‘We moeten liefhebben’

‘De staat is niet meer gezaghebbend want het individu heeft de overhand gekregen’, aldus Luc Ferry, de Franse oud-minister van Onderwijs. Als filosoof verkocht Ferry inmiddels 100.000 exemplaren van zijn boek waarin het christendom vervangen wordt door de wijsheid van de liefde.

Luc Ferry ‘Ik verwerp zowel het fundamentalisme van Bush als van Iran’ Foto Freddy Rikken 8/10/2007 Foto Freddy Rikken Luc Ferry filosoof Rikken, Freddy

Het is hoog tijd dat filosofie weer de maatschappij intrekt. Zonder dat er een God aan te pas komt moet transcendentie weer mogelijk zijn in onze seculiere wereld.” Een prikkelende uitspraak, maar dat is aan Luc Ferry wel besteed. De 56-jarige filosoof en politicoloog is een van de intellectuele voormannen van het huidige Frankrijk. In het Amsterdamse grachtenhotel, waar we hebben afgesproken, maakt Ferry een ontspannen indruk. Uit niets is af te leiden dat hij hectische dagen tegemoet gaat met interviews, debatten en signeersessies in verband met zijn net vertaalde boek. Ferry groet joviaal en excuseert zich uitvoerig voor het feit dat het vorige interview uitliep. Tijdens het gesprek toont hij zich de blijmoedige variant van de klassiek geschoolde, republikeinse intellectueel. Scherpzinnig, maar zonder het afstandelijke en schoolmeesterachtige dat vaak aan deze intellectuele kaste kleeft. Ferry geniet zichtbaar van de aandacht hier voor Beginnen met filosofie, de vertaling van zijn in 2006 verschenen overzichtswerk van de filosofie, Apprendre à vivre.

,,Van oudsher is filosofie een concurrent van religie, maar de hedendaagse filosofie is teveel een scholastieke bezigheid geworden’’, licht hij zijn stokpaardje toe: een geëngageerde, nieuwe, heilsverwachting zonder God. Ferry benadrukt dat hij zo’n tien jaar geleden de essentie van wat filosofie in zijn ogen zou moeten zijn begon te doorgronden. Zijn studieparcours zat hem daarbij in de weg. „Ik startte met mijn studie filosofie in 1968, in Parijs. De traangaswolken boven het Quartier Latin waren nauwelijks opgetrokken. Na mijn studie heb ik in Heidelberg klassieke opleidingen gevolgd, waarbij ik veel over het vak filosofie leerde, maar er niet in slaagde de essentie ervan te doorgronden. Het duurde jaren voordat ik begreep dat filosofie méér is dan kritisch denken of argumentatieleer alleen.’’

Er ging ook nogal wat tijd overheen voordat Ferry zijn ideeën voor een breed publiek op papier wist te zetten. Ferry erkent desgevraagd dat Beginnen met filosofie meer is dan filosofie voor kinderen. Het boek bevat een stevige polemische en politiek-programmatische component: ,,De ondertitel, Traité de philosophie à l’usage des jeunes générations, is een verwijzing naar wat in Frankrijk wordt beschouwd als de bijbel van de protestbeweging van de jaren zestig, het Traité de savoir-vivre à l’usage des jeunes générations. De auteur van dit pamflet uit 1967, Raoul Vaneigem, leverde een radicale kritiek op de consumptiemaatschappij.” Met dergelijke kritiek uit de legendarische avant-gardebeweging Situationniste Internationale heeft Ferry niet zo veel. ,,Met revolutionair idealisme heb ik weinig op. Ik beschouw het als de moderne variant van de aloude heilsleer. De verwijzing naar het situationistische geschrift is een parodie. Over het algemeen beschouw ik de nadruk op zelfexpressie en individualisme van de generatie van 1968 als een dramatisch dieptepunt in de moderne geschiedenis’’.

Provocerende uitspraken. Ferry stelt zich op deze manier op eenzelfde lijn als president Sarkozy. Tijdens de presidentsverkiezingen eerder dit jaar maakte deze gehakt van de generatie van mei 1968 en haar idealisme. Ferry en Sarkozy vertegenwoordigen een conservatief-liberaal republicanisme dat momenteel de wind in de zeilen heeft. De president heeft hem uitgenodigd zitting te nemen in een 13-koppige commissie van wijze mannen (en één vrouw) die de mogelijkheden tot staatsrechtelijke hervormingen onderzoekt. Is dit geen instrument om het huidige presidentiële systeem steviger op Amerikaanse leest te schoeien? ,,Misschien… Maar je moet mijn inbreng in deze commissie zeker niet overdrijven’’, waarschuwt Ferry. Desalniettemin, van deze dertien sages is hij de enige filosoof.

Ferry is inmiddels in Frankrijk uitgegroeid tot een hitparadefilosoof. Vorig jaar maakte hij een rondje langs de Franse talkshows. Zo’n honderdduizend exemplaren van Apprendre à vivre vonden hun weg naar de consument. Hij is een van de weinige hedendaagse Franse denkers die met groot gemak doorwrochte uiteenzettingen over Heidegger afwisselt met populariserende boeken over politiek en filosofie. Zijn inspiratie ontleent hij aan Kant, De Gaulle en het christendom.

De doorbraak van de polemiserende en mediagenieke filosoof bij het grote publiek was begin jaren negentig. Ferry zocht toen voortdurend het debat met de milieubeweging en de andersglobalisten. De filosofische held van republikeins rechts werd beloond met prestigieus commissiewerk en uiteindelijk met een ministerschap van Onderwijs (2002-2004). Links beschouwt hem als een reactionaire intellectueel en bespot zijn mediagenieke optreden. Zelf maalt Ferry niet om dergelijke kritiek, integendeel: „Om progressief te zijn moet je tegenwoordig wel reactionair zijn. Dan pas ben je een vrije geest.’’

Beginnen met filosofie is chronologisch opgebouwd. Helder formulerend én zich direct tot de lezer wendend, wandelt Ferry met zevenmijlslaarzen van de stoïcijnen in de Griekse oudheid via het christendom uit de middeleeuwen en het humanisme van de moderne tijd naar postmoderne en hedendaagse wijsgeren. ,,Een centrale plek heb ik ingeruimd voor het begrip la pensée élargie (vertaald als ‘verruimd denken’ – NP). Dit is een omkering van de uitdrukking la pensée unique, die verwijst naar conformistisch denken’’, aldus Ferry. Hij pakt een vel papier, probeert met enkele even prachtige als onduidelijke lijnen zijn betoog kracht bij te zetten: ,,Ik wil juist de eeuwenoude vraag naar de zin van het leven opnieuw beantwoorden. De klassieke zingevingsvraag en het heilsprobleem koppel ik aan elkaar door te benadrukken dat alleen liefde zin geeft aan het leven. In mijn boek vervang ik het christendom door een niet-metafysisch humanisme, dat ik ‘de wijsheid van de liefde’ heb gedoopt. Want we leven in een sentimenteel tijdvak waarin affectie de overhand heeft gekregen. Misschien moeten we minder hopen op een goede afloop in deze wereld en gewoonweg meer liefhebben.

,,Dit nieuwe denken, iets heel anders dan een sceptische of dogmatische houding, zal de oplossing moeten bieden voor de processen van mondialisering en multiculturalisme waarmee de wereld nu wordt geconfronteerd.” Hij doelt hiermee vooral op de Franse staat, die krampachtig vasthoudt aan de ideologie van die Ene en Ondeelbare Republiek.

Ferry’s pleidooi voor een nieuwe spiritualité laïque (wereldlijke spiritualiteit) op een bedje van liefde is wat anders dan het propageren van een nieuwe moraal. Wie bij hem de bevestiging voor een waarden- en normendebat zoekt, zal die niet vinden: ,,Ik heb lak aan een filosofische opvatting die kritisch denken koppelt aan moraliteit, zoals dat bijvoorbeeld blijkt uit het werk van de Duitse filosoof Jürgen Habermas.” Maar Ferry laat zich ook niet wegzetten als een wegbereider van het op Amerikaanse leest geschoeide neoconservatisme. Op bezwerende toon: ,,Ik verwerp zowel het fundamentalisme van Bush als van Iran.”

Hoe consequent is Ferry’s relatie tot heilsverwachtingen eigenlijk? In 2004 introduceerde hij als minister van Onderwijs een wet die ostentatieve uitingen van religie op openbare scholen verbood. Deze zogeheten hoofddoekjeswet leidde tot felle debatten. Ferry: ,,Ik ben niet anti-religie of a-religieus. Maar ik heb helemaal niets met hoofddoekjes.” Als politicus omarmde hij het Republicanisme dat, zoals hij volmondig erkent, zijn inspiratie mede aan het christendom ontleent. Uiteindelijk knapte Ferry volledig af op zijn ministeriële functie: ,,De voortdurende mediatisering van het politieke bedrijf holt dit ambt gevaarlijk uit. De publieke ruimte is in een mijnenveld veranderd. De kleinste stommiteit kan je de kop kosten omdat elk detail eindeloos wordt uitvergroot.” Ferry zucht: ,,Politiek is een schijnvertoning geworden. Je stelt een wet op maar vervolgens ben je vooral bezig met uiterlijkheden. De staat is niet meer gezaghebbend want het individu heeft de overhand gekregen.’’

Een terugkeer naar de politiek acht hij uitgesloten: ,,Mijn moeizame verhouding tot de politiek heb ik in 2005 van me af kunnen schrijven in Comment peut-on être ministre? Essai sur la gouvernabilité des démocraties (Hoe kan men minister zijn? Een essay over de regeerbaarheid van democratieën). De komende jaren wil ik mijn pleidooi voor een spiritueel humanisme verder uitdiepen, te beginnen met een groot overzicht van de filosofie in de Oudheid.’’

Ongetwijfeld zal Ferry ook deze gedachten op de hem karakteristieke wijze, met een glimlach en losjes polemiserend en parodiërend, de wereld inblazen.

Luc Ferry: Beginnen met filosofie. Met andere ogen kijken naar je leven. De Arbeiderspers, 272 blz. €19,95