje om dat te zien.

Verward geschreeuw dus. Aanpakken! kon ik verstaan. Keihard aanpakken! Wat? Een halve eeuw geleden was het Soekarno die Nieuw-Guinea wilde hebben. Maar onze keiharde aanpakkers waren niet van gisteren. Ze stuurden ons vliegdekschip H. M. Karel Doorman naar onze bijna voormalige Oost. De Doorman is later aan Argentinië of Brazilië verkocht en West Nieuw Guinea hoort bij Indonesië en heet nu West Irian. Allemaal ruimschoots vergeten. Maar ons keiharde aanpakken gaat gewoon door.

In de Volkskrant van de vorige dag las ik de volgende ochtend wat het aanpakdoel van de week was. De wilde zwijnen op de Veluwe hebben zich de laatste tijd exploderend voortgeplant. Een poosje geleden waren het er nog 800; nu meer dan 6000. Brutaal breken ze in bij boeren en eigenaren van zomerhuisjes en bovendien veroorzaken ze verkeersongelukken. Ik geef meteen toe: dat kan allemaal niet. Dus: paal en perk! Maar hoe?

Mevrouw Gerda Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft voorgesteld, de drukjacht te openen. Drukjacht? Drijfjacht, dat woord ken ik. Veel jagers te paard, gesteund door honden, achter een vos aan. En dan piefpafpoef, de vos die geen jager kwaad heeft gedaan, is doodgeschoten. Ja, maar hij at de kippen op. Dat doen wij ook en dat is nog geen reden om een drijfjacht op ons, kippeneters te houden. De drijfjacht was liefhebberij in Britse adellijke kringen. Nu verboden, geloof ik, tot verontwaardiging van de Britse graven en hertogen.

Maar wat is een drukjacht. Mijn digitale Van Dale wist het ook niet. Met enig gegoogel kwam ik er ongeveer achter. De drukjacht is een één op één jacht. Het wilde zwijn wordt gelokaliseerd, in de richting van de schutter gedreven. Die aarzelt niet, haalt de trekker over en het wilde zwijn is geëxecuteerd. Een meerderheid in van de Tweede Kamer is tegen het drukjagen. Het gaat niet door. Wel heb ik het gevoel dat er bij onze minister van Natuur iets blijft broeien.

Ongeveer een half jaar geleden kwam ze met het voorstel op de basisscholen les in het vissen te geven, dus de kinderen te leren hoe ze met een hengel aan de waterkant moeten zitten, aas aan de vishaak bevestigen, inleggen, goed op de dobber letten, en als die heftig gaat bewegen, voorzichtig opslaan. Dan zien ze hoe de vis, met het haakje in zijn bek, boven water komt. Voorzichtig verder hijsen! En dan de buit in het leefnet bewaren om later op te eten, of de vis weer in zijn element gooien. De vis voelt nauwelijks iets van de haak in zijn bek, verzekerde de minister toen. Hoe ze dat wist, vertelde ze er niet bij. De werkelijkheid is dat de vis door de haak al zwaar beschadigd is. Dan wordt hij door mensenhanden aangepakt, waardoor het beschermend slijmvlies op zijn schubben wordt beschadigd. Vatbaar voor allerlei infecties komt hij weer in het water terecht.

Ook al lang geleden had Het Parool wekelijks een rubriek die Aan de haak heette. Voor de sportvissers. Het was het meest barbaarse proza van de Nederlandse dagbladpers. Vissen is geen sport maar een middel van bestaan. Sport is een vorm van wedijver met een tegenstander die een min of meer gelijke kans op de overwinning heeft. Een dier kan hoogstens ontsnappen.

Nog voor de minister het vissen in het lespakket wilde opnemen, had ze voorgesteld het jachtverbod in Nederland te versoepelen. Zo’n verbod, zei ze, ‘is niet meer van deze tijd’. Goed beschouwd is dat een cultureel-historisch oordeel. Het vierendelen was in de middeleeuwen zo gebruikelijk dat je het tot die tijd kon rekenen. In de Franse Revolutie werd er nog flink onthoofd. Dat hebben we allemaal overwonnen. In het einde van de negentiende eeuw vermaakte het volk in de Amsterdamse Jordaan zich met het palingtrekken. Boven de Lindengracht werd een touw gespannen met daaraan een levende paling. De sport was dat je er met een bootje onderdoor moest varen en de paling eraf trekken. Lol! Dat beest voelde er bijna niets van, zullen de sporters misschien hebben gezegd. Toen, op 25 juli 1886, kwam inspecteur Boas. Hij sneed het touw door. De Jordaners kwamen in opstand. Het leger moest erbij komen om het palingoproer te bedwingen.

Wat is ‘van deze tijd’? De plezierjacht? De drukjacht op de zwijnen? Visles op de basisschool? Waarom is het ‘van deze tijd’? Dat zou ik graag willen weten.