Christie’s fuift Russen op roze Fabergé-ei

In het Moskouse Pasjkov Huis toont Christie’s wat topstukken, niet voor de verkoop, maar om de markt voor te verwarmen.

„Ik ben zo blij dat ik hier ben”, zegt de hoogbejaarde Joelia Grigorjevna Kasjonnova. „Vrijwel mijn hele leven heb ik in dit gebouw als bibliothecaresse gewerkt. En nu kan ik er voor het eerst sinds twintig jaar weer in.” Tevreden waggelt ze de gang in naar de marmeren trappen van het gerestaureerde Pasjkov-huis, gelegen op een heuvel die uitkijkt op het Kremlin.

Het Pasjkov-huis met zijn gemengde barokke en neoclassicistische uiterlijk gold, toen het eind achttiende eeuw voor de rijke officier Pjotr Pasjkov werd gebouwd, als het mooiste particuliere woonhuis van Moskou. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het vooral beroemd door de zeldzame boekencollectie van graaf Roemjantsev. En sinds 1921 maakt het huis deel uit van de ernaast gebouwde Leninbibliotheek. Maar zoals alles in de Sovjet-Unie raakte ook dit pronkstuk in verval en in 1988 gingen de deuren dicht voor een opknapbeurt. En nu, twee decennia later, is het klaar, al is de kleur van de gevel veranderd van oranje in wit.

Het Britse veilinghuis Christie’s kreeg toestemming om in het Pasjkov-huis een kleine expositie in te richten voor een paar duizend vertegenwoordigers van Russische kunstinstellingen, die hun toegangskaarten weer hebben doorgespeeld naar vrienden en bekenden. Het veilinghuis stuurde veertig topstukken naar Moskou, zoals Andy Warhols portret van Liz Taylor, een Vermeer, een Rubens en onbekende werken van Picasso, Matisse, Modigliani, Signac, Pisarro, Max Beckmann en Russische groten als Levitan en Gontsjarova. Niet om ze te veilen, maar gewoon om ze te laten zien. „Die Levitan van het Kremlin in de schemering heb ik nog niet eerder gezien”, zegt een Russische dame verrukt. „Ik vind het alleen erg dat ze straks worden verkocht en dan verdwijnen.”

Het lijkt een grote promotiestunt. Want voor de Russische nieuwe rijken hoef je zoiets niet te doen, die komen toch wel naar Christie’s in Londen of New York. Christie’s’ beveiligingsdirecteur Peter Gwynn, die in een hoek van de zaal toezicht houdt, vindt echter dat de tentoonstelling het pr-niveau overstijgt. „Natuurlijk is de Russische markt belangrijk voor ons”, zegt hij. „We openen later dit jaar zelfs een filiaal in Moskou. Maar nu willen we ons hier als een bedrijf laten zien dat kunst uit de hele wereld veilt. Daarom hebben we ook werk van de Chinees Zhang Xiaogang meegebracht.”

Christie’s vermeldt volgens Gwynn met opzet geen richtprijzen van de geëxposeerde werken, omdat het zich als „vriend van de Russen” wil opstellen. „Deze tentoonstelling heeft geen enkel commercieel doel”, benadrukt hij. „Het heeft ons tussen de 15 en 20 miljoen dollar gekost. De kunst is tenslotte van particulieren, die hun bezit tijdelijk afstaan. Voor ieder kunstwerk moest een aparte verzekering worden afgesloten.”

De tentoonstelling in het Pasjkov-huis is slechts tot en met zaterdag te bezichtigen. Het wemelt er dan ook van de gretige bezoekers, voor wie het nu of nooit is. Ze vergapen zich zowel aan de kunst als aan de expositieruimte.

De meeste Russen verdringen zich rond een vitrine met een roze Fabergé-ei, het onbetwiste topstuk in het Pasjkov-huis. In 1902 werd het voor de Rothschild-familie gemaakt. Het heeft een ingebouwd klokje en als het hele uur slaat springt er uit de bovenkant van het ei een porseleinen haantje tevoorschijn dat met zijn vleugels klappert. Het ei is nog nooit eerder tentoongesteld geweest.