G7 doet niets tegen wegzakkende dollar

De zeven grootste industrielanden (G7) hebben geen consensus bereikt over een mogelijk gemeenschappelijk beleid ten aanzien van de verzwakkende Amerikaanse dollar. Dat bleek vanmorgen vroeg na afloop van een bijeenkomst van ministers van Financiën en centrale bankiers van de zeven landen.

Op de valutamarkt werd rekening gehouden met een referentie aan de recente onrust op de valutamarkt, waarbij de dollar wegzakte tot een recordlaagte tegenover de euro en de Canadese dollar. Donderdag tipte de dollar een koers aan van 1,4310 dollar per euro.

De Amerikaanse minister van Financiën Paulson herhaalde na afloop de gangbare uitspraak dat ‘een sterke dollar in het belang van de Verenigde Staten’ is, en dat het vaststellen van wisselkoersen een zaak is van de financiële markten. De Canadese minister van Financiën Flaherty benadrukte dat de Canadese dollar het grootste slachtoffer is van de daling van de dollar. Van de zijde van de Europese Commissie werd gewezen op het risico dat de dollarkoers kan ‘doorschieten’. Maar de Duitse minister van Financiën Steinbrück zei dat de koersstijging van de euro tegenover de dollar ‘niet moet worden gedramatiseerd’.

Het uitblijven van een gemeenschappelijk standpunt kan worden opgevat als een startsein voor de valutahandel om de koers van de dollar verder naar beneden te drijven als de markt maandag open gaat. De G7 herhaalden hun standaarduitspraak dat ‘wisselkoersen een reflectie moeten zijn van de fundamentele economische verhoudingen’.

De onrust op de kredietmarkten, de prijsstijging van ruwe olie en de zwakte van de Amerikaanse woningmarkt zullen volgens de verklaring van de G7 de ‘robuuste groei’ van de wereldeconomie matigen, maar ‘de economie is fundamenteel gezond’ en opkomende economieën zullen volgens de zeven industrielanden een belangrijke impuls blijven geven aan de mondiale economie. Wel verwachten de G7-landen dat de onrust op de kredietmarkten wel vermindert, maar niet snel over zal zijn.