Onhandige Plasterk

Het is jammer dat het idee van minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) om het geld van de basisbeurs over te hevelen naar lerarensalarissen geen kans maakt. De basisbeurs van 253 euro per maand voor uitwonende en 90 euro voor thuiswonende studenten is toch al niet kostendekkend. Bovendien draagt dit stelsel niet bij aan de doelstelling om gelijke kansen voor iedereen te scheppen. Tachtig procent van de ontvangers van de basisbeurs heeft ouders die statistisch gezien tot de rijkere helft van de bevolking behoren. Vergeleken met andere landen onderscheidt het Nederlandse onderwijsstelsel zich negatief. De doorstroming van kinderen uit de onderste naar de bovenste helft verloopt slecht. Talent wordt zo onderbenut.

Deze gebrekkige doorstroming is niet alleen te wijten aan de vroege selectie van leerlingen, de tweedeling in het onderwijs en de geringe doorgroeimogelijkheden van vmbo naar vwo, maar ook aan de internationaal gezien bescheiden uitgaven voor het middelbaar onderwijs. Het is een van de oorzaken van het bestaande lerarentekort.

Er moeten keuzes worden gemaakt. Lager en middelbaar onderwijs horen als basisvoorziening voor iedere leerling gratis te zijn. Hoger onderwijs daarentegen is ook een persoonlijke investering van de student. Wie een studie in het hoger onderwijs heeft afgerond, komt in de regel in de welgestelde helft terecht. Het risico dat de studiekeuze te zeer wordt bepaald door de latere verdiensten, kan worden beperkt door bij de terugbetaling ook draagkracht te verdisconteren.

Soms is de complexiteit van het spel om macht en geld in Den Haag terug te brengen tot eenvoudige tegenstellingen, zoals het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Het optreden van Plasterk in deze kwestie is daarvan een illustratie. Het idee om het beursstelsel te hervormen had bij de formatie moeten worden geregeld. Kennelijk heeft PvdA-leider Bos deze wens niet kunnen verwezenlijken.

Plasterk staat voor de niet geringe opgave om een miljard euro extra te genereren voor de noodzakelijke verhoging van de inkomens van docenten. Ook dit is een terechte wens. Waar het op neerkomt is dat Plasterk zichzelf de opdracht heeft gesteld te repareren wat begin dit jaar onvoldoende is geregeld door zijn partijleider Bos, aan de onderhandelingstafel met CDA en ChristenUnie. Wellicht heeft hij als nieuwkomer in de politieke arena vervolgens onvoldoende gebruikgemaakt van de mogelijkheid die het constituerend beraad, de eerste vergadering van een kabinet, biedt aan ministers om zaken voor elkaar te krijgen. Een andere mogelijkheid is dat hij daarbij toen al het onderspit heeft gedolven, maar niettemin zijn opdracht heeft aanvaard.

Woensdagavond viel de Tweede Kamer over de minister heen, omdat een royale meerderheid tegen afschaffing van de studiebeurs is. Plasterk moet nu bij Bos, inmiddels minister van van Financiën, proberen extra geld los te krijgen. Het voorlopige resultaat is beroerd: de Kamer gebruuskeerd, geen geld voor hogere lerarensalarissen en de basisbeurs blijft. Hopelijk heeft de minister een snelle leercurve.