‘Het geweld heeft mijn kunst overgenomen’

In Den Haag opende gisteren de nieuwe kunstruimte Gemak, een samenwerking van het Haags Gemeentemuseum en de Vrije Academie. De eerste tentoonstelling gaat over Irak.

Sandra Smallenburg

In de entreehal van Gemak, de nieuwste expositieruimte van Den Haag, ligt een roestig autowrak. Het ding heeft geen wielen meer en is zo verwrongen dat het maar nauwelijks boven de knieën van de bezoekers uitkomt. Alleen op de neus van de auto zitten nog wat likjes rode en witte verf. „Irakezen herkennen die kleuren meteen”, zegt Robert Kluijver, conservator van Gemak. „Dit is een taxi uit Bagdad.”

Het wrak is een overblijfsel van de bomaanslag, 5 maart jongstleden, op de Al-Mutanabbi boekenmarkt in Bagdad. Die aanslag kostte 39 mensen het leven en verwoestte tientallen boekenstalletjes. „Met name voor de Iraakse kunstenaars was dit een verschrikkelijke gebeurtenis”, zegt Kluijver. „De boekenmarkt vormde het hart van het intellectuele leven in Bagdad. Het zat er vol met literaire cafés. Die zijn bij de aanslag allemaal vernield.”

In Gemak, een samenwerking tussen het Haags Gemeentemuseum en de Vrije Academie, dient de bomauto als opmaat voor de tentoonstelling Green Zone/ Red Zone, waar werk wordt getoond van zowel Europese als Iraakse kunstenaars. Gemak noemt zich een ‘centrum voor kunst, maatschappij en politiek’. Het moet een plek worden waar westerse en niet-westerse kunstenaars samenkomen, waar gedebatteerd kan worden over actuele, mondiale thema’s als immigratie en milieu, en waar buitenlandse kunstenaars gebruik kunnen maken van het gastatelier.

Het is bewonderenswaardig hoe snel de nieuwe tentoonstellingsruimte uit de grond is gestampt. Het Gemeentemuseum wilde al langer een plek in het centrum van de stad en had zijn oog laten vallen op het pand naast de Vrije Academie. Toevallig had ook de academie plannen om haar galerieruimte uit te breiden. „Wij hadden de vierkante meters, het Gemeentemuseum had geld voor verbouwing”, verklaart academiedirecteur Ingrid Rollema de samenwerking. „Tot de zomer stonden hier nog de keramiekovens. In zes weken tijd hebben we alle muren op de begane grond eruit geslagen, zodat er een open ruimte van bijna duizend vierkante meter ontstond.”

Zowel Kluijver als Rollema beschikken over een groot netwerk van internationale kunstenaars. Kluijver werkte eerder als politiek beleidsmedewerker van de Verenigde Naties in Pakistan en Afghanistan, en richtte drie jaar geleden een kunstcentrum op in Kabul. Rollema biedt op haar Vrije Academie al vijf jaar ‘artistiek asiel’ aan vluchteling-kunstenaars. „Iedereen is bij ons welkom om gebruik te maken van de werkplaatsen”, zegt ze. „Ik vraag niet eens hoe ze heten.”

De Iraakse kunstenaar Rashad Selim was de afgelopen twee maanden te gast op de Vrije Academie. Hij verliet zijn geboorteland al in 1983 en woont sinds die tijd in Londen. In Den Haag toont hij de installatie Souvenir of the Ministry of Justice, een compositie van stukken hout, elektriciteitsdraad en archiefrekken. Selim zoekt, zegt hij, naar schoonheid in de lelijkheid van oorlog. „Ik ben in 2003 teruggegaan naar Bagdad. De stad zag eruit als een monsterlijke eettafel, overal waren stukken uit gehapt. En het wordt iedere dag erger. De bodem is nog niet bereikt. Bagdad had ooit veertig galeries, nu schijnt er nog maar een te zijn die soms open is en soms ook niet.”

Van veel van de getoonde kunstwerken is de woede af te lezen. Zo hangt er een serie monumentale collages van het Britse kunstenaarsduo Peter Kennard en Cat Picton Phillipps, gemaakt van pagina’s uit tabloids als The Sun en bebloede Arabische kranten. De beelden zijn door de makers net zo lang bewerkt met hamers en scheermesjes tot de vodden erbij hangen. Van de Iraakse kunstenaar Hana Mal Allah, die als een van de laatste kunstenaars Irak verliet, hangt er een drietal plattegronden van Bagdad. Met een beetje fantasie kun je de Tigris nog zien lopen. Maar voor de rest is het stratenplan zwartgeblakerd.

Selim: „Voor veel kunstenaars uit Irak is het trauma haast te groot om er kunst over te kunnen maken. En dus zie je vooral veel documentair werk, over de vernietiging en over de puinhopen.” Hij vertelt dat de oorlog in zijn eigen werk „als vanzelf” het thema is geworden. „Het geweld heeft mijn kunst overgenomen. Als kunstenaar raap ik letterlijk de brokstukken op.”

Green Zone/Red Zone. T/m 31 jan in Gemak, Paviljoensgracht 20, Den Haag. Inl: www.gemak.org