Sorry!

In ons dorp, weldadig gelegen op uitlopers van de duinen, zie je amper allochtonen. Blonde paardenstaarten op fietsen met klemmen voor de hockeystick domineren het straatbeeld. Hockey vinden wij een kaksport. Onze oudste dochter tennist – inmiddels bijna een volkssport – maar ook deze activiteit wordt in ons dorp anders beoefend dan elders. Ik neem tenminste aan dat wat ik laatst meemaakte niet snel zal voorkomen in een stad als Amsterdam.

Zo deed mijn dochter van elf laatst mee aan een clubtoernooi. De oma van haar tegenstandster en ik begroetten elkaar in een sfeer van wellevendheid en gespeelde onpartijdigheid.

Met de mouw van mijn spijkerjack droogde ik het stoeltje van de oma, natuurlijk stiekem hopend dat haar kleindochter er niets van zou kunnen.

Beide aspirant-kampioenen waren zeker zo nerveus als de oma en ik, en ze gedroegen zich zo mogelijk nog beleefder. Eigenlijk veel beleefder. „Mooie bal!”, riep mijn dochter als ze genadeloos werd gepasseerd.

Daar bleef het niet bij. Telkens als het andere meisje een slagenwisseling in haar voordeel had beslecht, klonk het welgemeend: „Sorry!” Waarop mijn dochter: „Geeft niks hoor!”

Ze leken het doodeng te vinden, zo tegenover elkaar te staan in de zekerheid dat één van de twee tweeënhalf uur later zou afdruipen.

Hardvochtigheid staat in ons dorp niet hoog aangeschreven. Althans, je geeft er geen blijk van. Toen mijn dochter een flinke voorsprong had genomen, betrapte ik haar er tot twee keer toe op dat ze een uitbal van haar tegenstandster expres ‘in’ verklaarde. Medelijden met je tegenstander, het moest niet gekker worden.

Tijdens de prijsuitreiking bezweek de tafel zowat onder de bekers. Dat kon ook moeilijk anders. De winnaars van de finales kregen dezelfde bekers als de verliezers, en ook de winnaars van het troosttoernooi, voor degenen die hun eerste potje hadden verloren, kregen een beker, net als de verliezers van die verliezersfinale. Het didactisch verantwoorde toernooi eindigde met een winnaarsgevoel voor zo’n beetje iedereen.

Mijn vrouw en ik besloten naar Amsterdam te verhuizen. Je wilt toch dat je kinderen opgroeien in een normale omgeving?

Auke Kok