Theologie van het milieu

Eerst las ik het verkeerd. Ik las dat de Amsterdamse wethouder Marijke Vos in de wintermaanden winkels zou sluiten om het milieu te sparen.

Koren op m’n molen, zo’n bericht. Marijke Vos nota bene! Ooit Kamerlid voor GroenLinks die al in 2005 aankondigde dat ze een politieke transfer van Den Haag naar Amsterdam wilde overwegen, maar wel op voorwaarde dat ze daar wethouder kon worden. Voor minder deed ze het niet.

Eigenaardige eis natuurlijk. Te meer omdat de regerende collegepartijen – Partij van de Arbeid en VVD – het redelijk met elkaar leken te kunnen vinden, en de gemeenteraadsverkiezingen nog gehouden moesten worden. Toen die klaar waren bleek er voor de PvdA eigenlijk geen enkele reden GroenLinks en VVD (allebei stemmen verloren) met elkaar te ruilen. Maar ja, Marijke moest wethouder worden. En ze werd het.

Ze was het nog niet of de gifschepen begonnen het Noordzeekanaal op en af te varen, maar dat kan toeval zijn geweest, hoewel ze, als ze minister was geworden, waarschijnlijk had gehangen. Zij redde zich er uit, en toen ik dat winkelbericht van de week herlas, bleek ik me bovendien verlezen te hebben.

Marijke Vos mag in de komende winter geen winkels sluiten, maar winkeliers wél bevelen ’s winters hun deuren dicht te houden. Ook om het milieu te sparen, uiteraard.

Het gaat iets minder ver dan wat ik in eerste instantie met m’n slordige kop had gemeend te zien staan, maar er blijft niettemin iets van een groot, redeloos geloof aan vastzitten, dat niet eens fundamenteel verschilt van het geloof van André Rouvoet die vindt dat winkels ook op warme zondagen hun deuren gesloten zouden moeten houden. Om weer een Hoger soort Milieu te sparen.

Evenmin een ander geloof dan dat van de grote wereldhervormers, die er nog altijd van overtuigd zijn dat het paradijs op aarde kan worden gevestigd als je van staatswege maar de goede dingen commandeert, en de slechte verbiedt. Of een ander geloof dan het klimaatneutrale Algoristische, dat ons bijvoorbeeld het taboe op gloeilampen predikt.

Maar las ik nou goed dat het gezellige kruidenvrouwtje Cramer van VROM plotseling heeft afgezien van haar besluit om de gloeilamp te verbannen? Dat was verdorie een van de weinige dingen die me van de Honderd Dagen van Balkenende IV zijn bijgebleven, omdat de minister het na afloop – dat moet mei dit jaar zijn geweest – in Nova presenteerde als een convenant tussen haar en de bevolking.

Maar ik lees het nog eens, en nog eens, en het staat er echt: ‘Minister Cramer ziet af van het verbod op de gloeilamp omdat de marktpartijen haar signaal intussen zo goed hebben begrepen, dat overheidsmaatregelen niet meer nodig zijn’.

Haar signaal? Hoezo signaal? Het was toch een afspraak? En sinds wanneer moeten we in dit soort levenskwesties rekening houden met ‘marktpartijen’? We gooien tegenwoordig onze sociaaldemocratische beginselen toch niet meteen te grabbel omdat een verzameling enigszins vulgaire BMW-ondernemers zich door TNS/NIPO 29 zetels op de TON-beweging heeft laten toerekenen?

Dan is Marijke met haar consequent gesloten winkeldeuren me toch liever. Vanzelfsprekend zijn de kleine middenstanders meteen weer in hun wiek geschoten, omdat de consument hun toedeur wel eens voorbij zou kunnen lopen in de veronderstelling dat de zaak is gesloten. Zou een eenvoudig stuk karton achter het raam met de tekst OPEN! geen wonderen doen?

Maar ineens bedenk ik: welk milieu wordt volgens die Vos nou gespaard als de groenteman en zijn vrouw met een extra borstrok, een lang warm wollen voorschoot, en halve wanten net als tijdens de Elfstedentocht van 1985, de aardappelen en de boerenkool bij vrieskou staan af te wegen?

Het is toch allemaal theologie.

Jan Blokker