‘Compromis is het hart van de democratie’

De PvdA moet zijn identiteit hervinden, terwijl de partij regeringsverantwoordelijkheid draagt. Hondsmoeilijk vindt PvdA-leider Wouter Bos dit. „Je moet mensen geen illusies verkopen over hoe de wereld in elkaar zit.”

Het colbert gaat uit, hij stroopt de mouwen op. Wouter Bos staat in het midden van buurthuis ’t Kopblok in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. De microfoon hapert, dus Bos moet op eigen kracht de zaal overstemmen. Om hem heen: circa vijftig kritische partijleden.

De mensen zijn niet gekomen om Bos een gemakkelijke avond te bezorgen. Ze maken zich zorgen over de verloedering van hun wijk, de politie die niet komt opdagen, de buren die geen Nederlands meer spreken.

Wouter Bos is vaker in Feijenoord geweest. Maar voorgaande keren was hij nog ‘een van hen’, de oppositieleider die met de Rotterdammers het kabinetsbeleid bekritiseerde. Nu staat hij er als minister van Financiën en vicepremier in het vierde kabinet-Balkenende. Het kabinet met een door de lokale leden verfoeide minister-president. Nu zegt hij dat er juist „veel in gang is gezet”, dat „we eindelijk iets gaan doen aan armoedebestrijding”. Hij staat er, kortom, het kabinetsbeleid te verdedigen.

Het is waar, zegt Bos (44) in zijn werkkamer op het ministerie van Financiën. „Als oppositiepartij sta je altijd gemakkelijker naast mensen die het ergens moeilijk mee hebben dan als regeringspartij, daar kom je vaker teleurstelling tegen.”

Bos vervult het laatste half jaar een ingewikkelde dubbelrol. De PvdA ging in februari een verstandshuwelijk aan met twee christen-democratische partijen. De achterban kijkt argwanend naar deze christelijk-sociale coalitie. Belangrijke punten zijn ingeleverd voor het coalitiebelang: de aftrek van de hypotheekrente, een onderzoek naar de Nederlandse steun aan de oorlog in Irak. Deze weken werd de onrust groter. De PvdA-fractie besloot niet in te stemmen met een referendum over het nieuwe Europees Verdrag. Mogelijk komt het ontslagrecht op de tocht en gaat het kabinet akkoord met verlenging van de militaire missie in Uruzgan, ondanks grote bezwaren in de PvdA.

Tegelijk moet Bos als vicepremier en aanvoerder van de PvdA-bewindslieden in het kabinet een loyale coalitiepartner zijn. Het kabinet-Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie) kan immers alleen succesvol zijn als iedereen meewerkt en er onderling vertrouwen is. En alleen als er resultaten worden geboekt, kan Bos zijn gang naar het kabinet rechtvaardigen.

„Het hondsmoeilijke”, zegt Bos, „is dat we onze identiteit proberen te hervinden en tegelijkertijd regeringsverantwoordelijkheid nemen. Het is voor mensen soms moeilijk te zien: wat is het eigen verhaal? Wat was een compromis en wat niet? Dat hebben we bij Irak en de hypotheekrenteaftrek sterk gedaan. De hypotheekrente kregen we er niet door bij de formatie, maar de liberalisering van de huren is van de baan. Dat vond ik te verkopen, het was een duidelijke ruil.”

De achterban klaagt dat de PvdA te veel heeft ingeleverd om mee te kunnen regeren.

„In een coalitie kun je niet samenwerken zonder compromissen. De bereidheid om die te sluiten vind ik een teken van kracht.”

Kracht? Hoe bedoelt u dat?

„Het hart van onze parlementaire democratie is op compromisbereidheid gestoeld. Ik zie dat dat in het ongerede aan het raken is. Zorgelijk, vind ik dat. Als je een compromis sluit, wordt dat niet meer als teken van politieke beschaving gezien maar als slapheid, als draaien. Als dát beeld gaat beklijven, dat elke keer als je niet waarmaakt wat er in je verkiezingsprogramma staat gelijk is aan het breken van een belofte aan de kiezer, dan steek je echt het mes in het hart van de parlementaire democratie.”

Hoe verklaart u dat?

„Het heeft te maken met de polarisatie in het debat. De flanken van het politieke spectrum zijn heel sterk geworden. Niet voor niets hebben alle partijen met regeringservaring verloren bij de laatste verkiezingen. Dat heeft voor een heel groot deel te maken met 2002, de opkomst van Fortuyn. Die compromisloze politiek heeft wat wakker gemaakt bij mensen.”

Waarom treft dat sentiment het CDA dan niet?

„Het CDA wordt er niet eens naar gevraagd. Hebben jullie ooit aan Balkenende gevraagd waarom het CDA zo’n draai heeft gemaakt op het generaal pardon? Eerst waren ze tegen, nu zijn ze voor. Het wordt altijd aan ons, aan links gevraagd. Het CDA draait al decennialang. Soms zoeken ze een partner aan ene kant, dan weer aan de andere kant. En jullie journalisten reageren anders op ons. Misschien vinden jullie het wel prima dat er een generaal pardon komt dus waarom zouden ze het CDA er een vervelende vraag over stellen. Als je het jammer vindt dat er geen onderzoek naar Irak komt, ga je daar de PvdA een vraag over stellen.”

Hij lacht hard. „Dit is een ongemakkelijke waarheid, hè?”

Wat doet de PvdA fout?

„Nou ja, wij hebben een onnavolgbaar talent discussie aan te trekken en er zelf flink in te zitten wrijven. Daar is het CDA natuurlijk veel gedisciplineerder in.”

Het was de PvdA die na 2002 een nieuwe politiek beloofde. Geen regentengedrag meer. Nu wordt het referendum voor het ontslagrecht geruild.

„Nee, nee. Van een ruil is geen sprake. Het referendumbesluit was een uitvoering van afspraken in het coalitieakkoord. De afspraak was dat we advies aan de Raad van State zouden vragen over de vraag: is het nu wel of niet een verdrag met een constitutioneel karakter? De fout die we gemaakt hebben, is dat we ook onze eigen achterban onvoldoende hebben duidelijk gemaakt, dat dat dus ook kan betekenen dat er geen referendum komt.”

Er komt geen referendum en, als het aan uw fractie ligt, geen versoepeling van het ontslagrecht. Had u niet liever beide wél gehad?

„Als dingen niet verstandig zijn, moet je niet treuren als het stilstaat. En zonder nu verder op het ontslagrecht in te gaan, in het coalitieakkoord hebben we met elkaar afgesproken dat het onderwerp van gesprek zou worden. Mijn collega Donner is aan het kijken hoe en of hij rekening kan houden met alle bezwaren van de laatste tijd en ik wacht even rustig af wat daar nu verder uitkomt.”

U heeft in het verleden zelf voor versoepeling van het ontslagrecht gepleit. De PvdA-ministers lijken door Donner overtuigd, maar de fractie is tegen. Dat maakt uw positie wat lastig.

„U suggereert dat u precies weet wat iedereen vindt. Het enige dat ik erover zeg is dat de positie van de PvdA-fractie kraakhelder is. En nogmaals, het is nu aan Donner om te bekijken hoe hij verder wil.”

De SP slaat er politieke munt uit dat de PvdA regeert.

„Ik vind het niet erg, dat er aan de linkerkant een vorm van links-populisme ontstaat met conservatieve trekjes. Je hebt liever dat de stemmen van mensen die zich bedreigd voelen aan de linkerkant terecht komen dan aan de rechterkant. Ik zie liever dat ze bij de SP zitten dan bij de PVV. Daarom hoop ik ook dat het debat tussen de PvdA en SP zich normaliseert, zodat samenwerking mogelijk wordt. Maar ze moeten natuurlijk niet te groot worden.”

Gaat de vernieuwing in de PvdA wel snel genoeg?

„Contrair aan het beeld dat je soms krijgt, is de PvdA de laatste jaren naar links gegaan en de SP naar rechts. Bij ons werd, direct na mijn aantreden, de hypotheekrenteaftrek voor het eerst sinds decennia bespreekbaar als iets waar we wat aan willen doen. Na twee Paarse kabinetten (1994-2002, red.) zijn we kritischer geworden over marktwerking.”

Maar de SP scoort juist op die thema’s.

„Ze hebben een zeer aansprekend leider. Ze hebben een efficiënte en gedisciplineerde verenigingsstructuur, daar kunnen wij een puntje aan zuigen. Maar de SP weigert de handen vuil te maken. Ik zie nu al uit naar het moment waarop ik Jan Marijnissen kan laten zien dat dat generaal pardon er is gekomen dankzij ons en niet dankzij hen. Dat vijfduizend mensen extra in verzorgingshuizen komen werken dankzij ons en niet dankzij hen. Dat die extra gelden in de wijken er komen dankzij ons en niet dankzij hen. Dat die zevenhonderd miljoen euro voor de WAO’ers er is gekomen dankzij ons niet dankzij hen.”

Weet u nog wie het beeld bedacht heeft van de PvdA als partij die altijd draait?

„Dat was het CDA, ja. Toen Jan Peter van mij wilde weten hoe serieus we bereid waren te praten in de formatie, heb ik daarom gezegd dat hij ten gevolge van zijn eigen campagne een partner tegenover zich vindt die veel hardere eisen zal stellen dan anders het geval was geweest. Het CDA maakte een boel gematigde krachten kapot en extremere krachten groot. De prijs die ze daarvoor betalen is dat de PvdA zich minder kan veroorloven.”

Is er door de geschiedenis dan wel onderling vertrouwen?

„Je moet empathie voor elkaar kunnen opbrengen. Ik vind dat dat goed gaat. Jan Peter moet met de PVV en de VVD omgaan, daar ondervindt hij een enorme druk. Als ik als minister van Financiën zou opereren zonder bijvoorbeeld Camiel Eurlings enige ruimte te gunnen voor een goed mobiliteitsbeleid, dan weet ik dat ik daarmee het CDA op kwetsbare flanken nog kwetsbaarder maak. Dat vind ik dus niet in het belang van de coalitie. Ik ben ervan overtuigd dat deze coalitie in heel veel opzichten de stem van de redelijkheid vertolkt, ook de stem van de matiging. Ik denk dat het land daar enorm aan toe was.”

Steeds meer PvdA-kiezers lijken de globalisering een bedreiging te vinden, maar er zijn er ook die er juist sterk voor zijn. Is dit dan niet exact de spagaat die uw partij beheerst?

„Ja, dat geldt ook voor onderwerpen als Europa en integratie. De PvdA is in dit soort debatten kwetsbaarder dan andere partijen, omdat in onze achterban een groot gat is tussen een deel dat zich slachtoffer waant van dit soort ontwikkelingen waar ze geen greep op heeft en de progressieve intellectuelen, die in staat zijn te beredeneren waarom dit onvermijdelijk is of goed voor ons. Het kost mij vaak meer moeite om intellectuelen bij de les te houden en te zeggen ‘hou nou eens op met je hallelujageroep’, dan dat ik een probleem heb het meer arbeidereske deel van onze achterban te bereiken.”

Veel mensen vrezen – zeker na de buitenlandse overname van ABN Amro – dat Nederland een soort Hong Kong wordt met louter internationale economische spelers?

„In een wereld waarin economieën globaliseren, waarin grote migratiestromen plaatsvinden, waarin de verzorgingsstaten op de schop gaan, hebben mensen een heleboel onzekerheden. Ze weten niet wat nog hetzelfde blijft te midden van de veranderingen. Hun houvast wankelt. Daar is dit onderdeel van. Dat moet je als politicus serieus nemen, Het zegt iets over de geestesgesteldheid van mensen in deze tijd. Daar moet je niet overheen walsen. Je moet wel degelijk iets doen als overheid en met beleid komen dat een economie in stand houdt waarin die banen nog steeds te vinden zijn.

„Tegelijkertijd moet je mensen geen illusies verkopen over hoe de wereld in elkaar zit. Dat is dus niet een verhaal waarin je vertelt dat globalisering niet aan de orde is, of waarin je pretendeert dat je als overheid een bedrijf nationaal kunt houden. Het zijn geen gemakkelijke verhalen, maar wel eerlijke verhalen. Je kunt van mij niet vragen dat ik het sprookje verkoop, waarin ik beloof dat alles zal blijven zoals het was.”