Staat laat France Telecom nog niet los

Op het eerste gezicht zou de krap bij kas zittende Franse regering blij moeten zijn met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat France Telecom tussen de 800 miljoen en 1,2 miljard euro aan onrechtmatig verkregen belastingaftrek moet teruggeven. Maar de staat heeft zich juist achter het concern opgesteld in zijn vastberadenheid om tot het uiterste door te gaan met zijn strijd.

Dat France Telecom wil proberen te voorkomen dat het 20 tot 25 procent van zijn nettowinst moet inleveren, is wellicht begrijpelijk. Maar het feit dat de Franse staat, in een spagaat tussen zijn rol van aandeelhouder en die van gekwetste partij hetzelfde achterhoedegevecht wil blijven voeren, kan op een rationeel denkend mens overkomen als iets dat toch wel heel erg vreemd is.

Toch is het niet zo verrassend als je bedenkt dat het telecomconcern nooit echt aan de omarming van de Franse staat heeft weten te ontsnappen, ook al werd het drie jaar geleden volledig geprivatiseerd.

Het onvermogen om de banden met de staat door te snijden, kan aan de wortel liggen van de armzalige prestaties van het aandeel sinds de privatisering. De aandelen van France Telecom zijn nu 10 procent minder waard dan tien jaar geleden, terwijl de waarde van de hele Franse markt in dezelfde periode is verdubbeld.

France Telecom wordt momenteel verhandeld tegen een korting van 18 procent ten opzichte van het gemiddelde van zijn drie grote Europese branchegenoten – de voormalige Duitse, Spaanse en Italiaanse staatsmonopolies – op basis van de verwachte winst over 2008. Het concern heeft weliswaar een bijna-doodervaring beleefd na een onstuimige periode in de jaren negentig, toen het in de ban was van een volledig door contanten gefinancierde overnamekoorts. De regering stond het bedrijf toen niet toe zijn eigen aandelen als betaalmiddel te gebruiken. Maar de Franse staat schoot snel te hulp en hielp het concern weer op de been met een injectie van 15 miljard euro.

France Telecom is er sindsdien weer bovenop gekomen, en zijn winstmarges komen grofweg overeen met die van zijn branchegenoten. Het concern gaat in de praktijk onafhankelijk te werk en het belang van de Franse overheid is omlaag gebracht naar 27 procent.

Toch is het concern er steevast niet in geslaagd beleggers ervan te overtuigen dat het een gezonde en sterke groeistrategie heeft. Er is nog steeds sprake van een historisch wantrouwen, dat wordt gevoed door het feit dat de navelstreng met de Franse bureaucratie niet is doorgeknipt. Een goed begin zou bestaan uit de terugbetaling van die 1 miljard euro.

Pierre Briançon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld