Nergens jonge moeders met kinderwagens

Als de jeugd er helemaal is weggetrokken zal de werkloosheid vanzelf verdwenen zijn. Mecklenburg-Vorpommern ‘ontgroent’ en ‘vergrijst’. Over tien jaar zal het de oudste Duitse deelstaat zijn. Er moet wat gebeuren. Hoe van crisis een kans te maken is.

Je ziet ze nauwelijks: moeders met kinderwagens in Schwerin, de hoofdstad van de Noord-Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern. Jonge vrouwen behoren tot de eersten die wegtrekken uit de schijnbaar kansloze deelstaten van de voormalige DDR. Gebrek aan werk en het geringe vooruitzicht op een loopbaan hebben de laatste jaren een gestage Duits-Duitse emigratie op gang gebracht. Naar Hamburg, naar Zuid-Duitsland, naar Berlijn en omgeving.

In Mecklenburg-Vorpommern zijn twee ontwikkelingen onlosmakelijk met elkaar verbonden: volksverhuizing en vergrijzing. Ze versterken elkaar ook nog eens. Jongeren trekken weg, de bevolking wordt ouder, het aantal geboortes neemt af. Daarom zijn jonge vrouwen met kinderwagens zo zeldzaam in Schwerin.

De cijfers spreken boekdelen. Ruim 100.000 inwoners telde Schwerin in het jaar 2000. De stand vijf jaar later was rond de 96.000. Zes van de tien ‘landverhuizers’ zijn vrouwen jonger dan 26 jaar.

Reinhard Meyer, sociaal-democratisch staatssecretaris van Economische Zaken in Mecklenburg-Vorpommern, verklaart het vertrek van vooral jonge vrouwen uit het feit dat zij het kansrijkst zijn. „Ze hebben hun opleiding afgemaakt en beschikken over diploma’s.”

Bij relatief veel jonge mannen is dat niet het geval, zegt Meyer. Een situatie die volgens hem leidt tot uitzichtloosheid: geen werk, geen status, minder kans op een gezin.

Menige stad in Mecklenburg-Vorpommern kent leegloop, maar op het platteland is het erger. Daar zal de komende jaren indringender de vraag aan de orde zijn hoe de kwaliteit van leven op een aanvaardbaar peil kan worden gehouden. De voortekenen stemmen niet optimistisch.

Zo kan een streek langzaam afglijden naar een staat van geestelijke droefenis, een toestand waarvan politieke partijen als de extreemrechtse Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) profiteren. Geen betere voedingsbodem voor de ideeën van deze beweging dan het ongenoegen van de teleurgestelden en de minder bedeelden.

Als hem wordt gevraagd wat voor een politicus in Mecklenburg-Vorpommern de grootste uitdaging is – de werkloosheid van gemiddeld 15 procent of de demografische trend – antwoordt Reinhard Meyer zonder de geringste twijfel: het laatste. „De werkloosheid vermindert vanzelf als we ons neerleggen bij het wegtrekken van onze jeugd en bij de vergrijzing van de bevolking.”

Het is een desastreuze ontwikkeling waarover desalniettemin door mensen als Meyer en andere gesprekspartners in Mecklenburg-Vorpommern weinig dramatisch wordt gedaan. De feiten zijn nu eenmaal zo. Het is beter ernaar te handelen dan erover te treuren en te zeuren.

Met een aandoenlijk gevoel voor optimisme heet dat hier: de crisis gebruiken als kans. En helemaal kansloos is deze deelstaat nu ook weer niet. Neem Wismar, een kilometer of dertig ten noorden van Schwerin. Daar wordt naar nuchtere Noord-Duitse traditie de tering naar de nering gezet.

Hansestad Wismar, met een werkloosheid die net zo hoog is als in Schwerin, valt buiten het gebied waar acute leegloop heerst. Een groot deel van de kuststrook van Mecklenburg-Vorpommern doet het economisch niet slecht. Een combinatie van oude en nieuwe bedrijvigheid en oplevend toerisme heeft net die groei-impuls gegeven die nodig is om jonge mensen van wegtrekken te weerhouden.

Om te beginnen heeft Wismar een paar grote ondernemingen. Zoals de Aker-scheepswerf en de houtverwerkende industrie Egger. Het zijn moderne, afgeslankte bedrijven met goedgevulde orderportefeuilles. En naar de geest van de tijd in buitenlandse handen: Noors en Oostenrijks.

Beide ondernemingen, hoezeer ook de trots van Wismar, vallen echter onder de noemer ‘oude’ bedrijvigheid waarmee de nieuwe demografische uitdaging in wezen niet kan worden aangegaan. Ze doen wat ze moeten doen, maar maken van de crisis nog geen kans.

Waar men dat in Wismar althans probeert, is in het nieuwe technologiecentrum van dr. Wolfgang Blank. Hij is directeur van Biocon Valley, een netwerk van kleine en grotere ondernemingen die specifiek deze streek hebben opgezocht voor hun werkzaamheden op (para)medisch, biotechnologisch, farmaceutisch of voedseltechnisch gebied.

Dit is het hart van de Noord-Duitse gezondheidsindustrie. Een negentigtal bedrijven werkt hier samen in Biocon Valley, een naam die verwijst naar ’s werelds beroemdste hightechvallei: Silicon Valley bij San Francisco. Misschien niet bijster origineel maar als marketingboodschap werkt het. Het is herkenbaar. Zo trekt de ene onderneming de andere aan.

Wolfgang Blank legt uit hoe Biocon Valley is ontstaan. „Dit is een sterk vergrijzende deelstaat. Nu al is een kwart van onze 1,7 miljoen inwoners 60-plusser. Over tien jaar zijn we de oudste deelstaat van Duitsland. De jeugd verlaat ons, maar ouderen komen juist hierheen – aangetrokken door de ruimte, kuuroorden aan de kust en de frisse lucht. Senioren zijn relatief vermogende mensen, die veel geld over hebben voor hun gezondheid. Daar zijn de afgelopen jaren bedrijven op afgekomen, die zich uiteindelijk in Biocon Valley hebben gebundeld.”

Zo wordt getracht uit demografische verandering economisch gewin te putten. Van de crisis een kans maken, heet dat.

De gezondheidseconomie bloeit in heel Duitsland. Dat heeft niet alleen met de vergrijzing te maken, maar ook met de volksaard. De Duitsers zijn sterk gepreoccupeerd met hun gezondheid. Kuren is na vakantie vieren en tv-kijken het populairste tijdverdrijf. Alle Duitse kranten, weekbladen en tv-rubrieken besteden veel aandacht aan de gezondheid.

In 2003 bedroeg de omzet van de Duitse gezondheidsindustrie 240 miljard euro. Wolfgang Blank gaat uit van een verdubbeling binnen tien jaar. Ook de ondernemingen van Biocon Valley hopen van deze megatrend te kunnen profiteren.

Biocon Valley werkt nauw samen met de deelstatelijke universiteiten, die op medisch gebied misschien niet tot de beroemdste ter wereld horen, maar toch de nodige faam hebben. Zo doet de Universiteit van Rostock baanbrekend onderzoek aan een nieuwe generatie nierdialyseapparaten die binnenkort op de markt wordt gebracht.

De gezondheidsindustrie in deze streek heeft op haar beurt weer een groter verband opgezocht. Bedrijven als DOT in Rostock (orthopedische implantaten), NPZ Saatzucht (zaadveredeling) op het eiland Poel – voor de kust van Wismar – Hoffrichter in Schwerin (beademingsapparatuur voor apneupatiënten) en andere ondernemingen hebben niet genoeg aan de lokale markt.

In het Oostzeenetwerk ‘Scanbalt’ is Biocon Valley op zoek gegaan naar nieuwe exportmarkten, samenwerkingsverbanden en uitwisseling van kennis en personeel. Scanbalt omvat inmiddels 850 bedrijven en 60 universiteiten die actief zijn in de gezondheid en de biotechnologie in Denemarken, Zuid-Zweden, Zuidwest-Finland, de Baltische landen, Noord-Duitsland, Polen en de regio rondom Petersburg en Kaliningrad.

Wismar wekt nog niet bepaald de indruk een bruisend centrum te zijn van de internationale biotechnologie en gezondheidsindustrie. Maar in dit type bedrijvigheid zit hier wel de meeste groei. Het is een teken dat de ondernemingslust niet verdwenen is. Bedrijfsleven, overheid en universiteiten delen een gemeenschappelijk belang en werken samen.

Dat heeft in deze – wat werk betreft – structureel problematische omgeving tot verrassende resultaten geleid. In tien jaar tijd is het aantal bedrijven in de gezondheidssector verdubbeld tot ruim 90 en het aantal werknemers verdrievoudigd tot meer dan 2.000. Omzetten en verlies- en winstcijfers worden zorgvuldig geheimgehouden.

Een jonge moeder met kinderwagen is een hoopvoller symbool voor de toekomst dan grijsaards die in kuuroorden aan de kust hun jaren slijten. Met medicamenten, apparaten en verzorgers onder handbereik. Maar om het eigen voortbestaan veilig te stellen, rest Mecklenburg-Vorpommern weinig anders dan de aanval. Nietsdoen betekent in feite het managen van het gevreesde Auslauf-model: afwachten tot de boel verlopen is. Geen politicus of ondernemer die daarvoor tekent. De combinatie senioren, gezondheidszorg en dito industrie biedt simpelweg het beste economische perspectief.

Staatssecretaris Reinhard Meyer zegt het zo: „We moeten de dynamiek opzoeken. Als deze deelstaat kan aanhaken bij de groei in de Baltic zijn we op de goede weg.”