Waarom spreken we van linkse en rechtse politiek?

Elianne Lammers uit Den Haag loopt momenteel stage bij de afdeling voorlichting van de ChristenUnie. Tot nu toe heeft niemand haar een „geloofwaardig antwoord” kunnen geven op de vraag: waarom spreken we van ‘linkse’ en ‘rechtse’ politiek?

„Tijdens de Franse revolutie zaten de conservatieve partijen in het Franse parlement rechts van de voorzitter”, zegt historicus Maarten van Rossem. „De wat meer vooruitstrevende partijen kregen vaak een gek plekje bovenin. Vanaf dat moment werd het onderscheid tussen rechts en links gemaakt en uiteindelijk overal in Europa overgenomen. Of de conservatieven nu toevallig rechts zaten, of dat ze hier expres werden neergezet, weet ik niet. Dat moet u aan een echte expert vragen.”

„Het was een bewuste keuze”, weet politicoloog Marcel Wissenburg van de Radboud Universiteit. „Een kwestie van etiquette. Vóór de revolutionaire periode (1789-1792, red.) zaten de maatschappelijk ‘betere’ mensen, de adel en de kerk – de getrouwen van de koning, ook rechts omdat rechts met goed en fatsoenlijk werd geassocieerd. Jezus zit ‘aan de rechterhand van God’, de dame zit rechts van de heer en een hand geef je met rechts. Links zijn, zoals linkshandigheid, gold als ongemanierd.”

In de loop der tijd kreeg links een andere, bredere invulling. „Links waren aanvankelijk de partijen die voor verandering stonden”, vertelt Wissenburg. „De burgerij, ofwel het rapaille in de ogen van de Franse koning, die de macht van de gevestigde orde probeerde te breken. Later werd links een geuzennaam voor socialisten, en een verwijzing naar hoe het in de Franse revolutie uiteindelijk afliep met rechts.”

In Nederland zitten álle Kamerleden tegenwoordig min of meer rechts van de voorzitter – en dat heeft meer te maken met moderne architectuur dan met toenemend conservatisme. Het onderscheid tussen links en rechts is nog altijd actueel, maar de betekenis van de begrippen verschuift, volgens Wissenburg. „Ik denk dat in de toekomst de politieke keuze tussen klimaat of economische groei de kleur van politieke partijen bepaalt. Over dertig tot veertig jaar noemen we groen links, en grijs rechts.”

Stijn Bronzwaer