‘Hij was zo’n levendige geest’

Jan Wolkers kon schilderen met woorden, zeggen zijn collega’s en bewonderaars. „Wolkers was geen platte realist, hij was een Hollandse meester.”

Hella Haasse, schrijfster: „Ik mocht hem graag, al heb ik hem niet goed gekend. Maar ik heb altijd al zijn werk gelezen, vanaf zijn eerste verhaal, Het Tillenbeest, later opgenomen in zijn bundel Serpentina’s petticoat. Ik heb ook over hem geschreven, een essay, het staat in mijn bundel Lezen achter de letters. Jan Wolkers was er zeer mee ingenomen, daarom durf ik het wel aan te bevelen aan wie wil weten wat ik van zijn werk vond.

„In dat essay behandel ik de motieven, de thema’s, al de beeldende elementen in zijn werk. En dan beter geformuleerd dan ik het nu uit mijn hoofd doe. Wolkers werk was schokkend om te lezen en niemand was dat gewend in die tijd. Maar je las hem om wat hij met dat schokkende dééd, niet om dat schokkende zelf. Je las hem als schrijver. Ik betreur het dat hij er niet meer is.”

Onno Blom, biograaf: „Zijn archief had hij nog niet voor me ontsloten en de gesprekken met hem waren nog maar net begonnen, maar ik heb een heel intensief en geweldig jaar met hem achter de rug. Hij belde me vaak, zomaar, om een grap te vertellen, iets dat hij had meegemaakt. Als ik niet opnam, praatte hij tegen mijn voicemail. ‘Ja Onno, met Jan, ik bel wel weer, tot horens hè, of nee, niet tot horens, ik ben geen ram.’ Zo’n sprankelende, royale man. Zo’n levendige geest. Wat een vermogen tot vriendschap.

„Ik heb Terug naar Oegstgeest gelezen toen ik op school zat en ik werd er enorm door getroffen. Daarna las ik Turks fruit en het heeft me altijd verbaasd dat het werd gezien als een seksboek. Een karikatuur. Het is een briljant boek van iemand die kan schilderen met woorden. Leven in de dood, daar gaat Turks fruit over. Jan Wolkers was geen platte realist, hij was een Hollandse meester.”

Monique van de Ven, actrice: „Ik weet nog, de persconferentie bij hem thuis in zijn atelier, toen de verfilming van Turks fruit werd aangekondigd. Ik was negentien, het was allemaal zo imponerend en ik vond hem een ongelofelijk stoere vent, heel erg leuk en open. Hij droeg me op handen, echt, hij pakte me op en droeg me rond. Zo is het altijd gebleven. Vijfendertig jaar vriendschap.

„Nu verfilm ik Zomerhitte, bij de aankondiging daarvan was er ook een persconferentie en ik dacht: nu is de cirkel rond. Hij trok Sophie (Sophie Hilbrand, die de hoofdrol speelt – red.) op schoot, ‘kom jij eens even lekker bij me zitten’, en hij streek haar even over haar dij, ‘o, sorry, ik dacht dat het de stoelpoot was’. Dat deed hij vroeger bij mij. Nee, ik werd daar niet melancholiek van. Zo is het leven, wees blij dat je ouder wordt. Ik vind het wel jammer dat hij mijn film nu niet meer kan zien.”

Dick Matena, striptekenaar: „Zes weken geleden ben ik nog bij hem geweest, met Adri van der Heijden. Die wilde altijd al een keer naar hem toe, en ik zei: doe het nou, want straks is hij er niet meer. Die dankt nu god op zijn knieën dat hij het gedaan heeft. Jan heeft een prachtig leven gehad, maar ik vind het verschrikkelijk dat hij nu dood is. Verschrikkelijk!

„Het eerste boek dat ik van hem las was Kort Amerikaans, in 1962. Hij schreef heel plastisch over seks, maar het was geen pornografie. Het maakte net zo veel indruk op me als De Avonden van Reve, maar dan anders. Toen ik De Avonden net af had (als stripboek – red.) liep ik Bob tegen het lijf, een van Wolkers zoons. Die vroeg welk boek ik nu zou gaan doen. Ik zei: misschien Kort Amerikaans. Twee weken later belde Jan naar de Bezige Bij: wanneer begint hij nou? De eerste twee delen heeft hij nog gezien, maar het derde deel niet. Dat is nog niet klaar. Tussendoor heb ik Kaas gedaan, van Elsschot. Daar heb ik nu spijt van.”

Alexander Pechtold, D66-politicus en kunstverzamelaar: „Als student kocht ik op een veiling een zeefdruk van hem, een duinlandschap, en ik schreef hem toen een brief om te vragen wat de letters AC betekenden die in een van de hoeken waren geschilderd. Hij schreef me meteen een heel aardige brief terug: ‘Dat betekent Artists Collection en ik ben blij dat het bij u is, het is vast in goede handen.’

„Toen Froukje en ik trouwden kregen we geen peper- en zoutstelletjes en flessen wijn, maar geld om een werk van Jan Wolkers te kopen. We zijn toen een weekendje naar Texel gegaan en we dachten: een kwartiertje bij hem in het atelier. Maar het werd een lange, gezellige dag. Later, toen ik wethouder in Leiden was, nodigde ik hem uit als eregast bij het Leidens Ontzet. Hij maakte in opdracht van de gemeente Leiden het kunstwerk Ode aan Rembrandt. Dat heb ik nog onthuld.”

Robbert Ammerlaan, uitgever: „Hij was breekbaar geworden, bij elk bezoek aan hem zag ik dat zijn handen slechter functioneerden, dat hij minder goed liep. Maar ik dacht er nog niet aan dat hij zou doodgaan, hij was nog zo volop aan het werk. Er ging zo’n vitaliteit van hem uit.

„Hij was een van de grote naoorlogse schrijvers, maar voor mij was hij ook een van mijn meest geliefde schrijvers. ”