Keizer van de kernactiviteiten

Hij was succesvol als chirurg en als ondernemer. En bovenal een man van verzet: tegen de elites en tegen de tijdgeest. Een welwillend portret.

Paul Frentrop: Tegen het idealisme. Een biografie van Pierre Vinken. Prometheus, 1.032 blz. €49,95

De titel past moeiteloos op een spandoek. Tegen het idealisme heet het als biografie gepresenteerde boek over leven en werk van Pierre Vinken. Essayist. Wetenschapper. Neurochirurg. Bestuursvoorzitter van de internationale uitgever (Reed) Elsevier. Mede-oprichter Republikeins Genootschap. Maar ook: zelfverkozen onbekende Nederlander.

De auteur, Paul Frentrop, voormalig redacteur van NRC Handelsblad, leerde Vinken kennen toen uitgever Elsevier begin juni 1987 ongevraagd een bod deed op de kleinere concurrent Kluwer. De deining over de ‘overval’ op Kluwer is vergelijkbaar met die op het bod en het opbreken van ABN Amro nu. De ontwikkelingen beheersten maandenlang (economische) media, zorgde voor onrust en speculaties onder geldbeheerders, vakbonden, politici en directeuren en commissarissen. Elsevier deed meer maatschappelijke stof opwaaien dan de aanstaande opdeling van ‘onze’ ABN Amro.

Vinken meed interviews, maar wilde tijdens de Kluwer-strijd zijn overwegingen wel aan een groter publiek presenteren. Elsevier was toen eigenaar van Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad en Vinken nodigde hoofdredacteur Wout Woltz van NRC Handelsblad uit voor een interview. Woltz nam Frentrop mee omdat hij ‘iemand nodig had die iets van economie en cijfertjes wist’. Het interview met Vinken en diens rechterhand Loek van Vollenhoven haalde de krant niet. Vinken had vooraf veto bedongen. Hij ging niet akkoord, waarom precies blijft in Tegen het idealismeonduidelijk. Frentrop zette de inhoud vervolgens onder eigen naam als ‘nieuwsanalyse’ in de krant. De volgende dag belde Vinken. Frentrop kon hem in het vervolg altijd bellen. Vriendschap voor het leven, en de basis voor dit boek. Meest recente wapenfeit: samen staan zij onder het steuncomité voor ex-moslim Jami. Vinken zonder verdere toelichting; Frentrop als ‘publicist’.

De beschrijving van hun kennismaking is typerend voor het hele boek. Een onderkoeld verslag van het succesverhaal Vinken, met vaart geschreven, vol anekdotes, details, meer en minder interessante en overbodige zijstappen, fotootjes van Vinken en kopietjes van een eindeloze stroom krantenknipsels over Vinken, Elsevier en wat verder ook maar in dat hoofdstuk ter sprake komt. De knipsels geven steeds een specifiek tijdsbeeld en bieden een staalkaart van typografische veranderingen in krantenland. Aan bronvermelding voor illustraties doet het boek niet. Archief Vinken? Archief Frentrop?

Mijnpolitie

Vinken groeide op in Treebeek (Limburg), zijn vader was bij de mijnpolitie, de zoon deed zeven jaar over de vijfjarige middelbare school, hetgeen volgens zijn biograaf deels lag aan het kwaliteitstekort van het katholieke onderwijs. Eenmaal student in Utrecht liet Vinken zo snel mogelijk zijn accent vallen en halveerde het aantal voorletters: P.J.J.G. werd P.J. Hij ging medicijnen studeren om zijn militaire dienst in Indië te omzeilen. Hij verslond boeken, stond aan de wieg van het literaire blad Tirade, koos voor de specialisatie chirurgie, maar ging uiteindelijk een hoofdrol spelen in het rangschikken, verdelen, uitbreiden en exploiteren van medische informatie bij het bedrijf Excerpta Medica. Dat was een stichting, maar toen Vinken, eenmaal directeur, het aan Elsevier kon verkopen, zette hij twee fiscalisten op de transactie. Die kregen het voor elkaar dat de bestuurders elk 3,5 miljoen gulden verdienden. Dit was in 1971. Of was Vinken daarvóór al miljonair? Specialisten stonden toen bovenaan de inkomensladder. Directeuren niet. Vinken: ,,Ikzelf ben toevallig qua inkomen van de ene top ‘medisch specialist’ naar de andere ‘manager’ gegaan.”

Bij de overname van Excerpta Medica bedong Vinken een positie in de top van Elsevier. Daar boterde het niet met voorzitter Dolf van den Brink. Vinken had een aanbod van chemiebedrijf Gist-brocades op zak, toen de commissarissen van Elsevier hem als opvolger van Van den Brink aanwezen.

Als ondernemer was Vinken de kampioen van de aandeelhouders voordat deze manier van denken en werken in zwang raakte. De waarde van het Elsevier concern was een van zijn ijkpunten, net als de kostenverhoudingen. Dwars door het boek heen staan memo’s van de afdeling concerncontrolling met de top-10 van Nederlandse bedrijven naar beurswaarde en de waarde van de kleinere concurrenten Wolters Kluwer en VNU.

Vinken zag al vroeg de kracht van databanken en de winstgevende exploitatie van professionele informatie. Hij was de keizer van de concentratie op kernactiviteiten; alle zaken met lagere winstmarges (boeken, kranten, drukkerijen) stootte hij af. Hij was de koning van de kostenbesparingen, en om die reden én om zijn afhouden van interviews kreeg hij meestal een slechte pers. Althans: buiten de Elsevier-media. Met media-portretten die over Vinken verschenen, weet Frentrop in zijn boek een onmisbaar hoofdstuk te vullen waarin keer op keer de combinatie chirurg, koel, kil en klinisch terugkeert.

Bijna zijn hele leven zat Vinken in het verzet. Niet tegen de Duitsers, want de na-oorlogse anti-Duitse stemming is hem vreemd. Een van zijn helden is Nietzsche. Diens werk vormde zijn opvattingen: vóór de controleerbare wetenschap, tégen modieuze opvattingen. Vinkens verzet geldt en gold de elites en de tijdgeest. Met de socialist Domela Nieuwenhuis (tegen kerk, kroeg, koning, kazerne en kapitaal) heeft Vinken twee k’s gemeen: kerk en koning. Hij houdt persoonlijk de website van het Republikeins Genootschap bij. Zijn verzet tegen de andere drie k’s concentreert zich op de linkse kerk (sociaal-democratie is een voortzetting van het geloof met andere middelen), de kwakzalvers in kunst en wetenschap en de kosten.

Soms komen er anti-k’s naadloos samen, zoals in zijn voorzitterschap van een arbitraal trio dat acht miljoen gulden schadevergoeding uitkeerde aan journalist Willem Oltmans, die jarenlang werd tegengewerkt door regering en koningshuis. Vinken is gesteld op onruststokers, en zij op hem. Het boek begint en eindigt niet voor niets met een liefdevolle beschrijving van Vinkens tripje naar Vlieland in gezelschap van Martin van Amerongen en Theo van Gogh.

Vriendinnen

De kracht van Tegen het idealisme zit in de diversiteit van de onderwerpen: van de machtsstrijd bij Elsevier’s magazine tot de rol van persoonlijke tegenstellingen bij grote zakentransacties. Van mediamagnaat en ‘pathologische leugenaar’ Robert Maxwell tot een exposé over zijn vrouwen en vriendinnen, inclusief tekeningen van Peter van Straaten, die zijn vriendin Annemarie Oster aan Vinken verloor en de scheiding van zich aftekende door Vinken in diverse scènes op te voeren als vrekkige oude man met een buikje.

Net als andere grote leiders in de mediawereld (Sumner Redstone van de Amerikaanse Viacom, Rupert Murdoch van Newscorp) had Vinken gewoon door willen werken, ook nadat zijn contract na zijn 65ste al een keer was verlengd. Maar, zoals Frentrop optekent: Vinken had zijn werk zo effectief gedelegeerd dat hij al een vierdaagse werkweek genoot voordat de vakbonden nog maar op het idee waren gekomen.

Frentrops boek mag dan biografie heten, het is niet de term die de lading dekt. Daarvoor is het niet neutraal genoeg en ontbreekt het aan oordeelsvorming. Neem het bod op Kluwer. Hoe is het mogelijk dat het grotere en rijkere Elsevier de strijd om Kluwer verloor van de ‘provinciaal’ Wolters Samsom? Welke rol speelde daarbij het beleid van Vinken om zo min mogelijk in de media te verschijnen, terwijl zijn concurrenten dat in het heetst van de strijd juist volop deden?

Tegen het idealisme is een vertelling, een aflevering van de tv-show Dit is uw leven, maar dan op papier: informatief, onderhoudend en per saldo positief voor de hoofdpersoon.