De seksuele diepvrieshap

Seks met robots. Verliefd worden op robots. Het gaat allemaal gebeuren, stond in deze krant.

Herbert Blankesteijn

gelooft er niks van.

Mensen zullen in de toekomst verliefd worden op, seks hebben en trouwen met robots. Dat stelt onderzoeker David Levy in zijn recente proefschrift (het interview met hem De opmars van de lieve robot – Promovendus voorziet een grote toekomst voor de menselijke robot, is na te lezen op www.nrc.nl)

Levy heeft niet berekend of gemeten dat het zover zal komen. Hij baseert zich op literatuuronderzoek. Hij heeft het nodige gelezen en is tot de overtuiging gekomen dat een huwelijk uit liefde met een robot mogelijk is. Hoe wetenschappelijk is dat?

Wat de seks betreft heeft hij gelijk. Er wordt al jaren geneukt met plastic poppen. Levy signaleert de opkomst van siliconen seksrobots in Japan en Korea. Die vormen slechts een nieuwe stap na de opblaaspoppen. Verdere stappen zullen volgen.

Met zo’n pop is het vast leuker dan met een heroïnehoertje. Een pop of robot heeft ook nooit hoofdpijn – of zin als je zelf hoofdpijn hebt – en hoeft geen voor- of naspel. Lang leve de seksuele kant-en-klaarmaaltijd.

Verder slaat Levy vooral planken mis.

De Aziatische wonderpoppen zijn te koop of te huur, en Levy stelt dat sex met zo’n pop hygiënischer zal zijn dan... ja, dan wat eigenlijk? Sex met een hoer of binnen een vaste relatie? Hoe dan ook: waarom zou een huurpop beter worden onderhouden dan een levende vrouw zichzelf onderhoudt? In 1993 werd al een geval gerapporteerd van overdracht van gonorroe door gedeeld gebruik van een opblaaspop (Genitourin Med. 1993 Aug;69(4):322.)

Wanneer het gaat om liefde voor robots maakt Levy uitglijder na uitglijder. Hij memoreert de Tamagotchi, het elektronische speeltje dat je op gezette tijden moest ‘voeden’. Vraag ik me af: waar is de Tamagotchi nu? Wat was het anders dan een kortdurende rage? Levy wijst erop dat sommige mensen meer hebben met hun hond dan met hun partner. Dus waarom geen robot? Hij vergeet dat honden onvoorwaardelijke aandacht, aanhankelijkheid en trouw geven, anders dan een partner in een slechte relatie.

Als ik nu beweer dat robots op dit punt nooit met honden zullen kunnen wedijveren, laat staan met een partner in een goede relatie, maak ik dezelfde fout als Levy, die zomaar stelt dat ze dat wel zullen kunnen. Maar Levy doet dat in een proefschrift. De bewijslast ligt bij hem. En wijzen op het robothondje Aibo van Sony, is niet goed genoeg. Dat ding deed het publicitair prima, maar is bij gebrek aan commercieel succes alweer uit productie genomen.

Levy’s betoog komt neer op een goedkoop ‘In de toekomst zullen de technieken zoveel beter zijn.’ Hij moet nog maar eens kijken naar de ontwikkelingen in computerspellen. Hoe ‘realistischer’ die worden, hoe meer de tekortkomingen opvallen. De trend in games is nu: terug naar de eenvoud en de schematische voorstellingen.

Sex is gewoon techniek en vrijen is een intellectuele activiteit, zegt Levy. Dat zegt denk ik meer over hem dan over de liefde. Verliefd worden op een robot?Ja hoor, bouw een playmate na met de benen wijd en ik word verliefd. Bouw ook nog even in dat ze me altijd gelijk geeft.

Verbazend is Levy’s beroep op de intelligentietest van Alan Turing, die erop neerkomt dat een robot die intelligent lijkt, ook intelligent ís. Levy moet weten dat deze opvatting in de kunstmatige intelligentie allang achterhaald is. De consequentie zou zijn dat een vrouw die een orgasme goed genoeg voorwendt, dit orgasme ook werkelijk heeft.

Ik geloof graag dat robots orgasmes kunnen bezorgen en ook dat ze ze kunnen voorwenden. Maar pas als Levy een robot heeft die een orgasme kan hébben mag hij deze langs brengen.