Ik sta aan de goede kant

Zichtbaar opgelucht reageerden de tafelgenoten van korpschef Bernard Welten, toen hij woensdagavond aan het einde van Pauw & Witteman het laatste nieuws bekendmaakte: de Amsterdamse politie had net drie Marokkaanse jongens met een jerrycan benzine aangehouden. Nederland was gered - voor even. Eerder had de korpschef al verklaard dat hij bijna elke dag rekening hield met ‘Parijse toestanden’. Daarmee doelde hij op de rellen in de Franse voorsteden eind 2005, waarbij de politie 2.921 keer moest uitrukken, 9.000 auto’s in vlammen opgingen en 56 agenten gewond raakten. Het doemscenario maakte de korpschef bijkans lyrisch: „Ik houd er altijd rekening mee dat een aantal gewetenloze kwelgeesten uit het riool naar boven kruipt.”

De dag erna moest zijn baas, minister Guusje ter Horst, de zaak alweer sussen: de vergelijking met de Franse voorsteden sloeg nergens op. Ingewijden in de problematiek van Amsterdam Slotervaart meldden dat de onlusten veroorzaakt worden door een harde kern van hooguit 35 ‘kwelgeesten’, tussen de 12 en 17 jaar oud. De Volkskrant citeerde criminoloog Frank van Gemert, die benadrukte dat de Nederlandse overheid bergen geld overheeft voor de hulpverlening in Slotervaart, dat er geen sprake is van armoede, werkeloosheid en discriminatie op de schaal van de Franse probleemwijken. Met andere woorden, de volhardende Marokkaanse kwelgeesten roerden zich niet uit sociale frustratie, de dood van Bilal B. kon hun niet schelen, ze vonden het gewoon lekker om een auto in de fik te steken. Uitspraken als die van Welten zijn volgens Van Gemert olie op het vuur: „Daarmee breng je ze op ideeën en trek je jongens uit andere buurten aan.”

Er was een tijd dat een Nederlandse gezagsdrager precies deed wat dat woord betekent, er weloverwogen voor zorgen dat rust en orde bewaard of hersteld worden, maar Welten maakt er liever een koket nummertje van voor een kleine miljoen kijkers. Ik zou zeggen, een Amsterdamse korpschef die het onderspit delft tegen vijfendertig jongens tussen de 12 en 17 jaar, moet eens naar ander werk omkijken, maar in Nederland kom je er mee weg door te schermen met visioenen van ongedierte dat uit het riool komt gekropen en een dreigend Armageddon van brandende autowrakken.

Wat beweegt Welten? Door zijn afkeer zo breed op televisie te etaleren, laat hij zien dat hij aan de goede kant staat, de kant van de televisiekijker die een rood waas voor zijn ogen krijgt, wanneer hij op afstand getuige is van het nietsontziende gedrag van Marokkaanse jongens in een Hollandse achterstandsbuurt. Wil je tegenwoordig meekomen met de tijdgeest, dan zul je je publiekelijk met die emotie moeten vereenzelvigen, anders behoor je ongewild tot het kamp van de softe sussers en ontkenners, de zachte heelmeesters van een ontaarde samenleving. Genoeg is genoeg, het moet niet gekker worden, laat het maar eens afgelopen zijn - wie zich die mantra eigen maakt, hoeft zich niet verder te verdiepen in welke kwestie ook; je bent vanaf dat moment boven iedere verdenking verheven.

Wie wil er niet zo’n brevet van goed gedrag? Het mooist zie je dat fenomeen op televisie bij de presentatoren van actualiteitenprogramma’s, die bijna niet kunnen wachten om zich aan de kant van de denkbeeldige kijker te scharen, wanneer ze een gezagsdrager tegenover zich hebben die probeert iets uit te leggen of erger nog, twee kanten van de zaak wil belichten. De deskundige die afgelopen week bij Thijs van den Brink naar aanleiding van het geval Bilal B. mocht uitleggen dat schizofrenie veel voorkomt onder Marokkaanse jongens in Nederland, schrok zichtbaar toen Thijs hem met vertrokken mond voorhield of die schizofrene jongens niet gewoon „keihard” moesten worden aangepakt. Schizofrenen keihard aanpakken - goed gesproken, Thijs.

Thijs staat niet alleen in zijn hang naar de volksgunst. Er is bijna geen gesprek op televisie waarin de ondervrager niet laat blijken dat hij heus geen softie is. Juist degenen die zich in een verdachte hoek bevinden, ‘links journaille’, gezagsdragers en politici, zijn er gevoelig voor. Ze laten geen gelegenheid onbenut om het imaginaire volk hun geloofsbrieven te overhandigen. Het is de nieuwe politieke correctheid.

Het fenomeen is wijdverbreid: toen ik vorig jaar op uitnodiging van de Wall Street Journal een stukje over Nederland schreef naar aanleiding van de ophef rondom een op te richten pedofielenpartij, bleek een nuchtere weergave van de feiten niet genoeg. In de geredigeerde versie had de eindredactie allerlei afkeurende termen over het fenomeen ingevoegd (walgelijk! verachtelijk!) zodat er geen misverstand zou kunnen ontstaan dat ik wat pedofilie betrof geheel aan de kant van de doorsneelezer stond. Dat die partij een betekenisloos fenomeen was, dat de kans dat hij ooit van de grond zou komen of een zetel zou halen nihil was, dat soort nuanceringen deed er niet toe - de afschuw van de lezer moest bevestigd worden, daar ging het om.

In de nieuwe politieke correctheid geldt dat relativeren gelijkstaat aan relativisme - goedpraten dus. Afstand is een teken van gebrek aan betrokkenheid. Nuancering staat gelijk aan ontkenning.

Het is diezelfde tendens die de hoogste politiebaas van Amsterdam doet besluiten ons op televisie kond te doen van zijn gevoelens over kwelgeesten die uit het riool komen kruipen. Niemand is ermee geholpen, er wordt niets door opgelost. Integendeel, Welten betrekt ons en zijn superieuren in een moeizame discussie waarin uiteindelijk moet worden vastgesteld dat hij schromelijk overdrijft. Allemaal verspilde tijd en moeite - maar dat kan hem niet schelen. De korpschef zat daar alleen voor zichzelf. We mochten eens denken dat hij begrip had voor die rioolratten.

Ondertussen dreigt met de nieuwe politieke correctheid hetzelfde gevaar als met de oude, linkse variant: het is niets anders dan morele zelfgenoegzaamheid, het bewijzen van lippendienst met tot niets verplichtende woorden. Als je laat blijken aan de goede kant te staan, als je je handtekening onder de steunverklaring hebt gezet, je verontwaardiging breed hebt uitgemeten en er schande van gesproken hebt, ben je vanzelf al superieur. De complexe werkelijkheid doet er niet toe, moeizame, praktische oplossingen kunnen achterwege blijven. Rita Verdonk en Geert Wilders hebben er inmiddels een carrière van gemaakt. Nederland popelt om hen te volgen.