Worst en Picasso

Een wekelijkse verkenning van de grenzen van de slechte smaak. Deze week: worstfocus

F.F. Beckmans is kookperformer, culinair schilder en bibliothecaris, mycofiletalist, schilder, getatoeëerd keukenprins. Op zijn ene arm prijkt een recente half geschilde aardappel (2007 is uitgeroepen tot Aardappeljaar), op de andere een halve metworst. Ik vond een foto van hem in Amsterdam Weekly, het dwarse culturele Engelstalige magazine van onze hoofdstad. Zo noemde men hem: Hollands Worst Artist. Slechtste kunstenaar of worstartiest - wat is het nu? Beckmans is voorzitter van de Worstclub Mondiaal, die hij zelf oprichtte. Worstclub Mondiaal is niet het eerste worstgezelschap in ons vaderland. Vanuit het personeel van het Deventer Ziekenhuis werd in 1995 het Worstgenootschap geïnitieerd, maar dat heeft het beperkte doel de HEMA-rookworst te promoten en alle kritiek op deze worst te ontzenuwen. Nuttig, maar toch. Worstclub Mondiaal bestrijkt een hele wereld, de worst wordt encyclopedisch aangepakt.

De wereld is tegenwoordig zo vol geworden dat sommige mensen behoefte hebben aan de overzichtelijkheid van één onderwerp. Ze horen van een club die zich richt op dat ene onderwerp, en worden daar dan lid van. Ter vermaak, lering en voor de gezelligheid. Van de worstclub bij voorbeeld. Ik ben één van die sommige mensen. Ik meldde me aan op een ledenvergadering, zag Hollands Worst Artist in actie en er ging een wereld voor me open. Beckmans liep voor de vergaderde leden heen en weer met zelf vervaardigde schilderijen van Nietszche (‘Der liebe Gott wisse alles, nur nicht, was in der Wurst ist’), Bismarck (‘Als men wetten en worst lief heeft, kijk dan nooit hoe ze worden gemaakt’) en de Engelse schrijver A.P. Herbert (Een highbrow-figuur is iemand die naar een worst kijkt en aan Picasso denkt’). Beckmans droeg worstgedichten van zichzelf of anderen voor. Zo had hij het onvergetelijke lied ‘Wurstfachverkäuferin’ van de Keulse bard Helge Schneider in MP3 van het web geript:

Ja an der anderen Theke das ist doch Käse.

An der Wursttheke da ist Polonäse!

Intussen werd de ideale manier om knakworsten te verwarmen gedemonstreerd (door middel van de ouderwetse koffiezetmachine), de vooraanstaande worstadressen te Amsterdam en elders werden op dicteersnelheid opgelezen en natuurlijk werd de leden worst gepresenteerd: Hoogeveense droge, Tijnjester turf, Bockwurst, hamworst uit de Morvan, noem maar op.

Via worst naar geest. Je kijkt naar een worst en denkt aan cultuur, om Herbert te variëren. Men mag dat high- of juist lowbrow noemen, je komt op plaatsen waar je anders nooit zou geraken. Bij voorbeeld in de brieven van de achttiende-eeuwse fysicus, sterrenkundige en filosoof Lichtenberg (1742-1799):

Mijn beste boezemvriend, Hierbij een pakketje met een monster van farciminibus Gottingensibus [Göttingse worst], als het spul tenminste niet bedorven is, ze hebben al wat lang in mijn bibliotheek gehangen. Mochten ze ranzig zijn, dan volgen er met de eerste de beste gelegenheid andere. Het is opmerkelijk hoeveel vertrouwen deze worsten buiten Gottingen genieten. Dieterich stuurt er elk halfjaar samen, met andere geestesproducten, minstens een halve centenaar van naar Berlijn. De literaire producten en metworstenboeken van hier kwamen soms weer terug, maar ik ken geen enkel voorbeeld van een worst die ooit is teruggekomen. Om de handel flink op gang te brengen zal Nicolai aanraden eens een paar pond in de algemene Duitse bibliotheek te laten recenseren. Er bestaat hier een oud gedicht op de stad, en hierin staan de worsten ook naast de geestesprodukten!

Beroemd in elke betekenis

Door worsten, bibliotheek en krant,

Compendia en regenwater

En weekbladen allerhand

Zonder worstfocus zou ik nooit een blik geslagen hebben in het bundeltje De liefde blijft, godsdienstige overdenkingen uit 1887 door H. Worst (predikant te Epe). Vreemd voor een dominee, maar uit zijn inleiding spreekt duidelijk een man die zichzelf relativeert:

Zeer lang heb ik mijn gemeenteleden een worst voor de neus gezet. Er zullen bij zijn geweest die mijn leerredenen vet vonden. Anderen vonden mij misschien te droog, kruidnagelachtig of te gepeperd. Ik heb al die eigenschappen in mijn preken nochtans met afwisseling en omzicht proberen te vertolken.

In het Kulturstadtjahr 1999 werden Weimar-bezoekers vanaf alle reclamezuilen en muren begroet door Goethe en Schiller. De eerste met een Thüringer worst in de hand, in Schillers knuist een salami. ‘Ontwijding!’ riep men. Wij weten wel beter. En wat F.F. Beckmans betreft lijken mij alle worst-misverstanden hierbij weggenomen. De barbaren onder de zon zal Kunst & Cultuur worst wezen, maar voor de fijnproevers staat Worst voor Kunst & Cultuur.