Toestanden

De vraag of er elke dag ‘Parijse toestanden’ in Amsterdam kunnen uitbreken, zoals politiecommissaris Bernard Welten deze week beweerde, heeft voor mij minder urgentie dan de vraag: áls er Parijse toestanden uitbreken, kunnen wij Amsterdammers ons lot dan volledig toevertrouwen aan Bernard Welten?

Wat betreft public relations heeft Welten alles onder controle, daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. Hij is een vlotte verschijning op de buis, zijn commissarissenkostuum zit hem als gegoten en hij praat radder dan zijn gastheren in de talkshows.

Toch ben ik er minder gerust op geworden, sinds ik hoorde dat hij het politiebureau aan het August Allebéplein enkele dagen had gesloten nadat een amokmaker er groot onheil veroorzaakte. Welten vond dat zijn zestig dienders in alle rust en onder deskundige begeleiding hun emoties moesten kunnen verwerken.

Dat is heel menselijk, maar voor mensen met dit beroep toch misschien al té menselijk, want waar blijven we als er rellen uitbreken op het niveau van de vroegere kraakbeweging, zeg maar de ‘Amsterdamse toestanden’ van weleer? Dat was wel even andere koek dan het in brand steken van een paar auto’s.

Zou er in de hele stad dan nog wel één politiebureau openblijven? En zijn er in zo’n geval genoeg therapeuten om al die geschrokken dienders op te vangen?

Welten heeft zijn mannen al vergeleken met ‘onze jongens in Afghanistan’, waarmee hij impliciet die 35 Marokkaanse ettertjes tussen 12 en 17 jaar vergelijkt met de onverschrokken Talibaan – wat ik voor de ettertjes wel erg veel eer vindt.

Misschien wordt mijn scepsis gevoed door het feit dat politiecommissarissen doorgaans vooral in de openbaarheid treden om „meer middelen” te bepleiten. Later horen we dat daar voornamelijk computers van zijn gekocht, hoewel ik moet toegeven dat ik deze week voor het eerst sinds tijden een politieagent in vol ornaat door het Amsterdamse centrum zag lopen – in z’n eentje, dus niet met zo’n gezellige, corpulente vrouwelijke collega erbij. Was dat misschien zo’n ‘buurtregisseur’? Als ik acteur was geweest, had ik het hem met een stalen gezicht gevraagd.

Toch komt Welten de eer toe dat het begrip ‘Parijse toestanden’ op slag een vast onderdeel van ons vocabulaire is geworden. Wie hoor je nog over ‘Amerikaanse toestanden’? Het is ‘Parijse toestanden’ voor en na. En terecht, want het is een even kneedbaar als kernachtig begrip dat geen nadere toelichting behoeft. We krijgen meteen die duizenden brandende autowrakken op ons netvlies.

Ik stel voor dat we dit begrip voortaan ook op andere levensterreinen toepassen. Stel dat je vragen krijgt als: „Hoe gaat het op je werk?” of „Hoe is het tegenwoordig met je huwelijk gesteld?” Dan zou je kortaf moeten kunnen antwoorden: „Parijse toestanden.”

Iedereen weet meteen wat je bedoelt, er is geen misverstand mogelijk over de ernst van de situatie, en je hoeft verder niks uit te leggen. Alleen voor onze correspondenten in Parijs is het onhandig. „Er zijn gisteravond in Parijs Parijse toestanden uitgebroken.” De vraag is dan: bedoelen ze die autowrakken of het huwelijk van Sarkozy?