Kunstenaars Knuffel

Kunstenares Lola Hesp (23) stopte haar knuffel twee jaar geleden in een plastic zak en trok hem vacuüm.

Mijn knuffel heet God. Ik geloof niet in God, maar in mensen. Het was ‘speelsigheid’ dat ik hem die naam gaf. God troostte mij als ik ‘s nachts in bed lag. Hij ging overal mee naar toe.

God is gemaakt van oude lapjes. Die hadden we thuis in een oude lapjeskist. Mijn moeder spaarde ze op. De lapjeskist was eng. Er zaten ook doodshoofden in. Die spaarde mijn vader dan weer. Ik zocht als kind tussen de lapjes en maakte er dingen van. Toen ik tien was maakte ik God. Zijn armpjes zijn de vingers van mijn ouwe roze met blauwe handschoentjes. Die vingers had ik eraf geknipt. Ik vulde mijn knuffel met rijst. God is zwaar en voelt lekker. Ik kan de rijst naar zijn armpjes of zijn hoofdje duwen. Een paar keer is hij lek geweest. Toen kwamen de rijstkorrels naar buiten. Dan naaide ik er weer een lapje op.

Twee jaar geleden heb ik God vacuüm getrokken. Gewoon zoals vlees verpakt kan worden. Ik wilde God afstandelijk maken. Dat was voor een kunstproject van school. Daarin vroegen wij -ik en andere studenten- ons af hoe de wereld er in 2012 uit zou zien. Ik dacht: stel dat alle knuffels dan streepjescodes hebben, in plastic verpakt zijn en in een centraal magazijn liggen waar kinderen ze moeten afhalen? Daarom trok ik hem vacuüm.

Het is eigenlijk niet leuk voor die knuffel om geseald te zijn. God zit nog steeds in de verpakking, maar er is wel lucht bijgekomen; hij zit er nu los in. Ik ga hem er zo uithalen. Ik vind het wel mooi zo.