Hoop en geluk in een Russisch bejaardenhuis

Onder Natalja Borisovna veranderde Pensionaat nummer 29 voor ouderen in Moskou in een kuuroord voor de oudere Rus. Totdat de jaloerse directie ingreep.

„Vooruit jongens, aan het werk!” roept Natalja Borisovna Varetskaja-Tsjivilichina tegen de drie Kaukasische bouwvakkers die met een sigaretje in een lege badkuip zitten. Als een generaal stevent ze door de lange gangen, de hakken van haar laarzen met gezag neerzettend.

Natalja Borisovna – een 46 jaar oude arts met vlammende kattenogen – is directeur van het Pensionaat voor Veteranen van de Arbeid nummer 29, in het westen van Moskou.

De afgelopen drie jaar voerde ze er een succesvol bewind. Van een gewoon tehuis voor ouden van dagen, zoals Moskou er slechts enkele tientallen kent, veranderde het Pensionaat van Natalja Borisovna in korte tijd in een soort comfortabel kuuroord voor de oudere mens. En dat is bijzonder in een land waarin een verblijf in een bejaardentehuis als een hel wordt beschouwd, die je alleen ondergaat als je niemand hebt om voor je te zorgen of als je door je kinderen bent gedumpt.

Van de vijfhonderd bewoners beschikken er in Pensionaat nummer 29 tweehonderd over een eigen kamer, omdat ze veteranen van de oorlog zijn of veteranen van de arbeid (die in de oorlog achter het front zwaar werk hebben verricht). De anderen delen er een – zij zijn er fysiek of psychisch meestal slecht aan toe. Maar wat hun status ook is, over één ding zijn ze het eens: hun tehuis is het paradijs en hun directeur de beste die ze zich maar kunnen wensen.

„Dankzij Natalja Borisovna hebben we hier een grote bibliotheek, een restaurant, een eigen medisch centrum en een inpandige kerk”, zegt een gepensioneerde kogelstootser met een verlamde rechterarm. „Voor haar komst was hier niets. Ook gaan we nu regelmatig op excursie. Gisteren zijn we teruggekomen uit Soezdal, schitterend.” Dankbaar zwaait ze met haar kruk naar de directrice. „We vonden het zo fijn, Natalja Borisovna.”

Enkele andere bejaarden komen nu op hun directeur af en begroeten haar als dankbare onderdanen. Natalja Borisovna lacht vriendelijk terug en geeft hen een hand of een zoen. Dan vervolgt ze de rondleiding door ‘haar’ tehuis. „Deze mensen zijn mijn hoop en geluk”, zegt ze. „Ik wil dat ze het hier aangenaam hebben.”

Door haar werk in Pensionaat nummer 29 is Natalja Borisovna een lokale beroemdheid geworden. Ze verscheen op de televisie en haalde zelfs de roddelbladen. Haar succes bewijst dat je als je in het huidige Rusland initiatief toont ook als ambtenaar veel kunt bereiken.

Terwijl de meeste Russische ambtenaren volgens een eeuwenoude traditie hun tijd uitzitten en afwachten tot hun meerdere iets beslist, neemt Natalja Borisovna in alles het voortouw. „Toen ik hier begon, zag ik overal bange gezichten”, vertelt ze. „Mensen verstopten zich voor elkaar. Het kwam door hun negatieve beeld dat een bejaardentehuis een instelling voor oude, zieke mensen is die niet meer meetellen. Inmiddels weten mijn veteranen dat ze ook als oude mensen waardig kunnen leven. Zes jaar geleden is mijn enige zoon verongelukt. Sindsdien heb ik me voorgenomen de kwaliteit van het leven van anderen te verbeteren.”

De triomf van Natalja Borisovna is een tijdelijke. Want haar succes heeft haar ook afgunst en jaloezie opgeleverd. Met haar dynamische mentaliteit vormt ze een bedreiging voor bestuurders die wat minder van aanpakken houden. Daardoor brengt Natalja Borisovna nu haar laatste dagen in de directiekamer door. „Er is veel kwaad over mij gesproken, maar zo gaat het altijd als je iets goed doet”, zegt ze met opgeheven hoofd. „Ze vergeten dat ik dit werk niet voor het geld doe, maar vanwege mijn zoon. Mijn echtgenoot is rijk. Als ik wil kan ik de hele dag thuis zitten.”

Trots laat de directeur de kamers van haar tehuis zien. Ze zijn klein, maar modern en comfortabel. De eetzaal op de benedenverdieping oogt als een Italiaans volksrestaurant. „Van de zes verdiepingen heb ik er drie geheel laten verbouwen, onder meer voor de hospiesgasten, die niet lang meer te leven hebben. De drie overige verdiepingen zijn nu aan de beurt.”

De verbouwde afdelingen en vooral de polikliniek doen niet onder voor die van privé-instellingen in West-Europa. Vooral de met de modernste apparatuur uitgeruste tandartspraktijk maakt indruk. „Voor die tandartsstoel heb ik op het stadhuis met mijn vuist op tafel geslagen. Het is de enige manier om iets voor elkaar te krijgen.”

De gemeente betaalt een aanzienlijk deel van de kosten van het tehuis, zoals dat ook gebeurt voor de andere bejaardentehuizen in de Russische hoofdstad. De rest wordt gefinancierd met de magere pensioenen van de bewoners, die 75 procent van hun uitkering moeten afstaan. „Ze krijgen hier vier keer per dag eten, kleding, volledige medische behandeling. En als het nodig is, kunnen ze naar het sanatorium of het ziekenhuis. Maar veel doen we hier zelf: ik heb hier tweehonderd man aan artsen en verplegend personeel.”

Natalja Borisovna weet dat ze haar succes alleen aan zichzelf te danken heeft. Want zonder haar inspanningen was het in Pensionaat nummer 29 net zo’n treurige boel als op de niet opgeknapte verdiepingen. „Mijn voorganger was een alcoholist die niets ondernam. Zoals hij zijn er veel in de ambtenarij. En de gemeente geeft je niet zomaar geld, je moet er wel iets voor doen. Een lid van het lokale parlement zei onlangs dat gepensioneerden een slechte zaak voor de samenleving zijn en dat je hun nooit genoeg kunt geven. Maar gelukkig heb ik nog nooit mijn hand hoeven ophouden.”

Het tehuis ervaart haar vertrek als een ramp. Van haar opvolger weet Natalja Borisovna alleen te vertellen dat hij een ambtenaar is die niet bekend staat om zijn enthousiasme. Ze maakt zich dan ook zorgen om haar bejaarden. „Ze zijn bang dat het weer net zo wordt als vroeger.”