Politieke cultuur in bloed gedrenkt

De aanslag op oud-premier Benazir Bhutto is geen uitzondering in Pakistan. De politieke bedreigingen in het land komen van diverse kanten.

Geweld en politiek zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar in Pakistan. En de dreiging blijft niet beperkt tot de leiders. Zelfs gewone partijleden zijn niet zeker van hun leven wanneer zij zich op straat vertonen op politieke manifestaties.

De aanslag op ex-premier Benazir Bhutto in Karachi kwam ook niet onverwachts. Ze was al bedreigd nog voordat ze ook maar een voet op Pakistaanse bodem had gezet na acht jaar ballingschap. Pakistaanse Talibaan uit de grensgebieden met Afghanistan hadden gewaarschuwd dat zij een aanslag zouden plegen op Bhutto. Waarom? Omdat zij in een interview had gezegd dat zij – als zij premier zou zijn– de Verenigde Staten mogelijk zou toestaan te opereren in die grensgebieden in de strijd tegen terrorisme.

Maar waren deze Pakistaanse Talibaan ook echt verantwoordelijk voor de aanslag van gisteren? Of zat de hand van andere tegenstanders achter de aanslag? Het uit de weg ruimen van politieke opponenten is niet iets nieuws in Pakistan. Bhutto’s vader werd bijvoorbeeld in 1979 opgehangen omdat hij als premier een politieke rivaal zou hebben laten vermoorden.

In Pakistan barst het van de samenzweringstheorieën. Wellicht was (ook) de geheime dienst, de Inter Services Intelligence, betrokken? En misschien deden zij dat in samenwerking met leden van de regering, afkomstig van de Pakistaanse Moslimliga-Q (PML-Q). Die zien Bhutto liever gaan dan komen. Met haar terugkomst zal haar partij, de Pakistaanse Volkspartij, de PML-Q in de verkiezingen van januari wel eens weg kunnen wegvagen .

Er is ook nog de Moslimliga van die andere ex-premier, Nawaz Sharif. Ook deze partij zou het goed uitkomen als Bhutto het veld zou ruimen. Sharif probeerde vorige maand terug te keren naar Pakistan, maar president Musharraf stuurde hem direct terug naar Saoedi-Arabië. Nu vreest deze partij voor de toekomst.

En dan de de Muttahida Qaumi Movement (MQM), de partij die president Musharraf steunt. Van oudsher is de MQM, die net als Bhutto in Karachi en omstreken haar machtsbasis heeft, een grote vijand van de Pakistaanse Volkspartij. Confrontaties tussen aanhangers van beide partijen hebben in de jaren 90 in Karachi een geweldsgolf veroorzaakt – met alleen al in 1995 ruim 1.500 doden. Ook de leider van de MQM, Altaf Hussain, leeft in ballingschap. Niet omdat er corruptiezaken tegen hem lopen, maar omdat hij vreest vermoord te worden.

Ook aan de geschiedenis van Bhutto’s eigen familie kleeft bloed. Behalve haar vader is ook haar broer Murtaza niet in zijn slaap gestorven. Hij werd in 1996 –tijdens de regering van Benazir – gedood in een vuurgevecht met de politie. Volgens zijn dochter Fatima Bhutto zat Benazir achter zijn dood. Benazirs andere broer, Shahnawaz , overleed tien jaar eerder al onder verdachte omstandigheden in Frankrijk.

Sinds 2001, nadat president Musharraf zich bij de VS had aangesloten in de strijd tegen terrorisme, moeten Pakistaanse politici ook rekening houden met dreigingen uit andere hoek – van alle fundamentalisten en extremisten die tegen het bondgenootschap met de ‘ongelovige’ Amerikanen zijn.

Zijn dreigingen serieus te nemen? Ja. Zo ramde op donderdag 25 december 2003 een Suzuki bestelwagen met zware explosieven de autocolonne van president Musharraf. Twee weken eerder had president ook al een aanslag overleefd. Afgelopen juni probeerden terroristen het opnieuw, tevergeefs. Shaukat Aziz, de huidige premier, ontsnapte in 2004, toen hij nog minister van Financiën was, aan een bomaanslag. Politicus zijn in Pakistan is levensgevaarlijk.