Beurzen onderuit na vrees recessie

Door een toenemende ongerustheid onder beleggers over een mogelijke Amerikaanse recessie is de beursgraadmeter Dow-Jonesindex gisteren met een verlies van 366 punten gesloten op 13.522 punten. De ongerustheid werd aangejaagd door hoge olieprijzen en tegenvallende cijfers van grote bedrijven. In de slechtste handelsweek sinds eind juli verloor de Dow-Jonesindex ruim 4 procent.

Ook Europese beurzen, waaronder de Amsterdamse AEX-index, sloten gisteren in de min. De grootste New Yorkse graadmeters zoals de Dow-Jonesindex en de Nasdaq verloren gisteren meer dan 2,5 procent. Deze afnames kwamen op de dag af twintig jaar nadat Wall Street op ‘Zwarte Maandag’ de grootste procentuele val ooit maakte: min 23 procent.

De afgelopen week werd gekenmerkt door zwakke kwartaalresultaten in de Amerikaanse financiële sector. Nadat eerder de twee grootste Amerikaanse banken, Citigroup en Bank of America, winstdalingen van respectievelijk 57 en 32 procent bekendmaakten, kwam gisteren Wachovia met tegenvallende kwartaalresultaten. Bij de vierde bank in de VS nam de winst met 10 procent af. Wachovia moest 1,3 miljard dollar afboeken op door hypotheken gedekte obligaties. De meeste bankaandelen hadden de slechtste week van de laatste vijf jaar.

Beleggers schrokken ook van sombere verwachtingen van producenten van uiteenlopende producten waaronder Caterpillar (zware machines voor weg- en waterbouw), 3M (lijmen en geneesmiddelen) en het industriële conglomeraat Honeywell (van thermostaten voor in huis tot zakenvliegtuigen).

Volgens Caterpillar, een bedrijf waarvan resultaten en prognoses gelden als graadmeter voor de economische ontwikkeling, bevindt de Amerikaanse economie zich volgend jaar „dichtbij, of zelfs midden in, een recessie” en 3M denkt dat „er niet veel onder ons zijn met optimisme over de nabije toekomst van de huizenmarkt”.

Gedurende de handelsdag in Europa vestigde de dollar een nieuw dieptepunt sinds de invoering van de euro (1,43 dollar per euro), maar de munt herstelde zich licht. De prijs van olie kwam tijdens de handel onder druk van de aanslagen in Pakistan even boven de 90 dollar per vat uit, maar sloot uiteindelijk op 88,60 dollar; nog steeds een toename van 45 procent sinds begin dit jaar.

Volgens persbureau Bloomberg zijn de kwartaalresultaten van Amerikaanse bedrijven gemiddeld 0,6 procent lager dan vorig kwartaal. Een daling was al sinds 2002 niet meer voorgekomen.