Tuig voor de één, verveelde tieners voor de ander

Jongeren in Slotervaart krijgen alle kansen om hun achter-standspositie te verbeteren. Volgens deelraadsvoorzitter Marcouch verpest een klein groepje „tuig” het voor de rest.

Mohamed Azahaf maakte gisteren onbedoeld precies duidelijk wat vaak het probleem is. De Marokkaanse jeugdwerker was naar de raadszaal van het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart gekomen, waar een manifest werd getekend. Jongeren uit de wijk wilden hiermee duidelijk maken dat zij en het overgrote deel van de jeugd uit Slotervaart niets te maken hebben met de ongeregeldheden van de afgelopen dagen. Zij willen niet gezien worden als „groepsgenoten van brandstichters en stenengooiers”.

Azahaf, zelf een twintiger, nam het vervolgens juist voor de relschoppers op. Hij had op televisie de „spierballentaal” van stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch gehoord over „tuig” en „criminelen” in Slotervaart. En hij had zich vreselijk geërgerd. Die jongens staken dan wel auto’s in brand en bekogelden het politiebureau aan het August Allebéplein in Slotervaart met stenen, maar het zijn toch wel „onze jongens” en „onze relschoppers”, zei Azahaf. Hij was niet de enige. Een Marokkaans meisje opperde dat het misschien beter was de kleine groep relschoppers uit hun wijk „verveelde, onzekere tieners” te noemen.

Het was niet de eerste keer dat de etnische solidariteit onder de Marokkaanse gemeenschap deze week bovenkwam. Natuurlijk was het heel erg dat Bilal B. afgelopen zondag twee agenten had neergestoken en daarbij was doodgeschoten. Maar had de hulpverlening niet ernstig gefaald bij Bilal? En waarom was hij niet in zijn benen geschoten? Zou de politie wel een onafhankelijk onderzoek doen?

De afgelopen week trok stadsdeelvoorzitter Marcouch met buurtvaders, jongerenwerkers, islamitische geestelijken en politieagenten door de buurt. Overal werden bijeenkomsten georganiseerd. Voor de moeders, voor de vaders en voor de jongeren. Onrust en woede werden in de kiem gesmoord, door geruchten te bestrijden en zo veel mogelijk feitelijke informatie te verspreiden. Het was voor het stadsdeel een uitgelezen kans om een balans op te maken. Hoe staat de buurt er voor? Hoe reageert de Marokkaanse gemeenschap?

Het gaat stukken beter in Slotervaart, zegt Houssain Mouhmouh. Hij is ambtenaar van het stadsdeel en houdt zich bezig met probleemjongeren. Hij moet er voor zorgen dat alle welzijnsorganisaties en jongerenwerkers in Slotervaart samenwerken. Mouhmouh herinnert zich de rellen van ’98 op het August Allebéplein. „Honderden jongeren vochten tegen de politie, maar ook vaders deden mee.” Dat vaders nu de straat op zouden gaan? Ondenkbaar. „Eigenlijk is het nu heel rustig”, zegt Mouhmouh. Er zijn de incidenten van de afgelopen dagen. Maar verder is de overlast van jongeren, waar Slotervaart om bekend staat, sinds kort eigenlijk nihil, zegt hij.

In de bestrijding daarvan heeft het stadsdeel Slotervaart de afgelopen jaren veel geld gestoken. Vorig jaar werd aan ‘overlastgevende jongeren’ meer dan een miljoen euro besteed. Daarnaast legt ook de gemeente Amsterdam jaarlijks miljoenen op tafel voor probleemjongeren.

De lokale bestuurders proberen met onorthodoxe methoden de problemen aan te pakken. Zo begonnen vorig jaar de straatcoaches. Zij fietsen dag en nacht door de buurt om hangjongeren aan te spreken. Werkt dat niet, dan gaat een gezinsbezoeker naar de ouders om hen aan te spreken. Zien ze dat er van alles mis is in zo’n gezin, dan schakelen ze andere hulpverleners in. Amsterdam vindt het zo succesvol dat de straatcoaches ook in andere stadsdelen gaan beginnen.

In Slotervaart krijgen jongeren heel veel kansen, zegt Mouhmouh. Geen werk? Dat komt omdat ze vaak niet de juiste startkwalificatie hebben, zegt hij. Dan kunnen ze bijlessen krijgen op de ‘Weekendacademy’. Moeite met solliciteren? Ook daar zijn cursussen voor, zegt hij.

Ook Marcouch benadrukte het gisteren nog een keer. In het stadsdeel is veel aanbod. Wie wil, krijgt hulp. „We zijn een samenleving van kansen. Maar je moet er wel wat voor doen.” De relschoppers willen dat niet, zei hij. En daarom nam hij gisteren geen woord terug van zijn „tuig” en „criminelen”. Marcouch: „Er wonen 45.000 mensen in Slotervaart en ik wil juist niet generaliseren. Daarom noem ik die kleine groep zo.”

Aan het einde van de middag kreeg hij steun van een Marokkaans meisje. Zij vond het helemaal niet erg dat die kleine groep tuig werd genoemd. „Zij verpesten het namelijk ook voor mij.” En het was toch ook vooruitgang, stelde ze. „Bij de rellen in ’98 ging het over dé Marokkaanse jongeren. Nu over een klein groepje etterbakken.”