Ruzie-lab voor vervliegende liefdes

Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam schrikt New York op met een woeste bewerking van Molières Mensenhater. De spelers bellen en vechten en achtervolgen elkaar op straat.

Eerst een verklarende woordenlijst.

Vuilniszakken. Het omkeren van de drie afvalzakken op het toneel staat symbool voor de waardeloze maatschappij waarin de hoofdpersoon van Molières The Misanthrope gevangen zit.

Vechtpartijen. De onafgebroken gevechten en het geschreeuw tussen de acteurs laten de kern van ons mens-zijn zien.

Voedingswaren. De chocoladesaus om het gezicht mee in te smeren, de ketchup die op de borst wordt gespoten, de watermeloen die op het hoofd wordt uitgeperst, het is zinnebeeldend voor de „de samenleving die vastzit in de illusie dat we elkaar kunnen opeten”.

Aldus Ivo van Hove zelf, in The Village Voice. Het was deze New Yorkse krant die Van Hove in 2005 vier belangrijke Obie Awards toekende voor zijn regie van Ibsens Hedda Gabler. Nu is de directeur van Toneelgroep Amsterdam terug in New York, en choqueert hij opnieuw met zijn interpretatie van een klassieke komedie, De mensenhater van Molière uit 1666. Van Hove heeft zich laten inspireren door het boek Liquid Love, waarin de Poolse socioloog Zygmunt Bauman stelt dat dat langlopende relaties niet langer bestaan. Verhoudingen vervliegen moeiteloos, net zo snel als een telefoonnummer van een geliefde uit het mobieltje verdwijnt of een e-mail van de computer wordt gewist.

De acteurs worden in de gaten gehouden met digitale camera’s, versturen op een scherm getoonde e-mails via hun telefooncomputer iPhone, en een etentje voor vijf is al snel een mobiel babbelfestijn voor tien. De acht acteurs racen blootsvoets rond in een steriele ruimte, grijs, omgeven door glas, verlicht door tl-bakken aan het plafond – ontworpen door Van Hoves decorontwerper Jan Versweyveld. „Ivo noemt dit het lab”, zegt actrice Jeanine Serralles. „Het laboratorium voor menselijk gedrag.” Volgens de actrice gaf Van Hove hen de opdracht bij iedere nieuwe scène het lab in te stappen met de gedachte „te vechten voor wat we willen”.

Het gevolg is meer ruzie dan in een heel seizoen De Gouden Kooi. Onophoudelijk wordt er geschreeuwd. Acteurs belanden tegen muur of grond. Zes keer opnieuw legt een handgemeen het spel stil. Alleen geen typisch Van-Hove-bloot ditmaal – na de eerste voorstellingen kon de pers nog melding maken van een met slagroom ingesmeerde penis. Nu isteekt alleen een maiskolf bij de hoofdrolspeler suggestief uit de gulp. „Goddank dat er buitensporige regisseurs zijn”, schrijft weekblad The Village Voice. „De regisseur is de echte ster van de avond: hij dwingt ons het stuk te herzien”, volgens persbureau AP. Andere kranten vinden het afval. „It stinks”, zegt The New York Post. Het stuk zit vol met de gebruikelijke avant-gardistische elementen, zelf ook inmiddels tot cliché verworden. Dat stoort ook The New York Times. De invloedrijke recensent Ben Brantley zegt dat de gadgets die Van Hove laat langskomen, net zoals al het eten waarin men zich wentelt, weinig doeltreffend zijn. „Het prikt nooit echt door de oppervlakte heen.” Een apenkooi, oordeelt Brantley. En: „de naakte apen van Van Hove zouden met hun kleren aan boeiender zijn.” Nu is het mooi geweest, vindt ook The New York Sun. Zijn choqueren komt minder voort uit de behoefte om Molières teksten te doorgronden, dan uit de noodzaak om eerdere provocaties te overtreffen. „De bad-boy-regisseur wordt gedwongen door zijn reputatie nog slechter te worden.”

Een stuk zo rauw en expliciet is ongebruikelijk voor de behoudende New Yorkse theaterwereld. De acteursvakbond moest dan ook ingrijpen. De acteurs werden verplicht extra contracten te ondertekenen, waarmee ze erkennen zichzelf in een potentieel gevaarlijke situatie te plaatsen. En de drie vuilniszakken bevatten „schoon afval”, zegt actrice Jeanine Serralles: „Vakbondsafval.”

Die zakken belanden op het podium nadat het stuk zich – bij een achtervolging – naar de straat heeft verplaatst. Nagezeten door een camera spelen de acteurs op de stoep verder, het publiek volgt het via beeldschermen op het podium. Dat is elke avond weer wennen. Buurtbewoners weten inmiddels hoe laat de acteurs naar buiten stormen en proberen ‘toevallig’ langs te lopen. Taxichauffeurs houden stil en moeten gerustgesteld worden.

Bij een van de voorstellingen deze week reed een fietser het beeld in. Onbedoeld belichaamde hij Van Hoves these dat technologie ons verwijdert van de realiteit: de jongen keek niet naar het verkeer, zijn blik was naar beneden gericht. Naar de mobiele telefoon in zijn hand.

T/m 11 nov. in New York Theatre Workshop, www.nytw.org.