Eén loket voor de werkzoekende

Het CWI en het UWV gaan fuseren. Werklozen moeten zo sneller aan het werk worden geholpen. Bij experimenten in een paar steden kwamen er meer mensen aan een baan.

Dat werklozen voortaan nog maar met één instantie, ja het liefst met één persoon te maken hebben als zij een uitkering aanvragen en op zoek gaan naar werk. Dat is de bedoeling van het kabinetsbesluit van gisteren om het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) samen te voegen.

Nu hebben werklozen voor dezelfde zaken (werk en uitkering) te maken met het CWI, het UWV én vaak de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente.

Er moet een eind komen aan de ‘knip’ in de begeleiding van deze groep, die volgens velen niet logisch is en niet de beste resultaten oplevert.

Iedere werkloze die een uitkering aanvraagt (bijstand of WW) heeft de eerste zes maanden te maken met het CWI. Dat heeft een overzicht van alle vacatures en begeleidt de werkloze bij het selecteren van geschikt werk. Als dat na een half jaar niet heeft geleid tot een baan, neemt de gemeente (voor de bijstand) of het UWV (voor de WW) de begeleiding over.

De gedachte daarachter is dat deze ‘moeilijke’ werklozen scholing of training nodig hebben om een baan te kunnen vinden. En deze zogeheten reïntegratietrajecten zijn het exclusieve terrein van het UWV en gemeenten: het CWI mag geen scholing aanbieden.

„Maar soms weet je al na een paar weken dat iemand omgeschoold moet worden”, zegt een woordvoerder van het CWI, „en dan moet je nog zes maanden wachten. Dat is zonde.”

Deze situatie is pas ontstaan toen de twee instanties werden gevormd in 2002. Het CWI ontstond uit het arbeidsbureau, dat naast arbeidsbemiddeling ook reïntegratie deed. Het UWV is een samenvoeging van de vijf uitvoeringsinstanties van de arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsverzekeringen, waaronder Gak, Guo en Cadans.

Als onderdeel van deze hervorming van de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving werd ook een private reïntegratiemarkt gecreëerd. Nieuw op te richten bedrijven moesten met het UWV en gemeenten contracten sluiten voor scholing van werklozen.

Eerder bleek al dat dit systeem gebreken vertoonde. Daarom proberen de drie instanties al jaren beter samen te werken. Een eerste stap werd gezet door samen huisvesting te zoeken. Maar binnen het bedrijfsverzamelgebouw kregen werkzoekenden nog steeds te maken met drie verschillende instanties, moesten ze bij verschillende medewerkers steeds hetzelfde verhaal vertellen, en op formulieren telkens dezelfde persoonsgegevens invullen. Ook voor bedrijven die werklozen willen inhuren, al dan niet met gebruik van subsidie, is vaak onduidelijk waar ze moeten zijn.

Daarom wordt sinds vorig jaar in onder meer Amsterdam, Gouda en Maastricht geëxperimenteerd met samenvoeging van de drie diensten tot één loket, met één begeleider per werkloze. Ook kan zonodig eerder worden begonnen met omscholing of training. Met succes. „Werklozen komen sneller aan het werk, en in grotere getale”, aldus het CWI, dat al jaren een voorstander is van nauwere samenwerking met het UWV.

Nu is het zover, maar er is een schaduwzijde: er moet ook bijna tweehonderd miljoen worden bezuinigd vóór 2012. Dat zijn 1.500 arbeidsplaatsen. „Daar is het CWI minder enthousiast over.”