‘Ik kan heel genuanceerd denken – maar niet als ik vecht’

Achttien jaar lang deed Peter Paul de Vries zijn best om beleggers meer invloed te geven op het bestuur van ondernemingen. Aanstaande dinsdag is zijn afscheidsfeest.

Peter Paul de Vries (40), vertrekkend directeur van de Vereniging voor Effectenbezitters: „Ik ben een moralist. Moralisten zijn vervelende mensen. Ze dringen hun moraal op aan andere mensen. Voor thuisgebruik vind ik moralisme prima. Daarbuiten niet.”

U vindt uzelf vervelend?

„De meeste mensen begrijpen dat mijn optreden op aandeelhoudersvergaderingen functioneel is. Maar er zijn mensen die mij vervelend vinden.”

En zo was u als kind al?

„Ik heb twee oudere broers en een oudere zus. Ik was het kleine ventje met de grote mond dat de regels overtrad. Tennissen tegen de garagedeur. Met blote voeten op het parket lopen. Mijn vader was streng. Als er ruzie was, moesten we naar onze kamer. Het werd niet uitgepraat. Het maakte me boos, opstandig. De analyse dat daarmee het karakter van Peter Paul de Vries gevormd is, had ik op mijn achttiende al klaar.”

Had u met dat karakter ook bestuurder van een onderneming kunnen worden?

„Ik vraag me bij bestuurders ook wel eens af welk klein mannetje zij in zich hebben dat zich hun leven lang wil manifesteren. Nee, ik noem geen namen. Ik ben blij dat het bedrijfsleven er is. Napoleon zou nu voorzitter van Real Madrid zijn geweest. Of president-directeur van Philips.”

U houdt van het conflict.

„De anekdotes daarover worden overdreven. Nee, ik vertel niet welke. Ik ben geen groot strateeg, maar ik weet wel dat je de mensen nooit iets in handen moet geven waarmee ze je kunnen aanvallen. Ik vind het geweldig om echte gesprekken te voeren, over dingen die diep vanbinnen zitten. Maar niet voor de krant.”

Is het wantrouwen dat u drijft?

„Eerder een groot rechtvaardigheidsgevoel.”

Dat zegt iedereen over zichzelf.

„Maar ik doe er wat mee. Ik ben op de universiteit begonnen als antirookstrijder. Ik was al actievoerder voordat ik bij de VEB kwam. Wat ik na de VEB ook ga doen, het zal iets zijn waarmee die eigenschap wordt aangesproken. Ik ben graag de underdog. Er valt altijd wel een nieuwe underdogpositie te vinden.”

Maar dan wel een underdog die wint.

„In een van de eerste vergaderingen die ik voor de VEB bijwoonde, in 1991 bij Verto, stelde ik een paar vragen over milieuverontreiniging. Ik was begin 20. De president-commissaris zei: ‘Ik heb een kleinzoon die me altijd van alles vraagt en die krijgt ook geen antwoord.’ Even later nam een andere aandeelhouder het woord: ‘Ik ben 56, ik weet niet of ik oud genoeg ben...’ De hele zaal lachen. Toen stond ik weer op: ‘Ik ben hersteld van de manier waarop u tegen me sprak, kan ik nu antwoord krijgen?’ De president-commissaris kwam in een positie waarin hij alleen nog maar kon proberen om de schade te beperken.”

U genoot ervan dat u hem klein had gekregen.

„In elk geval had hij mij niet klein gekregen.”

Tegen welk onrecht streed u namens de VEB?

„Dat de particuliere belegger altijd als allerlaatste beschermd wordt.”

Heeft u zichzelf als belegger wel eens erg benadeeld gevoeld?

„Jawel, maar dat is niet belangrijk. Ik identificeer me gemakkelijk met de aandeelhouder die zijn geld kwijt is, ook al ben ik niet zelf die aandeelhouder. Ik trek me het leed – nou ja, leed – ik bedoel, de verontwaardiging, de woede, die trek ik me gemakkelijk aan.”

Waarom geen leed?

„Leed is aids, seksueel misbruik, honger in Afrika. De aandeelhouder die een deel van zijn geld kwijt is, is van een andere orde. Het is een cleane, georganiseerde wereld waarin ik mijn strijd voerde. Ik kan me voorstellen dat ik nu een doel kies waar mijn hart meer in zit. Als ik doodga, wil ik iets betekend hebben.”

Is dat de reden dat u nu weggaat?

„Nee. Ik begon mezelf te herhalen. Ik wilde het moment waarop mensen tegen je gaan zeggen dat het verzadigingspunt bereikt is vóór zijn. De Vries, het is genoeg geweest. Dat bepaal ik liever zelf.”

Die foto van u op de voorpagina van De Telegraaf, nadat de ondernemingskamer had geoordeeld dat ABN Amro LaSalle niet mocht verkopen. Een en al triomf.

„Ja, geweldig hè? Alleen dat vuistje was fout. Het deed denken aan Tim Henman, die Engelse tennisser, als die een punt maakt. Maar ik was oprecht blij. Iedereen wist dat het een truc van Groenink was om de overname door Barclays door te drukken.”

De Hoge Raad zag het anders.

„Ik zou wel eens willen weten waarom de Hoge Raad in drie maanden tot een uitspraak kon komen waar normaal twaalf tot vijftien maanden over wordt gedaan. Er is gekozen voor een te beperkte lezing van de wet. Maar ik moet me erbij neerleggen. We hebben door onze actie wel bijgedragen aan een gelijk speelveld.”

Een nederlaag toegeven is niet uw sterkst ontwikkelde eigenschap.

„Ik weet dat ik een Hamas-imago heb. Ten onrechte. Ik kan heel genuanceerd denken. Alleen niet als ik vecht. Het salaris van Jan Bennink vind ik absurd. Maar ik kan me best verplaatsen in de positie van commissarissen die in paniek zijn omdat Numico wegzakt en moeten toegeven aan het eisenpakket van de bestuurder die dat bedrijf misschien kan redden. Ik begrijp het. Maar ik ben geen commissaris, dus dat zeg ik niet.”

Anders Moberg van Ahold legde voor de camera’s een arm om uw schouder.

„Gênant. Ik weet zeker dat hij dat ingefluisterd had gekregen door zijn adviseurs. Hij vroeg of ik kinderen had. Hij zei dat ik ze niet moest verwaarlozen. Hij had zelf te weinig tijd voor zijn kinderen gehad. Nou, denk ik dan, dat is dan stom van je.”

U voelde meteen dat het strategie was?

„Natuurlijk. Hoe stom denkt hij dat ik ben? In de vergadering daarvoor had Moberg met zijn vinger naar me staan wijzen. U maakt Ahold kapot! Met journalisten erbij. Hoe kun je dat nou doen, denk ik dan. Ben je nou helemaal de controle over jezelf aan het kwijtraken?”

Maar dat is toch wat u wil?

„Een begripvolle president-commissaris is vreselijk. Die slaat me alle wapens uit handen. Ik zou wel weten hoe ik mezelf moest aanpakken.”

Waarom bent u zo plotseling van uw vrouw gescheiden?

„Mag ik eerst even een koffie bestellen?” ... „Het was de moeilijkste beslissing uit mijn leven. Ik ben er relativerender en bescheidener door geworden. Meer zeg ik er niet over. Zal ik foto’s van mijn kinderen laten zien?”

En dan gaat u nu weer zeggen dat ze 1,7 en 4,4 jaar oud zijn?

„Ze zijn nu 2,4 en 5,1 jaar.”

Waarom doet u dat altijd?

„Mensen denken ook dat ik in de vakantie prospectussen lig te lezen op het strand. Het is niet onwaar, maar ik zal het ook niet proberen af te zwakken.”

U geeft mensen graag wat ze van u verwachten?

„Grappig dat je het zegt.”

Daar hoort bij dat u zich graag ongenuanceerd uitspreekt.

„Zeker. Wagenaar is een slechte manager en hij moet weg. Het salaris van Bennink is buitensporig. Ik was altijd al kritisch en duidelijk. Het effect van Pim Fortuyn op mij is geweest dat ik nog duidelijker ben geworden. En vanaf het moment dat ik mijn vertrek aankondigde, ben ik me nog onafhankelijker gaan voelen. Je moet je leven leiden zonder de handrem erop. Je hart volgen. Dat ben ik me de laatste anderhalve jaar gaan realiseren.”

Wat heeft u als directeur van de VEB niet goed gedaan?

„Pfff. Mag ik eerst nog een koffie bestellen?”

Weet u niets? Of kunt u niet kiezen?”

„Er zijn genoeg dingen die ik beter had kunnen doen, maar wat is het voordeel voor mij als ik die ga vertellen?”

Noemt u er dan één.

„Ik had meer leden moeten maken. De VEB is van 11.000 naar 40.000 gegaan, maar dat is wel op 1,1 miljoen beleggers, van wie er 200.000 tot 400.000 actief zijn. Het marketing-gen is bij mij niet goed ontwikkeld. In het begin waren we ook meer een club voor de institutionele beleggers, maar de natuurlijke band daarmee zijn we verloren.”

U hebt ze weggejaagd?

„Ik heb het over de Fortissen en de ING’s, de beursgenoteerde ondernemingen waarop we ook kritisch zijn. Met het ABP en de PGGM hebben we er minder last van. De felle toon, het grijpen naar juridische middelen, daarmee haal je de conservatieve belegger niet binnen.”

U hebt al uw invloed gebruikt om de beloningen van bestuurders normaal te houden. Ze zijn meer gestegen dan ooit.

„Het probleem zit te diep. Beloningsadviseurs zeggen dat de beloningen te laag zijn. Commissarissen houden hun rug niet recht. En institutionele beleggers durven niet tegen te stemmen. De aandeelhoudersvergadering van Ahold, 4 september 2003, kort na het boekhoudschandaal. Een van de mooiste vergaderingen die ik heb meegemaakt. Ik vroeg Henny de Ruiter of hij de sheet kon laten zien waarop stond hoe de beloning van Moberg was opgebouwd. ‘Aha’, zei ik, ‘even rekenen, dat is dus 10 miljoen euro.’ Grote verontwaardiging, mensen zouden in de weken erna Albert Heijn gaan boycotten. Maar de institutionele beleggers stemden die dag voor. Bang voor repercussies bij de volgende aandelenemissie.”