Stel strikte voorwaarden aan milieuconvenanten

Mirjam de Rijk, directeur Stichting Natuur en Milieu, en Bernard Wientjes, voorzitter VNO-NCW, spelen welles-nietes over milieuconvenanten (NRC Handelsblad, 1 en 4 oktober). De belangen in deze polemiek zijn groot: Milieuminister Cramer wil convenanten centraal stellen in haar nieuwe beleidsprogramma `Schoon en Zuinig`. Maar milieuconvenanten zijn niet per definitie goed of slecht. Uit ons vergelijkend onderzoek naar convenanten in Nederland, Oostenrijk en Denemarken blijkt dat vrijwillige milieuafspraken tussen overheid en bedrijfsleven alleen onder strikte voorwaarden effectief zijn:

Een traditie van overleg, consensus en vertrouwen tussen overheid en bedrijfsleven is cruciaal.

Tegelijkertijd is het oppassen met gevestigde overlegstructuren: openheid voor álle belanghebbenden is essentieel.

Bij voorkeur doen milieu- en consumentenorganisaties mee; zo niet, dan moeten in ieder geval de overlegresultaten en voortgangsrapportages openbaar en toegankelijk zijn.

Branches moeten goed georganiseerd zijn, de hele bedrijfstak vertegenwoordigen en goed functioneren.

De stok achter de deur van wet- en regelgeving en een alerte en actieve overheid zijn essentieel.

In Nederland, meer dan in andere landen, kán aan deze voorwaarden worden voldaan. Maar ook in Nederland bestaan er soms forse belemmeringen en risico`s. Het Verpakkingenconvenant heeft geleden onder de betrokkenheid van een te grote diversiteit aan en onenigheid van brancheorganisaties. En een terugtredende milieu-overheid zorgt de laatste jaren voor te veel vrijblijvendheid en onvoldoende druk. Ook blijft de participatie van maatschappelijke organisaties een probleem. En niet in de laatste plaats: er moeten ook de juiste, ambitieuze doelen worden afgesproken. De uitdaging ligt dan ook in een `tweede generatie convenanten`, gericht op ingrijpende vernieuwingen.