De stelling van Naomi Klein: er zijn veel goede alternatieven voor het pure vrije-marktmodel

Bij een open democratie hoort een vrije markt: dat is de stelling waartegen Naomi Klein, boegbeeld van de anders- globalisten, ten strijde trekt in haar nieuwste boek. Veel landen hebben zich een ideologie laten opdringen zonder goed te kijken naar alternatieven, zegt ze tegen Marc Leijendekker.

Kort samengevat: u schrijft dat grote bedrijven en instellingen, overwegend Amerikaans, misbruik hebben gemaakt van momenten van verwarring om hun doctrine van liberalisering, privatisering en een vrije markt op te leggen.

„Zeker, dit is het meest winstgevende systeem in de wereld. De geestelijke vader is de econoom Milton Friedman van de zogenoemde Chicago school. Hij werd gesteund door grote Amerikaanse bedrijven, in samenwerking met het State Department en internationale instellingen als het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank. Die hebben bewust gebruikgemaakt van momenten van verwarring en onzekerheid om hun recept op te leggen. Kijk naar Polen in 1989. Toen hadden aanhangers van de Poolse vakbond Solidariteit een interessant economisch plan gepresenteerd, dat onder meer voorzag in arbeiderscoöperaties. Maar de wind van de markt won het. Het leek zo aantrekkelijk: een beetje pijn op de korte termijn, wat schoktherapie om de boel op te schudden, en binnen zes tot twaalf maanden zou Polen een normaal Europees land zijn.”

U geeft nog meer voorbeelden. Sri Lanka, waar in de wederopbouw na de tsunami vissersdorpen plaats moesten maken voor toeristencentra. Rusland in de jaren negentig, dat een vrije-marktrecept kreeg opgedrongen door Amerikaanse adviseurs. New Orleans na de orkaan Katrina, waar in recordtijd vrijwel alle scholen zijn geprivatiseerd. Zuid-Afrika, waar het Afrikaans Nationaal Congres zijn eigen economische plan niet durfde door te zetten. Irak, waar de ‘wederopbouw’ is geprivatiseerd. Het lijkt bijna op een samenzwering.

„Waar het mij om gaat is dat dit de afgelopen dertig jaar het heersende model is geworden, de zogeheten Washington- consensus. Er is gedaan alsof dit de logische uitkomst was van een debat. Alsof dit geen ideologie was, maar wetenschap, mathematische zekerheden. Alsof we waren aangekomen bij het einde van de geschiedenis. Mensen worden daardoor erg geïntimideerd. Wie wil er nu buiten de geschiedenis staan? Wie durft nog te beginnen over alternatieven als iedereen roept dat er geen alternatieven zijn? Wie is de spelbreker als er een ‘consensus’ bestaat? Dit is een duidelijke strategie geweest: de overwinning claimen terwijl er niet eens een eerlijk en open gevecht is geweest, tussen ideeën dan.”

In Europa is Thatcher weliswaar de belangrijkste aanhanger geweest van Friedman, maar in andere West-Europese landen overheerste toch de twijfel.

„Dat maakte het Europese perspectief op de rol van de staat ook interessant. Het laat zien dat er ook andere keuzes zijn. Maar op heel veel plaatsen in de wereld is dit verhaal verkocht als de consensus. Het officiële verhaal is dat de vrije markt hand in hand ging met de zegetocht van de economie. Daarom wilden de mensen in Oost-Europa na de val van de muur de Reagonomics. Ze willen de Big Macs. In deze versie van de geschiedenis wordt helemaal niet gesproken over de schoktherapie die is toegepast. Als je kijkt naar de geschiedenis zie je dat dit model is opgelegd in tijden van verwarring. Een crisis wordt aangegrepen om dit recept door te drukken: zet de deur wijd open voor de multinationals, geef ze de ruimte om te groeien, en dan druppelen alle voordelen verder vanzelf de samenleving in.

„Friedman en zijn aanhangers hebben een parallel getrokken met de schoktherapie in de psychiatrie. Psychiaters hebben ook zo’n keuze: ze kunnen urenlang praten met hun patiënten over hun jeugd en dergelijke, en ze kunnen kiezen voor een schoktherapie. In dat opzicht is het een lui middel. Een gemengde economie vereist veel meer planning, veel actiever beleid.”

Uw voorbeelden zijn onder andere Rusland en Polen in de jaren negentig. Maar toen kwamen er vanuit Europa toch nauwelijks alternatieve recepten? Veel landen worstelden met een uit zijn krachten groeiende staat.

„Terugkijkend kun je constateren dat er in Europa begin jaren negentig een gebrek was aan zelfvertrouwen over de eigen koers. Gorbatsjov heeft verteld hoe hij in 1991 naar de topontmoeting van de G8 ging met de boodschap: geef mij tien jaar van geleidelijke veranderingen en wij zijn een land van Zweden. Maar op de top kreeg hij van iedereen, behalve Mitterrand, te horen: je moet dit recept van privatisering en ruim baan voor de markt toepassen. Hij vroeg zich af waarom Europese landen dit bepleitten terwijl ze zelf een gemengde economie hadden, helemaal geen volledig vrije markt. Maar je ziet heel vaak dat het advies van ontwikkelde landen aan arme landen – en Rusland was op dat moment een arm land – meestal niet overeenkomt met wat ze zelf doen. Er was ook een economisch belang voor de bedrijven in West-Europa om de markten in Oost-Europa open te zien gaan voor hun multinationals.”

Je zou ook kunnen zeggen dat veel landen vonden dat ze op de grenzen van de verzorgingsstaat waren gestuit, dat ze vonden dat er meer markt nodig was en dat Rusland en andere Oost-Europese landen daar een les uit konden trekken.

„Dat hoor je nu zo vaak, dat anders systemen niet zouden werken. Op een gegeven moment is in mijn land, Canada, geroepen dat de sociale programma’s niet langer betaalbaar waren. Er ontstond een hysterisch klimaat dat werd aangewakkerd door conservatieve denktanks. Maar als je er goed naar kijkt, zie je dat de problemen vooral werden veroorzaakt door de hoogte van de rente, niet door de sociale voorzieningen op zich. Wat voor maatstaf gebruik je? Als je kijkt naar de levensstandaard op de ranglijsten die de Verenigde Naties opstellen, dan staan de Scandinavische landen vaak bovenaan. Hoe komt het toch dat we zo vaak horen dat de sociaal-democratie een mislukking zou zijn? Kijk naar de pesocrisis in Mexico, de hypotheekcrisis in de VS, de dotcom crisis die in heel de wereld is geweest. De markt faalt voortdurend.”

Maar u biedt geen alternatief.

„Het gaat mij er ook niet om wat mijn ideale staat is. Ik wil laten zien wat we allemaal niet hebben geprobeerd omdat dit achterhaald zou zijn door de geschiedenis. Wat voor experimenten zijn niet uitgevoerd? Kijk naar Zuid-Afrika. Zou het ANC-plan voor nationalisatie van banken en mijnen niet tot een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom hebben geleid? Ik wil die opties uit de prullenbak der geschiedenis halen.”

U wordt wel verweten dat u het kapitalisme over één kam scheert. Alsof het model van Friedman en de Washingtonconsensus het enige model zijn.

„Dat heb ik nooit gezegd. Ik praat nooit over een systeem zonder markt. Waar het mij om gaat is het contrast tussen het fundamentalistische kapitalisme en het keynesiaanse model van een gemengde economie. In bijna alle landen blijken mensen een gemengde economie te willen. Ze willen winkelen, kunnen consumeren – niemand wil meer in een communistische staat leven. Maar ze willen ook gezondheidszorg, onderwijs dat voor iedereen toegankelijk is, een regeringsbeleid dat rekening houdt met het milieu. Daar moet het over gaan.”

Dan bent u het vast eens met de Amerikaanse filosoof Michael Walzer, die het marktdenken buiten publieke goederen als onderwijs en zorg wil houden.

„Precies. Mijn familie is eind jaren zestig vanuit de Verenigde Staten naar Canada gegaan omdat mijn vader niet naar Vietnam wilde. We zijn daar gebleven omdat het een decentere samenleving is. Er is minder ongelijkheid, minder hardvochtigheid, er zijn minder superrijken en de publieke gezondheidszorg is veel beter. Dat is helemaal geen Utopia, maar een land waar gewoon andere keuzes zijn gemaakt.”