Rechter gaat ruiken in een tuin vol dieren

Waar winden stedelingen zich over op? In Haarlem is ruzie om een achtertuin vol dieren. Volgende week komt de rechter kijken.

Het is druk in het achtertuintje van Ad Loogman. We treffen vier hondjes, een poes en een kater, vier konijnen, vijf kalkoenen, vijftien duiven, tien kaapse bergeenden, kippen en hanen, en tientallen vogels in een volière. „Ik vind het prachtig om zo veel dieren om me heen te hebben”, zegt de bewoner. De kalkoenen hebben namen als Vroom en Dreesmann, Jansen en Tilanus en Luns en Klompé. De laatste is onlangs overleden.

Volgende week krijgt Loogman bezoek van de Haarlemse rechter. Die wil de situatie aan de Van Egmondstraat zelf in ogenschouw nemen. Dat heet een descente. De rechter komt eraan te pas nu een van de buren een kort geding heeft aangespannen. Willem Kamper eist dat zijn buurtgenoot het aantal dieren tot tien reduceert. „Ik heb last van de stank”, zegt zijn vrouw. „Het terras van onze tuin ligt tegen zijn schutting. Wij zijn tuinliefhebbers, wij genieten daarvan. Maar afgelopen zomer werd de stank zodanig, dat we er niet meer konden zitten.”

De familie Kamper heeft steun van omwonenden gekregen. Negen bewoners hebben een klachtbrief ingediend. De aard van de klachten is wisselend. „De stank is overmatig en trekt vliegen aan”, schrijft de een. Een ander: „Dagelijks heb ik last van het geluid van de haan of hanen.” Een derde: „Soms is de penetrante stank zo ondraaglijk dat de adem moet worden ingehouden.” En: „Het stinkt naar uitwerpselen van gevogelte.” Nog één: „Zelfs in deze koele zomer slaat de bedorven walm van mest en urine me op de keel.” Er is sprake van „onsmakelijke toestanden”. Ook de Marokkaanse bovenbuurman schreef een brief. „Doordat het niet mogelijk is gebleken om over deze problemen normaal van gedachten te wisselen en tot een oplossing te komen, heb ik mij genoodzaakt gezien om mijn huis ter verkoop aan te bieden.” Loogman kan niet geloven dat de brief daadwerkelijk door zijn bovenbuurman is opgesteld. „Hij kan niet eens lezen en schrijven.”

We spreken buurman Visser. Hij stoort zich niet snel aan andermans gedrag. Hij heeft zijn buurman er dan ook niet op aangesproken dat zijn schotelantenne het begaf nadat die gedurig was bevuild door de duiven. Wel is hij boos geworden toen Loogman zijn vrouw begon uit te foeteren omdat die met een hogedrukspuit het mos van de flagstones in de tuin verwijderde. „Dat klonk erg agressief.” Ook heeft hij aangedrongen op minder voer in de volière. „Daar komen muizen op af.” De muizen kropen onder de schutting om in de keuken van de familie Visser te belanden. „We hebben weleens zitten lachen als ze met z’n allen een rol beschuit opaten”, zegt Visser. Ze hebben meer dan honderd muizen gevangen. „Op diervriendelijke wijze.”

Bewoner Ad Loogman bestrijdt dat er sprake is van overlast. Naast zijn parterrewoning bevindt zich een poort die zijn eigendom is, en waarvan andere bewoners van de straat gebruik mogen maken om via een brandgang aan de achterkant van hun huizen te komen. „Dit is de gang waar al die buren het zo ontzettend vinden stinken. Ruikt u iets?” Vandaag niet. In een hoek staan zes vuilnisbakken van de familie Kamper. „Dát stinkt pas.” We lopen door de brandgang. Rechts liggen de achtertuinen van de parterrewoningen, links de tuinen van de bovenwoningen die in veel gevallen zijn overgegaan in andere handen. De familie Kamper heeft een aantal tuinen bij elkaar gevoegd tot één grote speeltuin. Op de plaats met het meeste zonlicht is een terras aangelegd. „Daar staat hij ’s zomers vier keer in de week te barbecuen”, zegt Loogman. Mevrouw Kamper ontkent dat er buitensporig vaak wordt gebarbecued. En in die vuilnisbakken zit tuinafval en meer niet. „Dat gaat echt niet stinken.”

De kalkoenen klokken, een van de hondjes hurkt op het gras. In de huiskamer van Ad Loogman staat een kist waar ’s avonds de hanen in worden gestopt. Het is allemaal begonnen, vertelt hij, toen op kerstavond vorig jaar één van zijn konijnen knabbelend werd aangetroffen in de groententuin van de familie Kamper. Het konijn zou zich toegang tot de tuin hebben verschaft door een groot gat te knagen in de deur van het schuurtje van de bovenbuurman. „Dat was het begin van alle getreiter”, zegt Loogman. Terwijl dat gat, beweert hij, vermoedelijk is ontstaan doordat de achterbuurman een dakgoot heeft afgezaagd en het regenwater sindsdien langs de muren van het schuurtje sijpelt. Een lesbisch stel begon te klagen over de hanen. De Marokkaanse bovenbuurman eiste dat de klimop over het schuurtje zou worden gesnoeid. Zijn duiven werden vergiftigd. „In- en intriest.” De zoon van de bovenbuurman begon hem uit te schelden. What are you fucking, homo. In de pas gelakte poort werd fuck homo gekrast. En later betrad Willem Kamper het dierentuintje om een overhangende tak te snoeien. „Zonder toestemming te vragen.” Ook vraagt Loogman zich af hoe de foto’s van alle dieren zijn gemaakt die bij het rechtbankdossier zijn gevoegd.

Mevrouw Kamper ontkent de beschuldigingen. „Ik had gehoopt dat we erover hadden kunnen praten. We zouden afspraken hebben kunnen maken over het schoonhouden van de tuin. Dat is allemaal niet mogelijk. Erg jammer.”