Nater kritisch over NBA-prof

De sinds zijn negende jaar in de VS wonende Swen Nater (57) is een van de meest succesvolle Nederlandse basketballers ooit. Deze week gaf hij een gastcollege in Groningen.

Nieuwsgierigheid wekt hij wel op bij de studenten: de vriendelijke reus die moet bukken voor elke deur die hij in het sportcentrum van de Rijksuniversiteit Groningen passeert. Maar Groningen, de basketbalhoofdstad van Nederland, is niet bepaald uitgelopen voor Swen Nater.

Zelfs in de Nederlandse basketbalwereld kent lang niet iedereen hem. Dat lijkt wat vreemd gezien zijn cv: twee keer werd hij met het studententeam van UCLA Bruins (University of California in Los Angeles) college-kampioen van Amerika. Coach van UCLA was destijds John Wooden, de succesvolste basketbalcoach aller tijden. Hij won tien college-titels in twaalf jaar.

Nater was geen basisspeler bij UCLA , omdat ene Bill Walton op zijn plek stond. De latere NBA-vedette Walton noemde hem wel de beste center tegen wie hij in zijn collegejaren had gespeeld. „Jij krijgt je kans bij de profs”, zei coach Wooden – en zo geschiedde. Nater werd de eerste reservespeler in de historie die in de eerste ronde werd gedraft, door de huidige NBA-kampioen San Antonio Spurs, die toen in de ABA – destijds een profcompetitie naast de NBA – speelden. Nater werd rookievan het jaar en groeide later uit tot een vaste kracht in de NBA. In 1980 was hij de beste rebounder van de wereld. Nater heeft nog altijd een NBA-record op zijn naam staan: achttien defensieve rebounds in één helft. Zijn finest hours beleefde Nater in 1984, toen hij met de Los Angeles Lakers van Magic Johnson en Kareem Abdul Jabbar in de NBA-finale tegen de Boston Celtics met Larry Bird speelde.

Dat hij hier niet zo bekend is geworden als zijn Nederlandse NBA-opvolgers Rik Smits, Dan Gadzuric en Francisco Elson komt vooral omdat de Amerikaanse profcompetitie destijds niet of nauwelijks de aandacht trok in Nederland. Dat gebeurde pas toen de Amerikaanse basketbalgrootheid Michael Jordan van de Chicago Bulls de sport in de jaren negentig mondialiseerde.

Nater emigreerde op zijn negende naar Amerika. Hij spreekt nog een paar woorden Nederlands en heeft geen flauw idee hoe lang hij in centimeters is. „6 foot 11…dat is toch 2.20 meter?”

Al heeft hij ’s middags in de binnenstad van Groningen een „delicious” haring op die hoogte boven zijn geopende mond gehangen en in zijn lange lijf laten glijden. „Ik ben nu een paar dagen in Nederland en ik voel me thuis”, zegt Nater. „Ik kan dat eigenlijk niet uitleggen.”

Maar ook, every inch een Amerikaan: de christelijke blijmoedigheid, de enthousiaste en motiverende instructies tijdens zijn gasttrainingen aan de wat mindere goden in de sportzaal, zijn voordracht over leiderschap en ontzag voor het leiderschap van George Bush. En ook in zijn dichtbundel A Reason for the Rhyme.

Nater heeft de bundel opgedragen aan zijn oud-coach Wooden, die een soort goeroe is voor Nater. Hij schreef recentelijk ook twee boeken met de 97-jarige coach-legende: een over de UCLA-aanval, de ander over de principes van Wooden.

Wooden staat voor hard werken, godvruchtig, positief, betrokken, succesvol. „Ik geloof in zijn filosofie, die niet alleen toepasbaar is in het basketbal, maar ook in het dagelijks leven.”

De lessen van Wooden zijn de rode draad van Naters voordracht in de kantine, aan zo’n twintig basketballende studenten. „Zorg als coach dat alle teamleden aan ‘wij’ denken in plaats van aan ‘mij’.”

Juist dat is een probleem in het Amerikaanse basketbal, waar het vooral om het individu gaat. De Verenigde Staten zijn voorbijgestreefd door andere basketballanden die minder talent hebben maar dankzij teamspel wel winnen. „Team USA heeft die les wel geleerd”, zegt Nater. „Er is nu een beweging gaande om meer op teamplay te focussen.”

Al is Nater niet positief over de toekomst: „De NBA wordt geteisterd door schandalen. De spelers worden al verpest op high school, waar ze een schoenencontract krijgen en denken dat ze beter zijn dan anderen. Ze rijden zonder rijbewijs, ze slaan hun vrouw en ze komen ermee weg. En het is onze samenleving die dit heeft gecreëerd.”

Hoe blijft Nater dan toch zo blijmoedig?

„Well, je doet wat je kunt. Ik noem het principes van ‘de oude school’, want je ziet het niet zo veel meer op colleges. Ik zag coach Wooden propjes papier van de grond rapen van een van mijn teamgenoten, ik zag hoe hoffelijk en respectvol hij is tegen iedereen. Ik geef die boodschap graag door.”

En tegen zijn jonge toehoorders in Groningen: „Onderzoek waar je talent ligt, ontwikkel dat en zorg dat anderen er ook van profiteren.”

Een student stapt na afloop schuchter met een bloknoot op Nater af voor trainingsadviezen. „Ga zitten”, zegt Nater met een vriendelijke lach.

Wooden kan tevreden zijn.