Leeftijd vormt geen criterium voor monumenten

Het monumentale Groothandelsgebouw op de voorpagina van deze krant (15 oktober) vormde een passende illustratie voor de beslissing van minister Plasterk om een aantal zogenaamde `jonge monumenten` de status van Rijksmonument te verlenen. Ons tempo ligt tegenwoordig hoger dan ooit tevoren, veranderingen gaan sneller dan voorheen. Dat maakt dat bepaalde leeftijdsgrenzen onder druk zijn komen te staan. Onze tijd maakt niet langer onderscheid naar ouderdom. En dat geldt ook voor gebouwen.Op dezelfde panoramafoto staat een even monumentaal bouwwerk dat dezer dagen met de grond gelijk wordt gemaakt: het Rotterdamse Centraal Station uit 1957. Deze schepping van architect Sybold van Ravesteyn, net als het Groothandelsgebouw een icoon van de wederopbouw, had nooit gesloopt mogen worden. Van Ravesteyn geldt als de meest gesloopte architect van Nederland en het is ronduit pijnlijk om alle feestvreugde rond jonge monumenten te illustreren met een foto waar de sloopwerkzaamheden van het Centraal Station zo prominent in beeld zijn. Het Rotterdamse gezegde uit de jaren zestig dat de sloper een even hoog aanzien geniet als de aannemer geldt nog steeds. De Rotterdamse voortvarendheid laat zien dat de minimum leeftijdsgrens van vijftig jaar niet meer van deze tijd is. Voor het Centraal Station komt de monumentenstatus te laat en het zal niet het laatste gebouw zijn dat zijn vijftigste verjaardag niet zal halen. Alle potentiële toekomstige monumenten van na 1957 zijn nu nog vogelvrij. Juist nu de Nederlandse architectuur een bloeiperiode doormaakt is de vraag urgent of er niet een aspirant-monumentenlijst kan worden samengesteld met in ieder geval werken van Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Wim Quist en Rem Koolhaas. De tijd dringt, van deze architecten zijn inmiddels de eerste gebouwen al gesloopt.