EU wordt de regelgever van de wereld

Europa heeft de strengste wetten ter wereld, op uiteenlopende gebieden. Daarmee bepaalt de EU de wereldstandaard. „Bedrijven hebben geen zin om producten alleen voor Europa te maken.”

Het had de grootste fusie uit de geschiedenis van de Amerikaanse industrie moeten worden. Topman Jack Welch van General Electric kondigde in 2000 aan concurrent Honeywell over te willen nemen voor 45 miljard dollar. Welch, 65 jaar, stelde er zijn pensionering voor uit. Op een persconferentie zei hij weinig problemen te verwachten met de Amerikaanse mededingingsautoriteiten. Een terechte inschatting.

Niemand die tijdens die persconferentie vroeg wat Brussel zou denken van de fusie, schrijft T.R. Reid in The United States of Europe. Gedetailleerd doet de Amerikaanse journalist verslag van wat er daarna gebeurde. Toenmalig eurocommissaris Mario Monti (Mededinging) stelde een onderzoek in. Jack Welch vloog naar Brussel om hem te overtuigen van zijn goede bedoelingen. „Mario, noem me maar Jack”, zei de Amerikaan. „Mister Welch”, antwoordde de Italiaan, „u kunt mij signore Monti noemen.” Het kwam nooit meer goed tussen de twee. En met de overname ook niet.

Voor General Electric was het een harde les: de macht van de Europese Commissie strekt zich uit tot ver over de Europese grenzen. Ook Microsoft kwam daar onlangs weer achter. Het Europese Hof van Justitie oordeelde vorige maand dat de EU het softwarebedrijf terecht had beschuldigd van misbruik van zijn monopoliepositie. Het bedrijf werd gedwongen tot het vrijgeven van technische informatie, iets wat het van zijn ‘eigen’ regelgever in de VS niet hoefde.

Of het nu gaat om mededingingsregels, de inhoud van een wodkafles of de kindvriendelijkheid van een aansteker: de EU heeft er regels voor. En bedrijven die in de 27 Europese lidstaten zaken willen doen, zullen zich daaraan moeten houden. Ook als ze uit Amerika komen. Of uit China, Brazilië of Japan.

Die regels liegen er vaak niet om. Op verschillende gebieden heeft Europa de strengste wetten ter wereld en kan zij zo de wereldstandaard bepalen. „De EU-markt bestaat uit bijna een half miljard mensen”, zegt europarlementariër Jules Maaten (VVD). „Bedrijven hebben vaak geen zin om producten alleen voor Europa te maken. Dus zorgen ze dat alles wat ze produceren aan de EU-regels voldoet, ook de dingen die voor andere landen bestemd zijn. Dat is wel zo makkelijk.”

Brussel wordt steeds meer regulator voor de hele wereld, zegt ook David Vogel. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Californië in Berkeley en doet onderzoek naar regelgeving in de VS én de EU. Brussel is volgens hem al sinds midden jaren negentig bezig aan een opmars in de rest van de wereld. Hij noemt drie redenen: „De omvang van de Europese markt. De gegroeide competentie van regelgevers in Brussel. En de publieke opinie in Europa, waardoor de EU de strengste regels heeft op het gebied van gezondheid en milieu.”

De EU maakt op een groeiend aantal gebieden de dienst uit. Dit jaar ging bijvoorbeeld de Reach-verordening in. Die verplicht bedrijven alle chemische stoffen die ze in de EU maken of importeren te testen op veiligheid. Als een bestanddeel van een product onverhoopt op de ‘gevaarlijke lijst’ komt, zal de fabrikant de samenstelling moeten veranderen. Internetbedrijven hebben wereldwijd te maken met Europese privacyrichtlijnen die strenger zijn dan elders. Zelfs piepkleine hoeveelheden genetisch gemodificeerde bestanddelen in het voedsel moeten in Europa worden gemeld. En hoewel Californië bekend staat als koploper op milieugebied, heeft de EU nu doelstellingen voor de reductie van CO2 die nóg ambitieuzer zijn. De mededingingsregels zijn in Europa gedetailleerder dan elders: bedrijven moeten aan meer eisen voldoen om goedkeuring te krijgen voor fusies of hun manier van zakendoen.

Brussel lijkt zich bewust te zijn van zijn groeiende macht. In een beleidsstuk dat de Europese Commissie eerder dit jaar naar buiten bracht, wordt gesproken over de EU als global standard setter – wereldwijde vaststeller van normen. Grote woorden worden niet geschuwd: „De wereld kijkt vaak naar Europa en neemt de normen over die hier zijn bepaald. Dit is in het voordeel van degenen die al klaar zijn om daar aan te voldoen. En het zou een bijdrage moeten leveren aan het verbeteren van leef- en werkomstandigheden in de hele wereld.”

Niet iedereen is overtuigd van de nobele bedoelingen van de Europese Commissie. „Soms kunnen de motieven ook protectionistisch zijn”, zegt John Vassallo, directeur Benelux en hoofd overheidsrelaties van General Electric (GE) in Europa. Zoals het verbieden van de gloeilamp, wat volgens hem ook is bedoeld om goedkope lampen uit andere landen te weren. „Spaarlampen worden gemaakt in Europa.”

Ook parlementariër Maaten zegt dat de strenge regels soms in het voordeel kunnen zijn van Europese bedrijven, omdat die al hogere standaarden hanteren. „Boeren klagen nu dat ze met de handen op de rug moeten concurreren met bedrijven in Brazilië omdat zij zich moeten houden aan allerlei regels, die bijvoorbeeld bepalen hoeveel kippen er in een hok moeten. Voor Europese bedrijven is het natuurlijk aantrekkelijk als andere bedrijven zich óók aan die regels moeten houden.”

Voor een bedrijf als General Electric is het probleem niet zozeer dat Europese regels streng zijn, zegt Vassallo van GE, dat actief is op allerlei gebieden: van financiële dienstverlening tot elektriciteitsopwekking en van verlichting tot medische apparatuur. Het probleem is dat ze overal anders zijn. „Dat maakt zakendoen wel twintig keer duurder. Je moet keer op keer checken of je aan alle eisen voldoet.” Omdat het doel van de regels in de verschillende staten van de VS en Europa meestal hetzelfde is – bescherming van consumenten – pleit het bedrijf ervoor om meer gemeenschappelijke standaarden te bepalen.

Want soms zijn de regels elders strenger. Zo zijn de Amerikaanse beursregels stringenter, een reden waarom Europese bedrijven soms afzien van een Amerikaanse notering. Bescherming van auteursrecht en octrooien wordt in de VS serieuzer aangepakt, waardoor muziekpiraterij eerder vanuit Europa plaatsvindt. Als het om productveiligheid gaat, hangt het ervan af, vertelt Scott Wolfson van de US Consumer Product Safety Commission, een soort Amerikaanse Keuringsdienst van Waren. Zo is de VS strenger met loodverf op speelgoed, terwijl de EU-eisen op het gebied van ftalaten (weekmakers voor plastic) in speelgoed strikter zijn. De kindvriendelijke aansteker – in Europa een symbool geworden voor onzinnige EU-regels – is in de VS al jaren verplicht.

In ieder geval onderschatten Amerikaanse bedrijven de macht van Brussel niet meer. De stad zit vol met advocaten, adviesbureaus en lobbyisten die ook voor Amerikaanse bedrijven werken. „De laatste twee jaar krijg ik regelmatig Amerikaanse bedrijven op bezoek”, vertelt parlementariër Maaten, die lid is van de milieucommissie. „Vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie, de tabaksindustrie. Vroeger zag je ze nooit”, zegt Maaten. „Het begint te dagen dat de maatregelen die wij nemen voor hen ook belangrijk zijn.”

Amerikaanse bedrijven zijn zich tegenwoordig zéér bewust van de macht van Brussel, zegt hoogleraar Vogel. „En ze zijn er boos over”, zegt hij. „Maar ze kunnen er niets aan doen.”