Pannenkoeken

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal door Afghanistan met de Nederlandse troepen daar. Deel negen in een serie.

De voetpatrouille is gereed om te vertrekken, maar een tolk weigert. „Ik ga niet”, roept hij, „ik moet bidden”.

„Je kunt straks bidden”, roepen de militairen.

„Nee”, schreeuwt de tolk. „Ik moet nu bidden. Mijn werk kan me niets schelen.” Hij loopt woedend weg.

We zijn op de politiepost van Manan. Meneer Manan is er niet. Hij schijnt twaalfduizend dollar te hebben zoekgemaakt. De post bestaat uit een tent in verval, wat agenten, de gebruikelijke schandknapen.

„Als zijn land en zijn werk de tolk niets kunnen schelen, moet hij maar zijn kontje verkopen”, roept een militair.

De tolk kom tot inkeer. Hij wil zijn kontje niet verkopen.

Later zal een andere militair zeggen: „Hij had gewoon moeten bidden. Alsof zo’n voetpatrouille urgent is”.

Een Afghaanse politieagent komt op mij af en prikt met zijn vinger in een gat in mijn spijkerbroek.

„Taliban?” vraagt hij.

„Nee”, zeg ik in het Nederlands, „zo heb ik hem gekocht.”

De agent trekt zijn gewaad omhoog en laat een gat in zijn been zien. „Taliban”, zegt hij.

De Afghanen schijnen een hoge pijngrens te hebben.

De zon begint onder te gaan. Wij zullen de nacht doorbrengen op Poentjak, de buitenpost van onze beschaving.

Terwijl het konvooi met een gemiddelde snelheid van 8 kilometer per uur richting Poentjak rolt, zegt Niels: „Sommige dingen kennen ze hier niet. Ik gooi een handjevol sinaasappelen naar kinderen, maar de achterste voertuigen krijgen die sinaasappelen weer om hun oren”.

Op Poentjak krijgen we een veldbed.

Uit het voertuig hebben we een MRE (Meal Ready to Eat) moeten pakken. Om je leven te redden is zo’n MRE handig, maar daar houdt het ook mee op.

Op een gaspitje is Esther, de chauffeur van het PRT-team (Provinciaal Reconstructie Team) pannenkoeken aan het bakken. De pannenkoekenmix heeft ze uit Nederland laten komen.

„Lieve Esther”, zeg ik, „mag ik alsjeblieft een pannenkoek. Dan zal ik met je trouwen”.

Ik krijg een pannenkoek.

We zijn hier allemaal in dezelfde business: survival. Dat lukt niet zonder handigheid.

Niels komt op mijn veldbed zitten. „Ik ben geen koelbloedige moordmachine”, zegt hij. „Maar als je dit uniform aan hebt, kun je geen emoties laten zien. Dat is geen gezicht.”

Buiten de tent bakt Esther nog altijd pannenkoeken. Uit een iPod komt Rammstein: „Dein Gesicht ist mir egal/ bück dich.”

Vanavond breiden wij de inktvlek van de beschaving uit door de Afghaan kennis te laten maken met de geur van pannenkoeken.