Schim in Buenos Aires

Antonio Muñoz Molina: Carlota’s minnaar. Uit het Spaans vertaald door Adri Boon. De Geus, 157 blz. € 17,90

Op een ingesneeuwd vliegveld in Amerika wachten twee Spanjaarden op hun vlucht. De één is docent aan een universiteit daar, de ander werkt voor een grote hotelketen. Hun karakters zouden nauwelijks méér kunnen verschillen. De docent is ingehouden en al half veramerikaanst, de hotelman is ondanks al zijn internationale reizen een luidruchtige provinciaal gebleven. Hij praat en praat: over zijn werk, zijn voorliefdes in het leven en over het grote liefdesavontuur dat hij ooit beleefde in een groot hotel in Buenos Aires dat betere dagen had gekend.

Die stad is ook de bestemming van de docent, die er een internationaal literatuurcongres gaat bezoeken. Eenmaal aangekomen, komt hij – half bij toeval – in hetzelfde hotel terecht en meent er dezelfde prachtvrouw te zien: de echtgenote van de eigenaar. Maar zowel de eigenaar als zijn vrouw blijken al jaren dood en ook het hotel, op het punt van sloop, ademt al zijn eigen ondergang. Dat gegeven had een mooie, mysterieuze roman kunnen opleveren. Maar Antonio Muñoz Molina, toch een van de meest vooraanstaande Spaanse schrijvers, heeft er in Carlota’s minnaar geen weg mee geweten. Om het boekje – nauwelijks meer dan een novelle – een afronding te geven, moet hij terugvallen op een tweede plot: de naargeestige zeden en gewoonten van het huidige (vooral Amerikaanse) academische leven, die ervoor zorgen dat de docent op het laatste moment de hem beloofde vaste aanstelling aan hem voorbij ziet gaan. Benoemd wordt de militant-lesbische, uitgesproken politiek-correcte hispaniste die hem in Buenos Aires bij zijn eigen voordracht bijtend vernederde.

Dat levert enige onthullende scènes uit het postmoderne wetenschapsbedrijf op, eerder grotesk dan geestig – maar ook zij kunnen deze korte roman niet redden. Die mislukking is des te verwonderlijker omdat Muñoz Molina zich eerder een fascinerend romancier heeft betoond, van zijn debuutroman Beatus Ille via het jazz-verhaal Winter in Lissabon, de Bildungsroman Ruiter in de storm en de dienstplicht-memoires Strijdlust tot de collage-achtige roman over ballingen en verdrevenen Sefarad – alle in het Nederlands vertaald.

In Carlota’s minnaar, waarin hij zijn eigen Amerikaanse ervaringen (als writer-in-residence en later als directeur van het Instituto Cervantes in New York) verwerkte, wilde het kennelijk niet lukken. Spookverhaal noch universiteitssatire, exploratie van de fantasie noch van de krochten van het geheugen, werd Carlota’s minnaar het resultaat van een enigszins pijnlijke schrijversonmacht: hopelijk een tijdelijke inzinking in wat een indrukwekkend oeuvre blijft.