‘Ik heb kinderen van een lesbisch stel op de wereld gezet’

Ömer Sarioglu: „De kunst van het baren is overgave” Foto Maurice Boyer Omer Sarioglu Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 071018 Boyer, Maurice

‘Onlangs was ik bij een bevalling, waarbij de vrouw naar het ziekenhuis moest. Haar zus en ik waren in de woning toen de broeders van de ambulance kwamen. ‘Wat is haar à terme datum?’, vroegen ze. Dat is vakjargon voor uitgerekende datum. De zus fronste haar wenkbrauwen. Ik gaf het antwoord. Daarna vroegen ze aan mij: ‘Meneer, zou u de deur op slot willen doen?’ Ik vertelde hun dat ik niet de partner ben, maar de verloskundige. Eerst keken ze me aan of ze water zagen branden, maar toen zei de ene broeder: ‘Och, ja, dat kan natuurlijk ook’.

Als man is het raar als je verloskunde gaat doen. Zeker als Turkse man. Ik heb het eerst een tijd verborgen gehouden. Aan familie en bekenden vertelde ik dat ik geneeskunde studeerde, want ik wilde eigenlijk gynaecoloog worden. Maar toen ik op mijn achttiende werd uitgehuwelijkt, kregen mijn vrouw en ik al snel kinderen en kon ik alleen nog iets studeren wat niet zo lang zou gaan duren. Na twee jaar ben ik er wel voor uitgekomen. Ik vond het moeilijk, maar dacht: dit is wat ik doe, dit is waar ik voor ga, en als ze het niet zien zitten, moeten ze maar opzouten. Toen eenmaal bekend werd dat ik studeerde voor vroedvrouw, kwamen de roddels: er zal wel iets met hem aan de hand zijn, hij zal wel homo zijn.

Ik ben een geboren en getogen Amsterdammer, maar als kind ging ik in de zomervakantie altijd met mijn familie anderhalve maand naar Turkije. Dan hoorde ik mijn oma vaak in een hoekje met vrouwen geheimzinnig fluisteren. Ik vroeg me altijd af: waar hebben ze het over? Mijn oma – oud, wijs en sterk – was de vroedvrouw van het dorp. Zij heeft me aangestoken. Als jongen wist ik al dat ik me later met zwangerschap bezig wilde gaan houden. Dat is nog sterker geworden tijdens de geboorte van mijn eigen kinderen. Ik was zo emotioneel bij de eerste bevalling, ik was zo blij en moest zo huilen. Die heftige emotie had ik ook tijdens de eerste geboorten die ik op de opleiding meemaakte. Het proces dat de ouders doormaken, de verbondenheid, de uiteindelijke climax van de geboorte van een kind, dat ik daarbij aanwezig mag zijn.

Ik was de enige man op de opleiding. Ik merkte dat sommige klasgenoten moeite met me hadden. Ik snap ook dat het gevoelig ligt om met een man heel expliciet over de vagina te praten. Toch ging dat na verloop van tijd beter. Een van de weinige keren dat ik me ongemakkelijk heb gevoeld, was tijdens mijn eerste jaar op de opleiding. Een vrouw beviel thuis. Ik kwam met mijn begeleidster binnen en zag dat zij naakt op handen en knieën op het bed zat. Normaal gesproken zie ik die houding toch in een andere context. Mijn begeleidster zag het en zei: ‘Ömer, ga maar even rustig zitten’. Zij had gelijk. Zwangere vrouwen zijn gevoelsmeters. Op zo’n moment moet ik me onzichtbaar maken.

Vanaf juli dit jaar werk ik als oproepkracht bij het Geboortecentrum in Amsterdam. De cliënten zijn vooral hoogopgeleide Nederlandse vrouwen. Ze zijn assertief, hebben veel levenservaring en zijn vaak 35 jaar of ouder. Ik dacht dat de cliënten van zo’n praktijk minder moeite met mij zouden hebben dan wanneer ik bijvoorbeeld voor een praktijk in Amsterdam-Oost zou werken, waar veel jonge allochtonen wonen. Maar dat viel tegen. Er zijn Nederlandse echtparen die mij pertinent niet willen hebben. Niet omdat ik moslim ben, maar omdat ze absoluut geen man erbij willen. Maar soms kan het niet anders, we hebben met z’n tweeën avonddienst en als mijn collega met een andere bevalling bezig is, ben ik de aangewezen persoon.

Maar een tijdje geleden was er een vrouw die absoluut geen man bij haar bevalling wilde hebben. Zij had nare seksuele ervaringen: aanranding en verkrachting. Alleen al het idee dat er een man bij zou zijn. En hoe is het mogelijk? Ik heb dienst bij haar bevalling. Zij was gespannen. Een inwendig onderzoek duurt normaal vijf minuten, maar dat was onmogelijk. Ik heb daar een uur voor uit getrokken en de bevalling verliep uiteindelijk perfect. Achteraf was ze ook heel blij dat ik er was en heb ik zelfs een cadeautje van haar gekregen.

Ik probeer een praktiserende moslim te zijn. In eerste instantie was het moeilijk mijn werk met mijn geloof te combineren. Een mannelijke zorgverlener ligt binnen de islam moeilijk. Toch belemmert mijn geloof me niet in het uitoefenen van mijn vak. In de koran staat óók dat ik een plicht heb om voor mijn gezin te zorgen en dat ik zo goed mogelijk mijn werkzaamheden moet verrichten. En dat doe ik. Ik heb kinderen van een lesbisch stel en van atheïsten op de wereld gezet. Als moslim zie ik de wereld zonder meer anders dan zij, maar als verloskundige is dat volstrekt irrelevant.

Van de spanning in de samenleving en de moeilijkheden met integratie merk ik tijdens mijn werk tot nu toe weinig. Eén man wilde niet dat ik zou helpen bij de bevalling van zijn vrouw, omdat hij niets van de islam moest weten. Ik ben naar hem toegegaan en ben met hem in gesprek gegaan. Hij wilde weten waar ik vandaan kwam, wat voor moslim ik was en wat ik van de aanslagen vond. Ik heb op alles eerlijk een antwoord gegeven en heb verteld dat mensen die moorden voor mij niet de ware islam vertegenwoordigen. Uiteindelijk ben ik bij de bevalling geweest en dat is prima gegaan. Hij heeft later zijn excuses aangeboden dat hij zo bot had gereageerd. Soms heb ik het gevoel dat ik iets kan goed maken. Dat ik door mijn werk goed te doen de angst weg kan halen en het negatieve beeld van de islam kan veranderen.

Dat ik moslim ben, heeft alleen maar voordelen. Een cliënt – van huis uit christen – vertelde dat zij de laatste tijd erg bezig was met geloofszaken. Ze ging niet naar de kerk, maar ze dacht wel dat er meer was na dit leven. Ze was geïnteresseerd in andere religies. De vrouw was blij dat ik bij de bevalling kon zijn, want zij wilde iemand aan haar bed hebben die geloofde in het hiernamaals. De bevalling verliep goed, maar het kindje was niet gezond en is na een week overleden. De cliënt wilde een uitvaart met islamitische rituelen. Het kindje wordt dan bijvoorbeeld ritueel gewassen en ingepakt in lakens. Zij vroeg of ik dat wilde arrangeren. Normaal zou ik dat aan een ander overlaten, maar zij wilde graag dat ik het zou doen en daarom heb ik toegezegd.

Het is afschuwelijk als een kindje overlijdt, maar – het is misschien vreemd dat ik dit zeg – ik heb er niet zo veel moeite mee. Ik zie het leven als een proces naar de dood en ben me er zeer van bewust dat het maar een bepaalde periode is dat we hier op aarde zijn. Dat maakt me niet onrustig, integendeel: ik word juist heel kalm. Ik ben niet bang om te sterven. Het leven gaat immers gewoon verder en dat geldt ook voor het leven van dat kindje.

Onlangs was in het nieuws dat islamitische mannen soms mannelijke gynaecologen tegenhouden bij de deur van de verloskamer. Dat zijn vooral Noord-Afrikaanse islamitische mannen. In Turkije heerst een machocultuur. Maar de vrouwen hebben minder moeite met een mannelijke gynaecoloog. Ze vinden het raar, maar zien hem als een soort chirurg, louter formeel. Bij een verloskundige ligt dat gevoeliger. Ook in mijn kennissenkring zijn echtparen die geen man bij de bevalling willen. Daar heb ik respect voor. Vrouwen liggen ‘open’, zijn kwetsbaar. Ik moest zelf een keer naar de uroloog, bleek het een vrouw te zijn. Ook ik moet dan omschakelen. Ik kan me dus goed voorstellen dat vrouwen en hun echtgenoten daar moeite mee hebben. Als het voor hen niet goed voelt, is het mijn taak om daar iets aan te doen. En als ik dat niet kan, hebben zij het recht om mij te weigeren.

De enige manier tot contact en aanvaarding is empathie. Zorgen dat ik op dezelfde golflengte zit. Vertrouwen wekken. Dat is ook de kern van mijn vak. De kunst van het baren is de kunst van het zich overgeven. Dat weten vroedvrouwen. Als de verloskundige dus niet in staat is een vertrouwde omgeving te creëren waarin de vrouw zich kan overgeven, is zij geen goede vroedvrouw.

Inmiddels heb ik al bijna tweehonderd kinderen op de wereld gezet. De stemming bij familie en bekenden is omgeslagen. Nu eenmaal bekend is dat ik vroedvrouw ben, vragen velen me om raad en daad. Sommigen willen zelfs dat ik de bevalling doe. Ook mijn ouders – mijn vader is een conservatieve moslim – zijn trots op me. Mijn oma leeft helaas niet meer. Ik was dol op haar en had haar zo graag verteld dat ik ook vroedvrouw ben geworden. Dan zou ik nu in de zomer in het hoekje hebben gezeten en uren met haar hebben gepraat over het mooiste vak dat bestaat.”

Opgetekend door Martin Bons