Het ministerie wil té graag een verlengde A4

Een onderzoek van de Tweede Kamer wijst op nieuwe fouten bij de plannen voor een verlenging van de A4 bij Delft. „Er wordt naar het resultaat toe geredeneerd.”

Het is een stippellijn op iedere wegenkaart en voorlopig zal dat nog wel zo blijven: de geplande A4 tussen Delft en Schiedam, waar sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw op wordt gestudeerd.

De wil om de A4 door te trekken van Delft naar de Beneluxtunnel bij Schiedam is groot op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Wellicht iets te groot, zo blijkt uit de feiten die het eigen onderzoeksbureau van de Tweede Kamer boven tafel haalde rond de besluitvorming over de snelweg.

In opdracht van de Tweede Kamer deed het bureau uitgebreid onderzoek naar aanleiding van fouten in de rekenmodellen voor geplande snelwegen rond Delft en Venlo. Door verkeerde aannames, bijvoorbeeld door te rekenen met drie rijbanen in plaats van vier, zijn de verkeerde plekken aangemerkt als knelpunt. Nu moeten eerder afgevallen snelwegvarianten opnieuw worden bekeken, met vertragingen en kostenverhogingen tot gevolg.

De onderzoekers ontdekten nog meer fouten en stellen vast dat Rijkswaterstaat, als onderdeel van het ministerie, de fouten had kunnen voorkomen. Uit het rapport, uitsluitend bestemd voor leden van de Tweede Kamer, rijst een beeld op van een doelgericht ministerie dat moeite heeft om met fouten om te gaan.

De files in de regio moeten worden verminderd. Terugkerende discussie is of dat het beste kan door de A4 door te trekken van Delft naar Schiedam, of door de A13 tussen Rijswijk en Rotterdam te verbreden (zie kaart). Het geld voor een doorgetrokken A4 zijn al gereserveerd, maar de vraag is of deze snelweg er ooit zal komen.

Toen een plaatselijke vertegenwoordiger van Milieufederatie Zuid-Holland in augustus 2006 bij het ministerie alarm sloeg over een „cruciale fout” in de besluitvorming, werd de strekking ervan door Rijkswaterstaat aanvankelijk intern gerelativeerd. „Needless to say, het is evident dat de bijlage geschreven is door mijnheer ...”, mailde de ene beleidsambtenaar naar de andere beleidsambtenaar.

Rijkswaterstaat ondernam wel direct actie en vroeg ingenieursbureau DHV om nog eens naar de berekeningen te kijken. Waren er fouten gemaakt bij het bestuderen van een verbrede A13 als variant op een nieuw stuk A4?

Vier dagen later, op 29 augustus 2006, schreef de directeur-generaal Personenvervoer van het ministerie aan toenmalig minister Peijs (CDA) over de brandbrief van de milieugroepering: „Deze brief is strategisch getimed, duidelijk bedoeld om de besluitvorming in het VAO [het overleg met de Tweede Kamer, red.] te beïnvloeden. Ongelukkigerwijs is er inderdaad een fout gemaakt bij de invoer van het aantal rijstroken op de verbindingsbogen tussen de A4 en A13 bij knooppunt Ypenburg.”

Het onderzoeksbureau van de Tweede Kamer vroeg huidig minister Eurlings twee maanden geleden waarom het ministerie had gedacht dat de brief strategisch was getimed. De minister antwoordde: „Dat de brief zo lang na het opstellen van de berekeningen [januari 2005, red.] en zo kort voor het VAO verscheen was opvallend. Aanwijzingen dat de rekenfouten al langer bekend waren bij de ZHM [Milieufederatie Zuid-Holland, red.] zijn er echter niet.”

De gevolgen van de fouten werden eerst gebagatelliseerd. Maar uit nadere analyses door twee externe adviesbureaus bleek in december 2006 dat knooppunt Ypenburg ten onrechte is aangemerkt als knelpunt, blijkt nu uit het Kameronderzoek. Daarmee valt de bodem weg onder het besluit dat verbreding van de A13 geen goed alternatief is voor een doorgetrokken A4.

Op het ministerie werden in mei 2007 twee suggesties gedaan aan de minister: óf een andere analyse maken van de A13 waaruit zou moeten blijken dat deze variant alsnog kan afvallen. Of een volledig alternatief uitwerken voor een verbrede A13. De directeur-generaal Personenvervoer schreef de minister: „Op dit moment kan niet worden gegarandeerd dat deze optie [suggestie 1, red.] tot het gewenste resultaat zal leiden: het kunnen laten afvallen van het A13-alternatief (...).”

Geconfronteerd met het citaat reageert directeur Ellen Verkoelen van Milieufederatie Zuid-Holland als door een wesp gestoken. „Dit is nu precies wat er aan de hand is, dit bewijst wat wij al jaren zeggen. Op het ministerie is de uitkomst al lang bekend: de A4 moet er hoe dan ook komen. Er wordt naar het resultaat toe geredeneerd.”

Het ministerie wijst de beschuldiging van de hand. „Op dat moment was nog altijd bekend dat de A13 veel duurder was dan het alternatief van de A4”, zegt een woordvoerder. „Van belang is dat we zo snel mogelijk tegen niet te hoge kosten de fileproblemen in de regio oplossen.”

Minister Eurlings heeft zijn ambities met de A4 ook zo in de Tweede Kamer verwoord in juni van dit jaar. „Het is niet meer te verkopen dat er al veertig jaar over dit project wordt gesproken.” Hij ziet het als proeve van bestuurlijke verzanding. „Er zijn hier al acht ministers mee bezig geweest en deze minister zet alles op alles om de laatste te zijn die dat hoeft te doen. Er moet een besluit komen.”

In hetzelfde overleg erkent hij problemen op het ministerie. „Rijkswaterstaat meldt een schaarste aan personeel in een aantal wezenlijke disciplines.” Volgens Eurlings is Rijkswaterstaat te veel ‘kerncompetenties’ kwijtgeraakt waardoor de dienst te veel moet uitbesteden. Want alle fouten zijn uiteindelijk gemaakt door extern ingehuurde bureaus. Het departement werkt er nu hard aan om gekwalificeerd personeel aan te nemen.