Kostendekkend collegegeld geeft onderwijsbegroting lucht

Studenten aan hogescholen en universiteiten betalen 1.538 euro collegegeld per jaar. Dat is een koopje. Gemiddeld kost het onderwijs dat zij genieten 8.100 euro per student. Het verschil van meer dan 6.500 euro wordt door de belastingbetalers bijgepast. Nederland telt ruim een half miljoen studenten. Hieruit volgt dat komend jaar 3,45 miljard euro uit de schatkist naar de instellingen voor hoger onderwijs vloeit. Twee motieven bewegen de overheid om het volgen van hoger onderwijs zo zwaar te subsidiëren.

Ten eerste heeft een hoog opgeleide beroepsbevolking gunstige gevolgen voor de samenleving. Bij de beslissing om al dan niet te gaan studeren wegen scholieren en hun ouders die maatschappelijke voordelen niet mee. De subsidie van de overheid brengt die voordelen tot uitdrukking en verlaagt de financiële drempel om door te leren. Toch overtuigt dit subsidiemotief niet. Bijna elke scholier die aan de toelatingseisen voldoet gaat immers toch wel studeren. Zij beseffen drommels goed dat je dankzij een hogere opleiding in de toekomst een stuk meer kunt verdienen. Elk jaar extra scholing betekent later gemiddeld 8 procent meer inkomen. De geldelijke investering in de eigen studie loont dus, ook als van studerenden voortaan een kostendekkend collegegeld zou worden gevraagd.

Het tweede, inkomenspolitieke argument overtuigt evenmin. Volgens velen zou een collegegeld van 8.100 euro scholieren uit armere gezinnen afschrikken om te gaan studeren. In de afgelopen twintig jaar is het collegegeld al verzesvoudigd. Toch studeren meer kinderen dan ooit. Een eventuele financiële drempel valt bovendien eenvoudig te slechten door de studiefinanciering voor studenten met armlastige ouders te verruimen. Belastingbetalers zijn de lachende derden. Bemiddelde ouders – die nu nog een subsidie van ruim 6.500 euro per studerend kind genieten – gaan de opleiding van hun spruiten immers volledig uit eigen zak betalen. Dit geld komt beschikbaar voor belastingverlaging of voor andere overheidsuitgaven.

Zo’n vervijfvoudiging van het collegegeld, van 1.538 tot 8.100 euro, strookt met het profijtbeginsel. Wie het meest van het onderwijs profiteren kunnen een groter deel van de kosten uit eigen zak betalen, contant of door een hogere studielening te sluiten. Waarom zou Jan Modaal, van wie het kroost na het vmbo tegen een matig salaris aan de slag gaat, via de fiscus moeten meebetalen aan de universitaire studie van kinderen die grotendeels uit een goed en financieel bemiddeld nest komen en die dankzij hun studie een hoop meer gaan verdienen dan de kinderen Modaal?

Mijn collega’s Groot en Maassen van den Brink stelden op 16 oktober in de Volkskrant voor om het collegegeld te verdubbelen, en om het te differentiëren. Wie een dure studie volgt die later tot een hoog inkomen leidt (geneeskunde) kan een hoger collegegeld betalen en zich een grotere studieschuld permitteren dan wie een goedkopere studie volgt die later een minder hoog inkomen oplevert (moderne talen). Goed idee.

Verhoging van het collegegeld is een van de maatregelen waarover het kabinet zich op dit moment beraadt om meer dan een miljard euro vrij te maken voor een betere salariëring van de leerkrachten in het voortgezet onderwijs. Het regeerakkoord trekt hier nauwelijks een sou voor uit. Er is tot 2011 jaarlijks wel 200 à 300 miljoen euro beschikbaar voor ‘gratis’ schoolboeken, maar slechts 12 miljoen euro voor betere arbeidsvoorwaarden van de vele tienduizenden docenten. Wat hebben ouders aan kosteloze boeken, wanneer er straks geen leraar meer voor de klas staat?

Bijna iedereen onderschrijft de conclusie van de commissie-Rinnooy Kan dat er dringend iets moet gebeuren aan de arbeidsvoorwaarden in het voortgezet onderwijs. De salarissen moeten omhoog, rekening houdend met opleidingsniveau en prestaties van de individuele leerkrachten.

Het hiervoor noodzakelijke geld moet minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) volgens de spelregels van het begrotingsbeleid elders op zijn begroting vinden. Een moedig parlement durft te kiezen. ’t Is het één of het ander. Een verhoging van het collegegeld ligt dan zó voor de hand. Bij een kostendekkend tarief valt 3,45 miljard euro vrij. Ten minste de helft van dit bedrag zal nodig zijn voor een ruimere studiefinanciering. Resteert bij benadering 1,5 miljard euro voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs, dat is anderhalf maal zoveel als de opbrengst bij de omstreden afschaffing van de basisbeurs.

De schuld van studenten die (moeten) lenen om het hogere collegegeld te kunnen betalen, neemt dan in het ergste geval met tussen de 25.000 en 30.000 euro toe. Dit hoeft niemand af te schrikken, bij een soepele regeling voor de toekomstige aflossing van de studieschuld.

Tip voor het kabinet. Laat de vroegere regeling herleven dat afgestudeerden voor elk jaar dat zij in het voortgezet onderwijs gaan werken eentiende van hun studieschuld wordt kwijtgescholden.

Zo slaat de overheid twee vliegen in één klap. Nog in deze kabinetsperiode komt tot 1,5 miljard euro vrij voor betere arbeidsvoorwaarden in het voortgezet onderwijs en het dreigende lerarentekort vermindert, aangezien veel afgestudeerden een prikkel krijgen om na hun studie een aantal jaren voor de klas te staan.