Bloeiend Fort Israël naast verslagen Palestijnen

Wie veel rondreist aan beide zijden van ‘de muur’ kan het niet ontgaan dat de strijd tussen Israëliërs en Palestijnen allang is beslist. Het laatste artikel van onze correspondent in Israël.

De bejaarde schoonmaker van de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem kijkt verstoord op. Veertig religieus-zionistische joden, herkenbaar aan hun gebreide keppels en gebedshemden, betreden via de Marokko Poort het verstilde plein van de Tempelberg, door moslims de Haram as-Sharif genoemd.

Drie Israëlische politiemannen omringen de groep met machinepistolen in de aanslag. „Daar zijn ze weer”, zucht Saed (74) als hij zijn krantje, met nieuws over de vergeefse pogingen van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice om een Israëlisch-Palestijnse vredesconferentie te organiseren, dichtvouwt.

De joden lopen luidkeels zingend over een van de meest omstreden vierkante kilometers ter wereld, want de kern van het Palestijns-Israëlische conflict. Een plaats met een wijds uitzicht op de echte „politieke horizon”, de term die minister Rice gebruikt als zij het heeft over het hervatten van het sinds 2000 bevroren vredesproces.

Tientallen Palestijnse mannen en vrouwen stromen vanuit de moskee en de vergulde Rotskoepel, waar de profeet Mohammed zijn nachtelijke reis naar de hemel zou zijn begonnen, naar buiten om te onderzoeken wat er aan de hand is. Saed, die als jongeman in 1953 getuige was van de moord op de Jordaanse koning Abdullah I en geen detail is vergeten van de dodelijke gevechten na het bezoek van Ariel Sharon in 2000, maant de geagiteerde nieuwsgierigen kalm te blijven.

Als de leider van de groep, een rabbijn uit een joodse nederzetting op de bezette Westelijke Jordaanoever, een posterachtige artist-impression van de Derde Tempel uitvouwt, stijgt de spanning onder de moslims.

Rabbijn Moshe Cohen uit Kiryat Arba legt aan zijn Israëlische en Amerikaanse volgelingen in onvervalst New-Yorks uit dat hier, boven de Klaagmuur, de heiligste plaats van het jodendom, een nieuwe, derde tempel moet verrijzen zodat de komst van de messias wordt bespoedigd. Hij roept de Israëlische regering op geen enkele concessie te doen aan de Palestijnen. Jeruzalem met de Tempelberg, de HarHabayit in het Hebreeuws, is „de eeuwige hoofdstad van de joden”, oreert hij.

Hoewel de fundamentalistische rabbijn met zijn ideeën over de sloop van de moskee en de koepel met het vergulde dak een extremistische, marginale stroming in het jodendom vertegenwoordigt, hoeft hij niet te vrezen dat er ook maar één Israëlische politicus, generaal of leidende rabbijn bereid zal zijn heilig Jeruzalem te delen met de Palestijnen. De politieke, religieuze en militaire elites van Israël zijn het daarover grondig met elkaar eens.

Het bezoek van de radicale joden aan het derde islamitische heiligdom illustreert de machtspositie van de joodse staat. De controle over Jeruzalem is nagenoeg compleet. Israëlische soldaten en agenten bepalen wie wel en wie niet in de Al-Aqsamoskee mag bidden.

„Voor 1967, toen dit nog Jordaans gebied was, kwamen hier alleen al tijdens de Ramadan meer dan een half miljoen mensen per dag”, weet Saed, de schoonmaker.

Faoud Silwani, een 29-jarige zakenman uit Chicago, reisde met zijn Amerikaanse paspoort probleemloos naar Oost-Jeruzalem. Maar voor zijn neven en ooms in Ramallah, een half uurtje rijden ten noorden van Jeruzalem, is de Tempelberg nu onbereikbaar wegens de muur en de checkpoints. Die muur van staal, beton en militaire wegen, wachttorens, concertino-prikkeldraad en checkpoints die Israël in de afgelopen vijf jaar heeft gebouwd om terroristen tegen te houden, is op het plein van de Tempelberg goed zichtbaar.

De muur – andere omschrijvingen zijn eufemismen – vormt het belangrijkste nieuwe ‘feit op de grond’ dat in de afgelopen vijf jaar is gerealiseerd, heftige, juridisch onderbouwde protesten ten spijt. Een onomkeerbaar feit met niet alleen vergaande nadelige consequenties voor Palestijnen boeren, bedrijven, studenten en reizigers, maar ook met grote gevolgen voor een toekomstige Palestijnse staat.

Wie veelvuldig aan weerszijden van de muur rondreist, kan het onmogelijk ontgaan dat de machtsstrijd tussen Israëliërs en Palestijnen allang is beslist en dat de nieuwste poging van de VS om het conflict door middel van een internationale vredesconferentie te beslechten geen wezenlijke verandering teweeg zal brengen. Israël heeft door middel van een politiek van voldongen feiten de omvang en de grenzen van de joodse staat vastgesteld. Dat is gebeurd met een geweer in de ene hand en een troffel in de andere.

Dat werd mede mogelijk gemaakt door interne Palestijnse verdeeldheid en de uitzichtloze, inmiddels grotendeels stopgezette gewapende strijd, die het leven heeft gekost aan ruim 6.000 Palestijnen en 1.100 Israëliërs. Die intifadah is met keiharde hand onderdrukt en dooft nu uit.

Aan de ene kant van de muur ligt een groeiend en bloeiend Israël, dat zich in dit decennium zal zal ontwikkelen tot een van „de twintig rijkste landen ter wereld” (Bankpresident Stanley Fischer). Tot dat welvarende, beschermde Fort Israël behoren ook de belangrijkste, verstedelijkte nederzettingen rondom Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever – inclusief doorgaande wegen, de Jordaanvallei en de voornaamste waterbronnen.

Het opgeven van deze nederzettingen en van het delen van Jeruzalem in een land-voor-vrede-compromis is voor machtig Israël onbespreekbaar geworden. Sinds president Bush in een brief van 14 april 2004 aan toenmalig premier Sharon schreef dat de grens tussen Israël en een Palestijnse staat niet de bestandslijn van 1949 hoeft te zijn, is dat politieke en diplomatieke concept een zachte dood gestorven.

Zelfs de machtige kolonistenbeweging in Israël is gerustgesteld. In die kring wordt ook de tumultueuze ontruiming van de 21 joodse nederzettingen met 7.500 inwoners in de Gazastrook in augustus 2005 gezien als een betrekkelijk bescheiden zoenoffer, als een gebaar van goede wil en niet voor herhaling vatbaar.

De muur heeft, constateerde het dagblad Ha’aretz onlangs, de bezetting en de Palestijnen voor de meeste Israëliërs onzichtbaar gemaakt, „een virtuele realiteit” zelfs. Inderdaad zijn tot grote opluchting van vele Israëliërs, getraumatiseerd door de bomaanslagen, de Palestijnen uit het straatbeeld verdwenen. Zij hebben plaatsgemaakt voor Chinezen (in de bouw), Thai (in de land- en tuinbouw), Indiërs (horeca) en Filipino’s (zorg). Contacten met de Palestijnen worden stelselmatig geminimaliseerd, ook bij de checkpoints die zijn veranderd in grote door particuliere veiligheidsdiensten gerunde grensposten.

Aan de oostelijke kant van de muur en in de Gazastrook zijn de Palestijnen opgesloten in tien enclaves, die onderling met elkaar verbonden zijn door een stelsel van wegen en bruggen. Traditionele Palestijnse activiteiten (textiel, schoenen, speelgoed) zijn verplaatst naar China en Vietnam.

De Palestijnen zijn in meerderheid afhankelijk geworden van internationale, vooral Europese en Japanse hulp. Humanitaire crises worden steeds op het nippertje voorkomen door het druppelend hulpinfuus, ook in de afgesloten Gazastrook met zijn 1,5 miljoen inwoners. Sinds juni van dit jaar domineert de moslimfundamentalistische Hamas, de Palestijnse tak van het Moslimbroederschap, dit gebied waar armoede, onderling geweld, religieuze onderdrukking en wanhoop de dagelijkse realiteit vormen.

Als een tribale koning bestuurt Hamasleider Ismael Haniyah vanuit zijn moskee in het kamp Al-Shati de Gazastrook, waar verslagen Fatah-aanhangers in de koffiehuizen op kankerende toon plannen beramen om de macht te heroveren en een Palestijnse staat, lees Fatahstaat, te stichten. Maar Hamas is onverslaanbaar en heeft tot nu toe dankzij Arabische en Iraanse hulp alle druk kunnen weerstaan en is bezig zich in alle geledingen van de Gazaanse samenleving te vestigen.

Tegelijkertijd is nergens anders dan in de Gazastrook zo scherp voelbaar dat realisering van de droom van een Palestijns moederland, Al-Watan, verder weg is dan ooit. Het besef dat de schuld niet alleen bij „de zionistische bezetters” gelegd kan worden, maar ook bij de voortdurend ruziënde leiders van de verschillende groeperingen, sommige misdadige clans, begint langzaam vorm te krijgen. Maar dat zal niet leiden tot een collectieve visie of tot het accepteren van een aantal historische feiten en realiteiten.

De wetenschap dat de altijd al ongelijke Israëlisch-Palestijnse krachtsverhouding door de interne Palestijnse strijd tussen Fatah en Hamas nog ongunstiger is geworden, is voor leiders als president Mahmoud Abbas het motief nu voortvarend compromissen te sluiten over de omvang van de Palestijnse staat, over Jeruzalem en de nog altijd brandende kwestie van de Palestijnse vluchtelingen in de Arabische buurlanden.

Maar Abbas is te laat en te zwak om een verdrag te sluiten waardoor op afzienbare termijn de enclaves worden omgevormd tot een Palestijnse staat. Te laat, omdat hij de Israëlische ‘feiten op de grond’ niet meer teruggedraaid krijgt. De Palestijnse hoop dat Israël daartoe gedwongen zal worden door een vertrekkende en verzwakte president Bush is op niets gebaseerd.

Abbas, die spottend de ‘burgemeester van Ramallah’ wordt genoemd, is te zwak, omdat de noodzakelijke compromissen over de omvang van een Palestijnse staat, over het verjoodste Jeruzalem en de vluchtelingen, nooit door een meerderheid van de Palestijnen aanvaard zullen worden. Althans niet zonder medewerking van het door hem verafschuwde, onwrikbare Hamas.

Saed, de oude schoonmaker van de Al-Aqsamoskee, ooggetuige van talrijke historische gebeurtenissen, zegt: „Ons moederland is verloren gegaan. We hebben geen leiders, we hebben gezamenlijke visie. Het is onze eigen schuld. De joden zijn te sterk en hebben gewonnen. Dat zie ik hier iedere dag opnieuw, al vele jaren.”

Later dit jaar begint Oscar Garschagen als correspondent van deze krant in Shanghai.

Rectificatie / Gerectificeerd

Fort Israël

In het artikel Bloeiend Fort Israël naast verslagen Palestijnen (zaterdag 20 & zondag 21 oktober) moet de tweede zin in het citaat aan het slot zijn: „We hebben geen leiders, we hebben geen gezamenlijke visie.” Het tweede ‘geen’ ontbrak.