‘Ik zag de zon zeven kleuren baren’

De 85-jarige Frederic Bruly Bouabré uit Ivoorkust werd op straat ontdekt. Zijn kleine tekeningen hangen over de hele wereld: „Het bed der vrouwen heb ik verlaten.”

Hij kon niet zingen, hij kon niet dansen, maar tekenen, dat had hij op de lagere school best aardig gekund. Dus toen hij hoorde dat kunstenaars af en toe geld kregen van de president, kocht hij een set kleurpotloden en ging hij met zijn tekeningen in het stadsplantsoen staan. „Sommige mensen keken wel even”, grinnikt Frederic Bruly Bouabré, „maar er was niemand die ze kocht” Totdat er een Franse galeriehouder voorbijkwam. Die kocht ze allemaal en stelde ze zo mooi tentoon in Parijs dat Bruly Bouabré zijn eigen werk niet eens herkende. „Ik was stomverbaasd. Ik dacht: heb ík dat gemaakt?”

Frederic Bruly Bouabré (85) werd twintig jaar geleden kunstenaar bij toeval. Hij vindt het prachtig dat hij internationaal de bekendste kunstenaar is die Ivoorkust de afgelopen jaren heeft voortgebracht. Niet dat hij nog naar openingen gaat of precies bijhoudt wat er zoal met zijn werk gebeurt. De laatste keer dat hij een tentoonstelling bezocht, was vorig jaar bij de inhuldiging van een aan hem gewijd hoekje in het haastig afgestofte nationaal museum. Want daar werden ze ook ineens wakker. Nu hangt er een serie tekeningen, en een met plakband opgehangen printje waarop staat dat Bruly Bouabré een belangrijk kunstenaar is. „Iedereen wil toch bekend worden? Dat is wat ons motiveert om ons best te doen.”

De stramme man met de brutale stralende ogen zit gekleed in een wikkeldoek op een versleten bank in zijn woonkamer. Weinig meubels, heel veel mensen, peuterstemmen, een permanent geschuifel van teenslippers op cement.

Maar de kleinkinderen blijven eerbiedig op afstand als opa zijn kleurpotloden pakt. Tekenen doet Bruly Bouabré op dun karton dat als verpakking dient voor synthetisch haar, zittend op een krukje in de gang. Een bril heeft hij niet nodig. „Ik doe druppels citroensap in mijn ogen. Het doet een beetje pijn maar het wast de ogen. Probeer het maar eens, ik kan het u echt aanraden.” Hij heeft nóg een advies, voor later. „Ik heb vier vrouwen getrouwd, ik heb vijftien kinderen, maar ik heb het bed der vrouwen verlaten. Mijn voorouders zeiden dat je de coïtus moet afbouwen als je oud wilt worden.”

Met naïeve eenvoud en humor tekent Bruly Bouabré tekent zijn ideeën, gedachten, observaties en associaties op stukken karton die net iets groter zijn dan een ansichtkaart, ieder plaatje omrand met een tekst die uitleg geeft of commentaar. Bruly Bouabré kan een wereldkaart zien in een sinaasappelschil, een barende vrouw in een wolk, een Afrikaans gezegde in de vleugels van een kever. „Dit is wat men liefde noemt,” schrijft hij bij een vrouw die met een enorme penis onder de arm naar haar hut loopt. „Ik koester geen haat, jegens niemand,” schrijft hij bij een houterig mannetje dat een wit hart als torso heeft. De lange series kleine tekeningen vormen samen een wereld waarin alles wat zichtbaar is een nieuwe betekenis kan aannemen, en waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen oude wijsheden en fait divers, Afrikaanse cultuur en westerse beelden.

In Ivoorkust kent bijna niemand zijn naam. „Afrikanen zijn te lui om te lezen, of ze kunnen het niet,” zegt hij. Volgens zijn bewonderaars is hij een groot filosoof. Zelf vindt hij zich niet anders dan andere mensen, behalve dat hij in 1948 een mystieke ervaring had: „Ik werkte op een politiebureau in Senegal. Ik had geen horloge dus ik keek altijd naar de zon als ik wilde weten hoe laat het was. Op een middag zag ik hoe de zon helemaal wit werd en zeven kleuren baarde. ’s Avonds raakte ik in trance. Toen besefte ik: God bestaat echt. Sindsdien weet ik dat de sterren, de aarde en de hemel levende wezens zijn die een eigen taal spreken die wij niet verstaan.”

Pasje voor pasje loopt hij mee naar de auto. Op het bordes voor zijn huis ligt een groep jonge vrouwen te niksen. In een houten kraampje op de stoep zit een meisje haar te vlechten. Hij grijpt naar een voorbijrennend kind. Een paar zwarte ogen kijkt op naar de kleine man met zijn spierwitte haar. „Dit kind heet Buffel”, zegt hij. „Die daar heet Zon.” Hij lacht zijn laatste boventand bloot en geeft een hand. „Denk erom: de aarde houdt alles in de gaten.”

Inlichtingen: www.caacart.com