EU-rommelverdrag om ons gezicht te redden

In een gesprek met deze krant zei Deirdre Curtin eerder terecht dat we Brussel niet steeds van alles de schuld moeten geven. Hoe sterk die reflex wel is toont ze nu zelf aan, door het ook niet te kunnen laten (Opiniepagina, 16 oktober). Ze verwijt Brussel en de regeringen bij het nieuwe verdrag de nationale parlementen plat te walsen. Nu is ons parlement vrijwel van dag tot dag geïnformeerd over de onderhandelingen. Schat Curtin de situatie wel goed in? Regering en parlement mogen zich in de handen knijpen, zou ik zeggen.

Nederland heeft in de afgelopen twintig jaar een grote achterstand opgelopen in besef en begrip van de Europese verhoudingen. Dit is te verklaren via de bekende `wet van de remmende voorsprong` van de historicus Jan Romein. Vijftig jaar geleden waren we haantje-de-voorste in Europa, nu zijn we de kluts kwijt. Dit is zo over de hele linie, van regering via parlement tot bevolking. Vandaar de backlash en het rampzalige referendum. Die achterstand is ons eigen probleem. Anderen hebben ons even uit de nood geholpen met dat rommelverdrag. Dit is een groot gebaar van goede wil van de meerderheid van de lidstaten, waarmee de minderheid het gezicht kan redden. We staan bij hen in het krijt, ook ons parlement. De zaken voorstellen alsof ons nu weer tekortgedaan wordt, is geen lering trekken.