Po-innovatie

Eerst iets over brandgevaarlijke po’s. Voor mij ligt een circulaire van de Inspecteur-generaal voor de Gezondheidszorg, die een schokkend incident meldt aan alle Nederlandse zorginstellingen. In een psychiatrische afdeling werd een vechtlustige patiënt in een isoleercel opgesloten. Na enige tijd stond de cel in de fik. ‘Onderzoek wees uit dat de patiënt anaal een aansteker had meegesmokkeld en daarmee een papieren po in brand had gestoken’

Gelukkig geen persoonlijke ongelukken, maar wel forse schade. Inspecteur-generaal prof. dr. G. van der Wal is op onderzoek uitgegaan en wat blijkt: de papieren po’s waren niet bewerkt met een brandvertragend middel. De professor voegt daar zorgelijk aan toe dat ‘geen van de benaderde zorginstellingen bij de aanschaf van po’s denkt aan de brandveiligheid.’ Je zou denken dat een ziekenhuis directie dat toch hoog op de prioriteitenlijst zou hebben staan, brandveilige po’s, maar nee. Als er ooit nog weer een po in de brand gaat, kan niemand zeggen dat de inspectie niet gewaarschuwd heeft. Je indekken heet dat, of ass-covering, passender bij een po-incident.

Toen ik als dokter werd opgeleid waren de po’s volstrekt onbrandbaar, van ijzer, loodzwaar en niet wegwerpbaar. De uitvinding van de papieren po was mij ontgaan, maar lijkt mij echte zorginnovatie. Dat brengt mij op het vernieuwde Innovatieplatform, waar ik sinds april lid van ben. Het eerste Innovatieplatform ging met fanfare van start, maar al gauw kwam de tegenwind. Innoveren is lastig en kost tijd en zo werd het platform een dankbare kop van Jut. Er zaten drie ministers in het platform en Balkenende fungeerde zelf als voorzitter. Had de parlementaire oppositie zin in een pestpartijtje, dan was het platform pletten altijd prijs. Columnisten lieten zich niet onbetuigd met geestige stukjes over het platform als geïnstitutionaliseerd lobbycircuit.

Daar heeft het kabinet iets op gevonden: de meest luidruchtige criticus, columnist Ronald Plasterk, werd in het kabinet gehaald, waar hij zich als vice-voorzitter van het platform mag scharen achter de eenheid van kabinetsbeleid. Twee andere columnisten, Robbert Dijkgraaf en ik, werden op het platform gehesen, zodat nu bijna 20 procent van het platform uit columnisten en ex-columnisten bestaat. Dat zou het Nederlandse columnistengilde milder moeten stemmen.

Zo’n innovatieplatform is een serieuze aangelegenheid. Nog vóór de eerste vergadering kreeg ik meer dan een kilo stukken toegestuurd, waaronder een ‘Handboek Innovatieplatform’. Dat boek van 159 pagina’s bevat een soort handleiding voor beginners, die nooit eerder geplatformd hebben en die voor het begin van het serieuze werk moeten worden bijgespijkerd. In dat boek staat ook de zwakke pijler van het eerste Innovatieplatform: dat had een hoog poldergehalte. Daarom is de ijsbrekerfunctie van het platform weinig tot ontwikkeling gekomen. Een platform dat stevig in de polder verankerd staat kan niet als ijsbreker fungeren is de moraal. Gelukkig was de eerste vergadering van het nieuwe platform niet op een ijsbreker, maar in het – aanzienlijk comfortabeler – kasteel De Wittenberg in Wassenaar. We betalen onze politici en hun platformgenoten slecht, maar zij weten hun werk wel in aangename omgeving te doen.

De vier punten waar het vernieuwde platform zich op gaat richten zijn onderwijs, gezondheidszorg, energie en waterhuishouding. Alles wat leidt tot “een beter leven”, zoals minister Plasterk dat noemt, is welkom. De maatschappelijke innovatie hoeft niet meteen nieuwe kennisintensieve banen op te leveren, maar dat is wel mooi meegenomen. Op het gebied van de gezondheidszorg is al veel voorwerk gedaan, waaruit hooggestemde verwachtingen blijken. Mondiger cliënten en concurrentie in de zorg gaan het allemaal beter en goedkoper maken. Ik hoop dat ook, maar ik loop al een tijdje mee en ik weet inmiddels dat verbeteringen van de organisatie van de zorg de neiging hebben om tegenkrachten op te roepen. Zo wordt vaak het tegenovergestelde effect bereikt van wat werd beoogd. Als de overheid de prijs van een medische test 10 procent omlaag wrikt, kan het eindresultaat zijn dat er volgend jaar meer onnodige testen worden gedaan, zodat de kosten gelijk blijven.

Daar komt bij dat zorg geen simpel consumptieartikel is als een ijskast. Als de overheid maar toeziet op ijskastveiligheid, maakt de consument zelf wel uit welke kast in zijn keuken past. In de geneeskunde weet de cliënt echter vaak niet wat goed voor hem is. Cliënten komen binnen met een snuffend kind en willen een recept voor een antibioticum. Huisartsen zijn de godganse dag bezig om uit te leggen dat een antibioticum niet helpt tegen virale infecties en alleen maar leidt tot meer resistente bacteriën. Juist in de gezondheidszorg leidt consumentenkeuzevrijheid niet noodzakelijkerwijs tot een betere en goedkopere zorg en gezondere mensen.

Dat maakt zorginnovatie lastig. Alle innovatie is trouwens lastig, zoals Prof. Joan van der Waals in het aprilnummer van Akademie Nieuws schreef: ‘Kijk, innovatie komt niet van mensen die met de productie in een bedrijf bezig zijn. Die willen vooral de technieken van gisteren verder verbeteren. Het is als de fabrikant van drukknoopjes die flink investeerde om te zorgen dat zijn knoopjes mooier bleven en niet roestten in de was. Al zijn problemen en waarschijnlijk zijn hele bedrijf, werden in een klap weggevaagd toen de ritssluiting elders werd uitgevonden. Zoiets kun je niet voorspellen. Echte innovatie is dan ook niet te sturen... Je moet investeren in onderwijs en wetenschap en ondernemingsgeest aanwakkeren. Echte innovatie blijkt zelden uit vragen van de industrie voort te komen.”

Wijze woorden. Vandaar dat ik mij sterk maak in het innovatieplatform voor het wegnemen van belemmeringen. Dat oogt wat mager, maar ik geloof in beleidsarm. De gezondheidszorg wemelt van de belemmeringen: De jeugdzorg is versplinterd over drie departementen en wordt vanuit departement, provincie en gemeente bedild. Ziekenhuizen worden financieel gestraft voor de invoering van vernieuwende behandelingen en het aantrekken van nieuwe patiënten. Kwaliteitsbeleid in de zorg richt zich voornamelijk op servicebeleid, onvoldoende op de medische inhoud. Het biomedische onderzoek wordt geremd door onnodige regels en registratie en onvoldoende op basis van kwaliteit gefinancierd. De linkerhand van de overheid weet vaak niet wat de rechter doet: vandaag moet de vloer glad om de schoonmaak te vergemakkelijken; morgen moet de vloer stroef om uitglijden te voorkomen (historisch voorbeeld). En dan, ik zou ze bijna vergeten, die brandbare po’s nog.

Mensen zijn verbazingwekkend inventief, als je ze maar niet voor de voeten loopt en belemmert in hun creativiteit. De overheid moet controleren en reguleren, maar is daardoor ook een groot belemmeraar. Daar kan een innovatieplatform invloed op uitoefenen. Er zitten drie machtige ministers in het platform waar de platformleden op in kunnen praten. Waar de overheid innovatie belemmert, kan het platform pogen innovatie te bevorderen door die belemmeringen weg te nemen. Ik vind dat nuttiger dan grandioze plannen maken en emotionele oproepen versturen. Mensen krijgen al veel post.