Hagemeyer is meer waard dan 4,25 euro

Hagemeyer weet niet veel over het Franse bedrijf dat zich heeft voorgenomen het Nederlandse handelshuis over te nemen. Maar wel net genoeg om te begrijpen dat de Fransen zich een beter bod kunnen veroorloven. Hagemeyer is het doelwit van een ongevraagd bod van 2,7 miljard euro van concurrent Sonepar.

Sonepar werd eind jaren zestig opgericht, toen afstammelingen van twee textielfamilies uit de negentiende eeuw besloten te diversifiëren in de handel in elektrische onderdelen. Veertig jaar later heeft de onderneming zich vertakt naar 29 landen en hoeft het in deze sector alleen nog het eveneens Franse Rexel vóór zich te dulden. Sonepar wil Hagemeyer van de beurs halen; het is er niet op uit een beursgenoteerde entiteit te verwerven. Omdat het bod geheel uit contanten bestaat, hoeft Sonepar geen informatie over zijn eigen financiën te geven. Het enige bedrag dat bekend is, betreft de omzet: 9,5 miljard euro vorig jaar.

Het voorlopige bod van Sonepar houdt een premie van 41 procent in ten opzichte van Rexel, op basis van de verhouding tussen de bedrijfswaarde en de winst over 2008. De operationele winstmarges van Hagemeyer zijn nog niet eens de helft van die van Rexel.

Toch zijn er sterke aanwijzingen dat het Franse bedrijf bereid is verder te gaan dan het voorlopige bod van 4,25 euro per aandeel. Sonepar heeft een belang in Hagemeyer opgebouwd van 10 procent, en een deel daarvan werd vrijwel zeker gekocht na de bekendwording van zijn belangstelling tegen een koers die dichter bij de 4,80 euro ligt. Of Sonepar verplicht kan worden om zijn bod te verhogen tot de maximumprijs die het op de markt voor de Hagemeyer-aandelen heeft moeten betalen, is moeilijk te zeggen. De Nederlandse wet vereist dat niet. Maar de regels staan op het punt in overeenstemming te worden gebracht met een Europese richtlijn. Er zou waarschijnlijk een rechtszaak van komen als Sonepar niet alle aandeelhouders dezelfde overeenkomst zou bieden. Afgezien van de mogelijke juridische perikelen is daar ook het feit dat Sonepar onmogelijk kan betogen dat 4,25 euro de volledige waarde vertegenwoordigt, als het bedrijf sommige Hagemeyer-aandelen voor een hoger bedrag heeft gekocht.

Dergelijke overwegingen plus de wens om Hagemeyer van de beurs te halen, waarvoor in Nederland de goedkeuring van 98 procent van de aandeelhouders nodig is, betekenen waarschijnlijk dat Sonepar misschien wel 4,70 tot 4,80 euro wil betalen. Als Hagemeyer er nog meer uit wil persen, moet het waarschijnlijk op zoek naar een bedrijvenopkoper of Rexel zien te verleiden tot een veiling. Nu de bedrijvenopkopers door de kredietcrisis krap bij kas zitten en de aandelenkoers van Rexel sinds zijn beursgang te wensen overlaat, is dat niet meer zo makkelijk te verwezenlijken.

Pierre Briançon