Natuurpantheïsten uit de stad beoefenen een religie van heilige wilde zwijnen en herten

De stadsmens wandelt graag in een overbevolkt paradijsje, maar dat is onnatuurlijk, ontdekt Maarten Huygen.

Je moet het Amsterdam nageven dat het een geweldige ervaring is om oog in oog te staan met een wild damhert dat niet van schrik wegspringt. Naast een pad in de Amsterdamse waterleidingduinen lag een vet mannetje in zijn bronstkuil te herkauwen, terwijl hij een passerende jogger gadesloeg. De kop bleef fier rechtop onder het gewicht van een kolossaal achtpuntsgewei en draaide met de renner mee.

Ik legde aan, mijn verrekijker dan, en hij keek rustig terug. Die had nog nooit van zijn leven een jager of een beer gezien. Op de achtergrond hoorde ik zijn concurrenten burlen, een hoog raspend, knorrend geluid. De beboomde grasvlakte stond vol onrustige herten. De herfst is de bronsttijd. Maar van hitsigheid viel op deze zonnige woensdagmiddag bij dit herkauwende prachtexemplaar niets te bespeuren. Dit mannetje was het minnen moe.

Dieren zonder angst. Dat is nog uit die goede oude tijd van voor de zondeval. In bijbelse afbeeldingen horen daar herten met onschuldig grote ogen bij die je kunt aaien. De Amsterdamse Waterleidingduinen liggen ver van de stad, tussen Zandvoort en Haarlem, en zijn een paradijs voor damherten. Ze hoeven niet bang te zijn voor wolven, beren of mensen. Het voedsel is overvloedig, de lust in de herfst ook, zodat de kudde elk jaar met dertig procent wordt uitgebreid. In acht jaar groeide de groep van enkele tientallen tot 675 dieren, las ik in een zaaltje met opgezette dieren in het bezoekerscentrum aan de ingang ‘De Oase’ bij het villadorp Vogelenzang. De damherten blijven er blijkbaar gezond bij en vooral in de herfst, als de geweien volgroeid zijn, is het een prachtig gezicht.

Maar in het tijdperk van na de zondeval zijn paradijzen slechts tijdelijk. Adam en Eva bestaan alleen in de reclame. De menigte damherten schaadt zeldzame soorten planten en dieren. De Waterleidingduinen worden kaalgevreten en hebben een eentonige begroeiing. De blije kuddes damherten zijn ook gestuit op mensen die er niet van kunnen genieten. Eigenaren van aangevreten bollenvelden of van verwoeste tuinen in de buurt, automobilisten die een hert door de voorruit krijgen.

Toch is de gemeenteraad van Amsterdam tot nu toe gebleven bij zijn dogma: op de Waterleidingduinen wordt niet gejaagd. En de gemeente Amsterdam is de baas op dit duingebied waar het water voor de stad wordt gefilterd. Telkens als de jacht in de gemeenteraad ter sprake komt, wordt er nieuw onderzoek geëist. Nu is het zoveelste rapport over het damhert naar de raad onderweg.

In het landelijke waterleidinggebied heerst de moraal van de stadsmens die de natuur als onschuldig en lieflijk ervaart. Deze seculiere religie is ook tot de politiek is doorgedrongen. Tussen het beton en steen van de stad mag dan vrijwel niets meer groeien, daarbuiten is menselijk ingrijpen taboe. De mens is geen natuur en hoort bij de stad. Ook koteletten, kipfilets en hamburgers in plastic bakjes vallen buiten de natuur. Maar het duin is een lusthof van heilige dieren. Dit natuurpantheïsme wordt vooral uitgedragen door GroenLinks, een door Amsterdammers gedomineerde partij.

De hoofdstad geeft de nationale trend aan om niets te doen aan overbevolking met schattige dieren. Deze week verbood een links-rechtse coalitie minister Verburg (Landbouw, CDA) om de jacht op de wilde zwijnen op de Veluwe te intensiveren. Er zijn er inmiddels 6.000 die massaal door omheiningen breken.

Er zijn meer voorbeelden van onaantastbare heilige dieren, roofzuchtige meeuwen in Leiden, zieke stadsduiven overal. Er wordt geijverd om het vangen van de muskusrat te bemoeilijken. Die graaft gaten in dijken.

Vijftien jaar geleden verbood Amsterdam al om verhongerende reeën met een kogel uit hun doodstrijd met maag- en longworm te verlossen. Inmiddels is in het Amsterdamse duin ook een overschot aan vossen ontstaan. Die eten niet alleen alle weidevogels op maar ook de meeste reekalfjes, zodat de kuddes reeën stabiel in aantal blijven. Humaan is een paradoxaal begrip in de opvatting van veel natuurpantheïsten. Het is alles wat niet door mensen maar door dieren wordt gedaan. Een vos die een stuiptrekkend reekalfje verslindt, is humaner dan een jager die een volwassen exemplaar in één keer doodschiet.

Een maand geleden werd in Amsterdam geopperd om wolven in de Waterleidingduinen los te laten. Die schenden tenminste geen dierenrechten. De doodsstrijd van een een hertje tegen een roofdier is een bekende natuurfilmscène en komt binnenkort live in een park in uw omgeving. Er zijn talloze onderzoeken naar de stress die een dier ondervindt door drijfjacht, drukjacht of aanzitjacht, maar over de geestestoestand van het dier dat een half uur achterna wordt gezeten en daarna wordt verscheurd door een roedel wolven wordt nooit gerapporteerd. Want dat is natuurlijk en dus ook humaan.

De oppositie tegen de jacht is alleen consequent bij mensen die nooit vlees eten. Maar aangezien Nederland één grote stad wordt, groeit het natuurpantheïsme bij vleeseters even snel als de kuddes grote grazers in bos en hei. Het voordeel van grote dieren is dat je er niets van hoeft te weten om ze te herkennen.

In de Waterleidingduinen raakte ik in gesprek met drie mensen die een groep geelbruine paddenstoelen stonden te determineren. Bladerend door hun gidsje kwamen we op de fopzwam maar we waren niet helemaal zeker.

Een oudere man met grijze baard, inwoner van Vogelenzang, herinnerde zich nog verdwenen insecten. Laatst sloeg zijn buurman een zeldzame veenmol (soort krekel) dood, waarschijnlijk de laatste, vreesde hij. Waar is de galwesp gebleven, vroeg hij zich af. Hij miste de engerling, de larve van de meikever die je vond als je in de grond spitte. Dat zijn de onbekende, mindere goden waar het natuurpantheïsme zich niet sterk voor maakt. Een engerling blijft een vies, eng ding dat het gazon aanvreet. Ik heb er nog nooit een in het woud van Mowgli of in de ark van Noach gezien. Er mag vrij op worden gejaagd. Dat geldt ook voor de teek die door de grote grazers wordt meegevoerd en die een op syfilis lijkende ziekte op de mens over kan brengen. Niet humaan, wel natuurlijk.