Kredietcrisis gevolg soepel monetair beleid

De problemen op de financiële markten zullen bovenaan de agenda van de G7 in Washington prijken. Er zijn twee dingen die de ministers van Financiën, onder leiding van de Amerikaan Hank Paulson, en de centrale banken moeten doen om een herhaling van de crisis te voorkomen. Er zijn ook twee dingen die ze misschien graag zouden willen doen, maar juist moeten laten.

De belangrijkste stap zou zijn dat de autoriteiten erkennen dat het soepele monetaire beleid van de afgelopen jaren tot het ontstaan van de kredietzeepbel heeft geleid. Zonder die zeepbel zou de crisis op de kredietmarkten zich niet hebben voorgedaan. Hoe hebben de centrale banken het zo ver kunnen laten komen? Omdat ze zich – onder aanvoering van Alan Greenspan, de toenmalige voorzitter van de Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken – volledig hebben gericht op het in bedwang houden van de consumentenprijzen. Maar de consumentenprijzen vormen maar één aspect van de inflatie. In de toekomst zullen centrale banken ook de inflatie van de huizenprijzen en de aandelenkoersen in hun overwegingen moeten laten meewegen.

De G7 moeten daarnaast hun licht laten schijnen op het toezicht op de banken. Het huidige systeem zet banken ertoe aan zich te verlaten op kortetermijnkredieten en te beleggen in illiquide langetermijnbezittingen zoals hypotheken. Zolang de liquiditeit blijft stromen, is dit scenario winstgevend, want kortetermijnkapitaal is goedkoper dan langetermijnkapitaal. Maar het maakt het hele financiële systeem ook kwetsbaar voor een vertrouwenscrisis, zoals in augustus gebeurde. De oplossing is het herschrijven van de internationale regels voor bankkapitaal. Hoe sterker de afhankelijkheid van de banken van kortetermijnkapitaal, des te omvangrijker de financiële buffer zou moeten zijn die zij achter de hand moeten houden om liquiditeitsproblemen te voorkomen.

De G7 moet ook een aantal verleidingen weerstaan. In de eerste plaats is daar het idee om de hedgefondsen te reguleren. Met name Frankrijk en Duitsland zijn daar voorstanders van. Maar de hedgefondsen hebben slechts een kleine rol gespeeld in deze crisis. Bovendien zou iedere regulering van hun activiteiten waarschijnlijk ondoelmatig of nodeloos log zijn.

Het is veel beter om het toezicht op de banken in goede banen te leiden. Als ze zich niet langer mogen inlaten met riskante financieringstechnieken, zullen ze waarschijnlijk minder snel geneigd zijn op soepele voorwaarden kapitaal te verschaffen aan ongereguleerde financiële instellingen als hedgefondsen en aan de zogenoemde conduits (buiten de balans gehouden beleggingsvehikels), die tijdens deze crisis een hoop schade hebben veroorzaakt. Intussen zouden de hedgefondsen grotendeels met rust gelaten moeten worden. De publicatie vorige week van een gedragscode door een groep vooraanstaande Britse hedgefondsen, waarin veel meer transparantie wordt bepleit, is een stap in de goede richting.

De tweede verleiding die moet worden weerstaan is het reguleren van de kredietbeoordelaars. Firma’s als Moody’s en Standard & Poor’s hebben immers hoge triple-A-waarderingen toegekend aan door Amerikaanse subprime-hypotheken gedekte effecten, die vervolgens enorm in waarde zijn gedaald. Maar het doel van de G7 zou juist de deregulering van de kredietbeoordelaars moeten zijn. Hun waarderingen konden alleen maar zoveel invloed op de markten uitoefenen dankzij hun semi-officiële status op grond van het Amerikaanse recht en de manier waarop zij zijn ingebed in de internationale regels voor bankkapitaal. Als hun semi-officiële status ongedaan wordt gemaakt, zijn hun opinies niet langer belangrijker dan die van wie dan ook.

Als Paulson en zijn collega’s op deze fronten voortgang kunnen boeken, zullen ze ervoor zorgen dat het mondiale financiële stelsel in de toekomst veel veiliger is, zonder dat het zijn levendigheid verliest.