Hét antwoord op de hunkering

De Russen zien in Guus Hiddink (60) de man die Rusland aan de top van het voetbal brengt. In het onmetelijke land probeert hij op zijn eigen wijze de cultuur te veranderen en structuur aan te brengen. „Ik ben wel de baas, maar niet de generaal.”

Als een pater familias zit Guus Hiddink aan tafel in een Moskous restaurant, omringd door enkele vrienden en kennissen. De overwinning van Rusland die avond op Engeland moet gevierd worden. Hij heeft net een sigaar opgestoken als ver na het middernachtelijk uur een groepje stralende jongemannen binnenkomt. Ze hebben een groot boeket bloemen meegebracht, roepen iets als ‘hiep hiep hoera’ en overhandigen de bloemen aan Hiddinks vriendin die op de voor het Russische voetbal zo glorieuze dag ook haar verjaardag heeft gevierd.

Wie zijn toch die jongemannen? Het zijn spelers van het Russische elftal, weet de ober en hij applaudisseert net als iedereen in dit etablissement. De stralende jongemannen vertrekken zwaaiend en laten de ‘nieuwe tsaar’ met zijn gevolg overweldigd achter. Het is symbolisch voor wat Hiddink eerder die week in het hotel van de Russische ploeg al probeerde duidelijk te maken. „Vroeger waren de trainers hier voor de spelers klootzakken. Dat wil ik veranderen, ik ben wel de baas, maar niet de generaal. Ik ga ze niet met straf en boete sturen. Ik kan heel kort zijn, maar zij moeten ook een mening hebben. Ik probeer met ze te praten, ben benieuwd naar hun visie, naar hun achtergrond en hun doel. Spelers gaan zover je ze duwt, maar dan moeten ze het zelf doen.”

Hij maakt weliswaar vorderingen met het Russisch, maar zonder zijn Russische assistenten Aleksander Borodjoek (Sovjet-international, gouden medaillewinnaar van de Spelen van 1988 en topschutter bij Schalke 04 en Freiburg) en Igor Kornejev (Russisch international en oud-speler van Spartak Moskou, Barcelona, Heerenveen en Feyenoord) is het soms nog moeilijk communiceren. „Vertrouwen winnen, daar gaat het om. De onzekerheid die vorige week ontstond over een mogelijke overgang naar Chelsea moest ik wegnemen. Ik laat deze jongens niet vallen. Daarom heb ik vorige week gezegd dat ik mijn contract verleng tot 2010. We zitten immers in de opbouw. Het is niet logisch dat ik nu wegga. De spelers zijn jong en onervaren, er zijn er maar twee of drie die ouder zijn dan 27. Jonge spelers kun je nog vormen.’’

Maar niet zonder voortdurend met de ouderen te praten. „Zij kennen de geschiedenis, zij kennen de cultuur en het karakter van het Russische voetbal. Wanneer zij mijn vertrouwen hebben, slaat dat over op de jongeren. Zo heb ik dat ook in Korea gedaan. Als de ouderen erin geloven, ben je een stap verder. Ouderen zijn de chefs, zoals Phillip Cocu bij PSV, die kunnen richting geven. Het is al zover gekomen dat de ouderen tegen me zeiden dat zij ook vervangen moesten worden. Dat is winst.”

Naast de Russische assistenten beschikt Hiddink over de fysiotherapeut en krachttrainer Arno Philips, met wie hij ook bij PSV, Zuid-Korea en Australië samenwerkte, en over zijn ‘personal assistant’ Jevgeni, een Kazachstaanse student communicatie. „Door Kornejev, die zelf een gevoelsvoetballer was, worden de spelers losser. Met Borodjoek praat ik over vroeger, over het Sovjetsysteem. Die man zit vol anekdotes en vergelijkt voortdurend vroeger met nu. Kornejev en Borodjoek beschikken over de twee voor mij belangrijkste vaardigheden: ze kennen het voetbal en ze spreken over de grens, de een Nederlands en Spaans, de ander Duits.”

Over plannen praat Hiddink alleen met de president van de Russische bond. „Dat is mijn aanspreekpunt. Dat heb ik Korea ook gedaan. Ja, ik praat ook met Abramovitsj, maar niet over zíjn plannen. Hij stimuleert vooral, hij is enthousiast en stelt als het moet geld beschikbaar. Misschien is hij wat bemoeizuchtig, maar dat vertel ik hem dan. Woensdag stond hij in de kleedkamer, maar toen ik over voetbal wilde praten heb ik hem de deur gewezen. In dit onmetelijke land, met ontelbare jongens die goed en technisch kunnen voetballen, met clubs die ver van elkaar leven, met al die trainers, moet je de lijnen kort houden. Dit land is in wederopbouw. De hele Sovjet-Unie is uiteengevallen in meer dan tien staten. Overal moet men opnieuw beginnen. Oude structuren moeten vervangen worden, oude culturen moeten tegen het licht worden gehouden. Daar heb ik in het begin Joop Alberda voor kunnen gebruiken. Maar hij is het nu aan het afronden. Hij had het niet naar zijn zin meer. Nou, dan moet je weggaan.”

Hiddink kijkt in de bar van het Golden Ring Hotel in Moskou om zich heen. Hij laat zich met gasten op de foto zetten en neemt met Jevgeni het programma door. „We zitten nu midden in de stad. In het begin bereidden we ons voor in een vervallen trainingscentrum uit de jaren vijftig, zestig kilometer buiten de stad. Als je in Moskou moest spelen, zat je met files ruim vijf uur in de bus. Bij slecht weer kon je niet trainen omdat het veld onbespeelbaar was. We zitten nu goed en we zitten dichtbij het stadion en kunnen daar trainen op kunstgras. Ik heb eerst het oude willen meemaken. Zien hoe de mensen het gewend waren, wat er beter kan, hoe zij het beter kunnen maken.”

In dit onmetelijke land, met al zijn regio’s, is zoveel potentieel aan voetbaltalent, weet Hiddink. „Probeer maar eens iets te organiseren in een land waar je van de ene kant naar de andere kant negen uur in een vliegtuig zit. Wladiwostok heeft een club in de hoogste divisie, hoe ver is dat niet weg? Langs de hele zuidstrook naar het oosten zijn jongens die kunnen voetballen. Daar komt wat vandaan hoor, straks. Al die lokale clubs moeten met jeugdacademies beginnen. Maar als je zestig tot tachtig Herdgangen (het trainingscentrum van PSV, red) wilt aanleggen heb je wel minimaal 80 miljoen euro nodig. ‘Maak je geen zorgen om geld’, wordt er voortdurend geroepen. Sponsors en geldschieters genoeg, ook om moderne infrastructuur aan te brengen, zoals kunstgras in verband met dat wisselende klimaat. Genoeg geld, maar waar veel geld is, is men niet creatief. Dat zie je nog bij de grote clubs CSKA, Dinamo, Spartak, Zenith. Als er genoeg geld is, loop je het risico dat ze tweederangsspelers uit het buitenland kopen of spelers en trainers te veel betalen. Dat maakt lui – en corrupt.”

Vandaar ook dat de Russische bond heeft ingezien dat het aantal buitenlandse spelers beperkt moet worden. „Elk jaar een buitenlander minder. In 2010 mogen het er nog maar vier zijn. Clubs moeten nadenken over jeugd. Grote clubs als CSKA, van het leger en politie, en Dinamo, van de spoorwegen, hadden geen jeugd. Alle goede voetballers werden opgeëist door de clubs in Moskou. Bij CSKA is nu de Nederlander Jelle Goes bezig om te renoveren. Er moeten scouts, trainers en managers worden opgeleid. Een club als CSKA moet een model worden voor de andere clubs. Zoals Zenith St. Petersburg waar Dick Advocaat nu werkt. Dat is nu koploper in de eerste divisie. Er is ook veel geld. Daar wordt een nieuw stadion gebouwd. Clubs moeten de omslag maken naar het volk, zoals met Spartak Moskou, dat altijd een volksclub is geweest. Vaak zitten er 35.000 toeschouwers.”

Het aantal toeschouwers bij de wedstrijden stijgt langzaam, een toename van twintig procent vergeleken met vorig jaar. „Als de successen komen zal het nog meer stijgen. Als ik met Kornejev en Borodjoek praat, hoor ik wat er leeft in Rusland. Er is zoveel hunkering hier, ook naar triomf. Ze willen alles. Ze zijn nog wat defaitistisch. Maar bij een internationaal succes groeien ze. Dit volk wil trots zijn op zijn land. Dat is wel anders geweest, weet ik van Borodjoek. Als hij niet scoorde bij Dinamo moest hij bij de generaal komen. Dan wist hij: of scoren of uit dienst. Dan maar scoren, dacht Sasja.”

Op afstand probeert de voormalige luitenant Borodjoek de conversatie in het Nederlands te begrijpen. Hij gaat staan: „Der General sagte immer: Du musst Tore schiessen. Auch als ich krank war.” Hiddink: „Zo gaat dat natuurlijk niet. Hoewel je bij oudere spelers nog wel voelt dat ze liever worden gecommandeerd dan dat ze zelf initiatief tonen. Laatst moest ik een hard gevecht voeren met een oudere speler. De groep was er bij. Maakt niet uit, maar we begrepen elkaar uiteindelijk. Als een speler me belt en zegt dat hij over drie dagen mogelijk te laat komt omdat er een file zal staan, dan grijp ik in. ‘Blijf dan maar thuis.’ Ik maak afspraken, want ze zijn gauw gemakzuchtig. Maar het gaat altijd om presteren. Dat is de basis.”

Ook de media moeten wennen, beseft Hiddink. „Die oudjes zijn meegaand en durven geen commentaar te leveren. Maar die jongeren zijn heel onafhankelijk en durven zeer kritisch te zijn. Ik check wel bij Kornejev en Borodjoek wie er wat schrijft. En da ga ik naar zo’n jongen toe en vraag: ‘Dus jij hebt een kritisch stuk geschreven?’ Dan feliciteer ik hem. ‘Goed zo, goed werk, blijf me kritisch volgen.’ Nou, dan zie je ze glunderen.”

Er is nog veel tijd nodig, maar Hiddink heeft geduld. „De Russische bond zit nog in het oude gebouw van het Olympisch Comité. Het nieuwe eigen gebouw is al klaar, maar door de bureaucratie kan het nog niet worden gebruikt. Niet dat het erg belangrijk is. De mensen moeten het zelf doen en niet de bond. De bond is slechts een serviceapparaat. Net zoals het zoeken van talent. Talent is er zeker. Maar de mensen moeten zelf de opleidingen opstarten, niet de bond. Eigen initiatief is soms nog een vreemd begrip. Mijn vijver is klein, door al die buitenlandse spelers. Ik kan beschikken over 35 spelers die actief zijn in de competitie. Dan zijn er nog dertig die op de reservebank zitten. Dat moet veranderen. Ze willen wel, maar de culturele omslag moet nog komen. Met geld win je niet altijd. Maar hier denken ze dat alles te koop is, ook de Europese titel.”

Soms verlangt hij terug naar Nederland, naar de Achterhoek, naar Amsterdam. Maar niet om er trainer te worden, of bondscoach. „Ik heb al die etappes doorlopen, bij PSV, Nederlands elftal, Real Madrid, Valencia, Korea, Australië. Ik heb veel gewonnen, ik heb goed geleefd. Ik begin al grijs te worden. Niet te veel stress, zoals bij een club of bij Oranje heerst, kan geen kwaad. Ik leef een paar maanden per jaar in Moskou. Dat is te doen.”

Vanaf het terras van zijn appartement in het Ararat Hyatt kijkt hij dagelijks uit over het Rode Plein. „Indrukwekkend, de geschiedenis van Rusland ligt dan aan je voeten. Zoveel mensen, zoveel verschillende types en karakters. Daar leer je van. Dat is genieten. Zoals ik ervan geniet om te zien hoe jonge voetballers opbloeien en vertrouwen krijgen. Dat is mijn leven.”